Soudal - Quick-Step stond jarenlang, zelfs decennialang, aan het front van de kasseiklassiekers. Met meerdere legendes in de rangen was de Belgische ploeg gewend om thuis te winnen, maar de laatste jaren ontbreekt niet alleen de macht om de nieuwe machthebbers te weerstaan; er ontbreekt vaak zelfs de kracht om mee te doen voor topresultaten in de grote klassiekers.
Dat zette zich in in de jaren 2020. Kasper Asgreen boekte een sterke zege op
Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen 2021, maar daarna ging het bergaf met de ploeg, met een kloof naar de top die elk jaar groter werd.
“Daarna begonnen we achterop te raken. Andere ploegen zetten een grote stap en domineerden ons, vooral Jumbo-Visma in die periode. De supergetalenteerde Van der Poel heerste bovendien overal,” zei Lampaert in de Live Slow Ride Fast-podcast. “Zo’n talent ontbrak toen in onze ploeg.”
Visma had lange tijd een stevige greep op de kasseikoersen buiten de monumenten, terwijl
Mathieu van der Poel al jaren monumenten aan elkaar rijgt. Quick-Step kreeg intussen ook te maken met
Tadej Pogacar, die de klassiekers omarmde, en Mads Pedersen die de volgende stap zette. Binnen de ploeg kon niemand die evolutie volgen.
“We zaten met de handen in het haar, een beetje begrafenisstilte. ‘Hoe kan dit? Wat gaat er mis?’ We staan simpelweg tegenover fenomenale talenten. Pogacar die Vlaanderen domineert, en dan heb je Van der Poel en Van Aert. Pedersen doet ons ook pijn, kijk naar Gent-Wevelgem vorig jaar, hoe hard Pedersen daar reed. Dat was fenomenaal,” aldus Lampaert.
De routinier zelf rijdt niet langer mee voor winst in de topklassiekers zoals in eerdere jaren. De kentering kwam door een algemene kwaliteitsdip en de investering in de klimmerskern ter ondersteuning van Remco Evenepoel
. Dit jaar verschuiven de prioriteiten opnieuw en de komst van twee monumentenwinnaars als Jasper Stuyven en Dylan van Baarle kan na enkele lastige jaren het tij keren.
“Als collectief misten we kracht. Vroeger was het echt vechten om in de selectie te komen. Nu ligt de selectie vooraf al vast. Onze Tour-selectie was breder dan de selectie voor de klassiekers.”
Yves Lampaert is een voormalig podiumfinisher in Parijs-Roubaix, tegenwoordig is hij wegkapitein bij Soudal - Quick-Step
Lampaert prijst Paul Magnier
Maar naast de nieuwe aanwinsten heeft de ploeg nog iets om naar uit te kijken: “We zijn zeker breder geworden. Vorig jaar startten we in Parijs-Roubaix met vier debutanten. In het verleden was dat ondenkbaar. Met Van Baarle en Stuyven, en hopelijk ook met
Paul Magnier – die nog een stap kan zetten – hebben we mannen voor de finale.”
De Fransman is een sterke sprinter, maar toonde evenzeer talent op korte, explosieve hellingen, vergelijkbaar met Arnaud De Lie die op soortgelijke wijze in een Belgische ploeg doorbrak. Deze lente test Magnier zich in grotere wedstrijden en de ploeg zou hem in meerdere koersen kunnen uitspelen.
“Als tweedejaars prof behaalde hij negentien zeges. Slechts één iemand deed beter, en dat was Pogacar. Natuurlijk waren Pogacars overwinningen van hogere kwaliteit, maar je moet het op die leeftijd wel doen,” stelt de veteraan. “Vier van de vijf ritten winnen in de Ronde van Slowakije, dat staat.”
“Na de Omloop zei ik vorig jaar al dat ik hem als een nieuwe Tom Boonen zie. Hij is zeer atletisch, heeft inhoud en is ongelooflijk snel aan de meet. In een man-tegen-man sprint behoren hij en Merlier misschien wel tot de snelsten van het moment.”