Op 29.03. zal het peloton Middelkerke - Wevelgem (voorheen Gent - Wevelgem) betwisten. De Belgische klassieker staat op de World Tour-kalender en is een van de meest prestigieuze eendagskoersen, waar klassiekerspecialisten en sprinters elkaar treffen op een parcours dat beide profielen in evenwicht houdt. We bekijken het profiel; met start en finish rond 10:00 en 15:20 CET.
De koers werd in 1934 in het leven geroepen als Gent - Wevelgem en in het eerste jaar gewonnen door Gustave van Belle. Rik van Looy, Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Freddy Maertens, Jan Raas, Francesco Moser, Bernard Hinault, Sean Kelly en Mario Cipollini behoren tot de meest markante winnaars van de 20e eeuw. Door het karakter van de race konden ook veel topsprinters winnen naast de gerenommeerde klassiekerspecialisten, wat zorgde voor een indrukwekkend en veelzijdig palmares.
Tom Boonen, Thor Hushovd, Óscar Freire, Peter Sagan, John Degenkolb, Greg van Avermaet en Alexander Kristoff waren in deze eeuw ook grote winnaars; terwijl sinds 2020 de koers bijna uitsluitend door sprinters werd gewonnen - zij het niet altijd in een sprint. Mads Pedersen,
Wout Van Aert, Biniam Girmay en Christophe Laporte waren de winnaars. Pedersen won in 2020 in een massasprint; in 2024 in een sprint met twee en in 2025 met een langeafstandsaanval die de koers op zijn kop zette.
Profiel: Middelkerke - Wevelgem
Middelkerke - Wevelgem, 241 kilometer
De start ligt dit jaar in Middelkerke, waardoor de openingsfase andere wegen volgt dan gebruikelijk vanuit Gent. Maar het format van de koers is ongewijzigd, met kaarsrechte vlakke wegen die de eerste 130 kilometer domineren, waar de wind echter een rol kan spelen.
Het grootste deel van de 241 kilometer is vlak, geen zwaar profiel, wat verklaart waarom het in de meeste jaren uitdraait op een sprint van een gereduceerde groep. De koers is vlak op een heuvelzone na, gebaseerd op drie beklimmingen van de Kemmelberg waar elk jaar wordt aangevallen, plus onverharde stroken die de voorbije jaren zijn toegevoegd.
Via Belvedère beklimmen de renners tweemaal. Het is een venijnige helling waar velen zullen lijden; scheuren ontstaan al bij de eerste passage met nog 90 kilometer te gaan (400 meter aan 10%). Daarna volgen enkele gravelstroken, de ‘plugstreets’, samen goed voor 4 kilometer waar pech kan toeslaan; mechanische problemen maken het tot een loterij, met de laatste strook die eindigt op 72 kilometer van de streep.
De tweede passage van de Kemmelberg volgt op 58 kilometer van de finish en hier zijn aanvallen verzekerd, want de klassiekersrenners willen doortrekken om de snelle mannen definitief te lossen en een beslissend verschil te maken.
Kemmelberg (Belvedere): 600 meters; 9.3%; 58Km to go
Daarna volgen nog enkele hellinkjes, maar de laatste plek waar je op pure wattage verschil maakt is de Kemmel via de Ossuaire. Dat is een zwaardere klim, grotendeels op asfalt maar met binnenbladhellingen vooraleer de renners de kasseien raken die tot 18% stijgen. Het is een inspanning van zo’n 30 seconden op het maximum waar renners vaak bovenin breken; hij komt met 36 kilometer te gaan.
Omdat de steilste stroken al na een minuut beuken opduiken, maken aanvallen hier meer kans. De afdaling erna loopt over een smalle weg, wat grote scheuren in het peloton in de hand werkt. Dat voordeel kan door de vluchters worden uitgespeeld.
Kemmelberg (Oussaire): 700 meters; 9.6%; 34Km to go
Vanaf daar keert de rust enigszins terug, want de aanloop naar Wevelgem is grotendeels vlak en niet erg technisch. Er is tijd om te hergroeperen en jagen, zowel voor kleinere als grotere groepen. De koers kent een interessante dynamiek waarin specialisten en sprinters het profiel naar hun hand proberen te zetten, en doorgaans leiden uiteenlopende scenario’s tot de winst.
De favorieten
Zoals vaak waait het stevig en deze zondag komt de wind uit het westen, licht zuidwest. Dat betekent een snelle, harde koers, met in de regel meewind vanaf de start en meewind richting finish. Dat speelt aanvallers maximaal in de kaart en kan de vlucht belangrijker maken dan voorgaande jaren; mits goed getimed kunnen zij zich na de hellingen met andere aanvallers afscheiden en een serieuze kans maken om vooruit te blijven.
Het is geen vraag óf
Mathieu van der Poel zal aanvallen, dat staat vast. Dat kan op de laatste Kemmel-passages gebeuren, maar ook op de gravelstroken, waar hij twee jaar geleden samen met Mads Pedersen de koers op de kant zette. Die stroken lopen niet bergop en laten dus meer renners toe om mee te schuiven, waardoor het tempo op de klimmen mogelijk minder dodelijk is. Daarom hoeft Van der Poel niet per se te anticiperen, maar hij moet wél het verschil maken op de hellingen en daarna minstens één medevluchter hebben - tenzij zijn voorsprong substantieel is zoals Pedersen vorig jaar.
Gelukkig zijn enkele van de absolute beste motoren voor een inspanning van vijf minuten aanwezig in het peloton. Wout van Aert, Christophe Laporte, Filippo Ganna, Jonas Abrahamsen, Alec Segaert, Florian Vermeersch, Mathias Vacek, Tim van Dijke... Als een van deze mannen vol doortrekt op het gravel, spat het peloton uiteen omdat de rest moet reageren, en gaan slechts een paar renners de hellingen op in positie om de koers te winnen. Stuk voor stuk hebben ze dit seizoen al overtuigend vorm getoond. Op de klimmetjes zelf zijn de onderlinge verschillen wellicht groter.
Maar deze mannen zijn allemaal verraderlijk gevaarlijk en mogen de vlakke sectie niet inslaan aan de kop van de koers, anders krijgt het peloton hoofdpijn om het weer dicht te rijden. Naast hen zijn er nog andere waakhonden, zoals Matej Mohoric, Davide Ballerini, Magnus Sheffield, Michael Valgren en Jasper Stuyven.
We weten echter dat deze koers ook in een sprint kan eindigen. Dit jaar acht ik dat onwaarschijnlijk. De stevige wind de hele dag en rugwind naar de finish wegen te zwaar door. Als een kopgroep in de laatste 30 kilometer gemiddeld rond de 53 km/h rijdt, moet het peloton 56/57 km/h halen om het gat te dichten. Dat is nóg een reden om vroeg aan te vallen. Heb je de kloof en houd je een degelijk tempo, dan kost het het peloton beduidend meer energie om terug te komen. Het gaat hier immers om extreem hoge snelheden, waarbij 1 km/h extra al een forse inspanning is.
Enkele sprinters hebben het privilege om enkel in de wielen te blijven, te overleven en in de finale te spelen voor wat mogelijk is. Jasper Philipsen, Matthew Brennan en Juan Sebastián Molano hoeven bijvoorbeeld niet na te denken over werken of gaten dichtrijden. Dat kan mentaal en fysiek een voordeel zijn richting de finale.
Anderen zitten in een tussenpositie. Jonathan Milan, Soren Waerenskjold, Jordi Meeus, Ben Turner, Paul Magnier... Deze mannen beschikken over een heel sterke sprint, maar hebben ook ploegkaarten om uit te spelen in de offensieve fase. Als het niet hoeft, laten ze het werk graag liggen. Maar staan er geen ploegmaats vooraan, dan zijn dit vaak de teams die de meeste verantwoordelijkheid nemen om te achtervolgen.
Andere ploegen zullen vol op een sprint mikken: steeds minstens één of twee renners bij de sprinter houden en dan na de hellingen maximaal beginnen werken. Tobias Lund Andresen’s Decathlon; Biniam Girmay’s NSN; Pavel Bittner’s Picnic PostNL; Arnaud De Lie’s Lotto... Dit zijn renners die het terrein aankunnen en ook een sterke sprint hebben.
Dan is er nog een derde lijn sprinters met andere snelle mannen om rekening mee te houden, zoals Matteo Trentin, Luca Mozzato, Phil Bauhaus, Fred Wright, Pascal Ackermann, Tom Crabbe, Max Kanter, Luke Lamperti, Marijn van den Berg, Laurenz Rex, Milan Fretin, Emilien Jeannière en Lukas Kubis. Sommigen hebben in hun ploeg betere opties om aan te vallen of te sprinten, maar in dit soort koersen weet je nooit wie de benen heeft of meezit in de waaier. Het is dus goed om meerdere wegen naar een mooi resultaat te hebben.
Voorspelling Middelkerke - Wevelgem 2026:
*** Mathieu van der Poel, Wout van Aert
** Filippo Ganna, Jasper Philipsen, Jordi Meeus, Paul Magnier, Tobias Lund Andrsen, Mads Pedersen
* Florian Vermeersch, Alec Segaert, Jonas Abrahamsen, Christophe Laporte, Tim van Dijke, Matteo Trentin, Soren Waerenskjold, Biniam Girmay, Jonathan Milan, Ben Turner, Arnaud De Lie, Pavel Bittner, Laurenz Rex, Matthew Brennan
Favoriet: Mathieu van der Poel
Hoe: Sprint met kleine groep