“Na een uitputtingsslag gaat Pogacar solo, niemand kan hem terughalen” – Johan Bruyneel voorziet dominantie in de Ronde van Vlaanderen

Wielrennen
dinsdag, 31 maart 2026 om 16:00
Tadej Pogacar tour de flandes 2026
The Move-podcast brengt geregeld George Hincapie, Johan Bruyneel en Spencer Martin samen om het profpeloton van binnenuit te ontleden, met een mix van koers- en managementervaring en een analytische blik. Ze bespraken de komende Ronde van Vlaanderen en Tadej Pogacar; het recente klassiekerwerk van Mathieu van der Poel en Wout van Aert; en de dominantie van Jonas Vingegaard op de Volta a Catalunya ten opzichte van Remco Evenepoel.
Dit keer zoomt het trio in op de recente klassiekers en de Volta a Catalunya, én vooruit op de Ronde van Vlaanderen, met hoofdrolspelers als Tadej Pogacar, Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Jonas Vingegaard.

Een plotwending in de klassiekers

De recente klassiekers tonen een duidelijke tactische verschuiving: minder onaantastbare individuele solo’s en meer vermogen van het peloton om te hergroeperen en lange afstandspogingen te neutraliseren.
Spencer Martin introduceert het idee door te benadrukken hoe boeiend het huidige landschap is:
“Op veel vlakken zagen we dit de laatste jaren niet in de grote klassiekers. Vaak domineerde één renner met een solo, wat wat vlak kon worden. Dit was leuk. Je wist pas in de laatste 500 meter wat er ging gebeuren.”
In dezelfde lijn wijst Johan Bruyneel direct op een tactische trend:
“Ik denk dat het peloton heeft ingezien dat het niet in paniek moet raken. Het gaat niet om chaotisch achtervolgen, maar om organiseren om de gaten te dichten.”

Van der Poel en Van Aert: macht, maar discutabele keuzes

Veel van de koersanalyse draait om Mathieu van der Poel en Wout van Aert, protagonisten in een sleutelbeweging die uiteindelijk werd teruggepakt.
George Hincapie is verbaasd over de ontknoping:
“Ik was echt verrast dat ze werden gegrepen. We hebben het over twee van de sterkste renners ter wereld met meer dan 40 seconden. Normaal is dat genoeg, zeker met rugwind.”
Mathieu van der Poel tijdens de E3 Saxo Classic 2026
Mathieu van der Poel hield met moeite stand en won de E3 Saxo Classic 2026
Bruyneel voegt echter een cruciaal tactisch detail toe:
“Ik denk dat de grote fout was om Florian Vermeersch te laten lossen op de laatste beklimming van de Kemmelberg. Als ze met drieën waren gebleven, waren ze zeker tot de meet doorgekomen.”
Hij suggereert ook dat Van der Poel niet volledig tot op de bodem ging:
“Na de koers ging het verhaal dat Van der Poel misschien niet op 100% zat. Dat is logisch als je weet dat je Philipsen achter je hebt.”

De ploegfactor en collectieve intelligentie

Voorbij de individuele kracht bleek het collectieve werk doorslaggevend. De ploeg van Jasper Philipsen speelde zijn kaarten met precisie.
Spencer Martin vat het samen:
“Van der Poel vooruit hebben en Philipsen ingekapseld in de achtervolging is indrukwekkend ploegenspel. En het zijn allebei grote sterren die die dynamiek omarmen.”
Bruyneel onderstreept het met de logica van het peloton:
“Ploegen zonder man mee moesten achtervolgen. Of je rijdt om te winnen of je legt je neer bij de derde plek.”

De Philipsen-factor: de meest complete sprinter

Na zijn zege duikt vanzelf de discussie op over de beste sprinter van het moment.
Johan Bruyneel is stellig:
“Het is lastig te zeggen wie de beste sprinter is, maar ik zou zeggen dat hij de beste is wanneer het er echt om draait. Na harde koersen, in klassiekers, in de Tour… hij is er altijd.”
Hincapie onderschrijft zijn breedte:
“Hij kan Sanremo winnen, in Roubaix op het podium staan en in Vlaanderen meedoen om de knikkers. Hij is ontegenzeggelijk een van de meest complete sprinters.”

Pogacar en de Ronde van Vlaanderen: uitgesproken favoriet

De focus verschuift naar Tadej Pogacar en zijn kansen in Vlaanderen, waar de consensus bijna unaniem is.
Bruyneel is recht voor zijn raap:
“Als alles volgens verwachting verloopt, wint Pogacar solo. Het is zwaarder dan alles wat we tot nu toe zagen en ik zie niemand die hem kan volgen.”
Hij voegt een cruciaal punt toe:
“Als je zijn wiel niet kan houden in Sanremo, waar uit de wind zitten makkelijker is, dan wordt het in Vlaanderen, na een slijtageslag, nog lastiger.”
Hincapie laat ruimte voor tactische onzekerheid, maar erkent zijn overmacht:
“Wat hij in Sanremo deed, hadden we nog nooit gezien. Daar valt moeilijk tegenin te brengen.”

Van Aert en zijn opbouw

Een andere rode draad is de recente curve van Van Aert, die zijn topvorm lijkt te herwinnen.
Hincapie is duidelijk:
“Hij was de enige die Van der Poel kon volgen op de Kemmelberg. Hij wordt met elke koers beter.”
Bruyneel plaatst het in context:
“Wat hij in Sanremo liet zien, was ook indrukwekkend. Na die valpartij terugkomen en derde worden zegt veel over zijn huidige niveau.”

Volta a Catalunya: Vingegaard in controle

In Catalonië valt de spotlight op Jonas Vingegaard, wiens dominantie duidelijk was.
Bruyneel vat het samen:
“De logica zegevierde. We zagen zijn niveau in Parijs–Nice, maar hier was hij nóg beter.”
Over een van zijn uithangborden:
“Op de eerste bergetappe was hij outstanding. En in de volgende demarreerde hij simpelweg en hield hij het gat.”
George Hincapie voegt een blik van binnenuit toe:
“Het was een keiharde koers. Zodra ze de kust raakten, brak het peloton volledig in stukken. Niets meer zoals vroeger.”

De evolutie van het moderne wielrennen

Tot slot reflecteren ze op de stijgende lijn in het hele peloton.
Bruyneel legt uit:
“Elk jaar gaat het niveau een beetje omhoog, misschien een of anderhalf procent. Daarom heeft het geen zin om klimtijden te vergelijken: de omstandigheden zijn altijd anders.”
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading