In 2024 wist een superieure
Jasper Philipsen de helling van de Poggio di Sanremo te weerstaan en daarna de eindsprint te winnen, nadat
Mathieu van der Poel late aanvallen had geneutraliseerd. Twee jaar later is het een totaal andere koers waarin hij zichzelf weinig kans toedicht; maar dat geldt zeker niet voor Alpecin-Premier Tech als geheel.
“Door de dominantie van
Tadej Pogacar is
Milano-Sanremo een iets andere koers geworden. Vroeger sprongen renners er niet zo uit als hij en Mathieu van der Poel dat nu doen,” zei Philipsen tegenover
Wielerflits. “Het feit dat zij al vanaf de Cipressa écht het verschil kunnen maken, verandert de dynamiek van de koers.”
En dat is niet in het voordeel van de Belg, een sprinter, al eentje die in vorm uitstekend kan klimmen. Op papier zou Philipsen topfavoriet zijn als de klassieker nog steeds werd beslist zoals een decennium geleden, maar de aanwezigheid van Tadej Pogacar, de sterkste klimmer van het peloton en zelden uit vorm, maakt de koers compleet anders.
Daarom is, hoewel de klim niet bruut is, de Cipressa hét gespreksonderwerp geworden. De voorlaatste klim telt 3 kilometer aan 5% en komt laat in de finale, genoeg voor aanvallen die schade aanrichten. Verwacht wordt dat UAE opnieuw vol doortrekt en de koers daar in stukken rijdt. De opdracht voor Mathieu van der Poel is de wereldkampioen te volgen, zoals vorig jaar.
“Ik was in goede vorm in Tirreno-Adriatico, maar die jongens volgen op beklimmingen als de Poggio of Cipressa is weer een ander verhaal,” geeft Philipsen toe. Zijn kansen liggen in een scenario waarin alles terug samenkomt voor een sprint.
“Ik denk dat ze vooral hun benen moeten laten spreken. Mathieu heeft een heel goede kans om weer te winnen,” stelt hij, waarna hij zijn eigen intenties schetst. “Ik probeer vanuit de tweede lijn te koersen. Na de klimmen is het kijken in welke groep ik zit en waarvoor we nog strijden.”
Milano-Sanremo meestal een ‘verloren dag’
Hoewel de vorm van de Belg stijgende is en mogelijk piekt op het juiste moment, zoals zijn recente zege in Nokere Koerse aantoont, ligt het buiten zijn macht als de klimmers op de Cipressa doortrekken en nadien niet meer inhouden.
“Er is altijd een kans. Negen van de tien keer is het een verloren dag, maar je neemt wel de kilometers en ervaring mee. Voor elke kleine kans die er is, moet je gaan. Milano-Sanremo is te belangrijk om over te slaan.”
Alpecin is in het voorjaar een ploeg die zich vrijwel volledig op de klassiekers richt. Dus ook al zijn de kansen voor Philipsen niet groot, het is geen koers die hij zich kan permitteren te missen. “Ik heb een scenario meegemaakt waarin ik kon winnen, dus het is zeker opnieuw mogelijk als ik goed over de klimmen kom. Anders heeft het geen zin om te starten. De kans is klein en alles moet meezitten. We hebben verschillende opties, en dat is onze kracht. Mathieu kan zijn ding doen op de klimmen. Ik neem een meer defensieve rol.”
Op het favorietenlijstje, hoe open dit monument ook is, worden geen grote verrassingen verwacht. “Als er twee renners kunnen wegrijden, zijn zij het,” zegt Philipsen over de ‘grote twee’ die dit jaar opnieuw alle monumenten zouden kunnen winnen.
“Ik denk niet dat veel anderen dat kunnen. Misschien iemand als Filippo Ganna op een uitzonderlijk goede dag, zoals vorig jaar. Ik zag in Tirreno-Adriatico dat Wout van Aert sterk oogde. Ik denk dat hij er dicht bij zal zijn.”