Terwijl de twijfels blijven rondzingen over de vraag of
Mads Pedersen na
zijn vroege seizoensval nog impact kan maken in de voorjaarsklassiekers, vindt een voormalige ploeggenoot het veel te vroeg om hem af te schrijven.
Jasper Stuyven, die negen seizoenen naast Pedersen bij
Lidl-Trek reed, maant aan tot voorzichtigheid met harde conclusies. Hij wijst op Pedersens mentaliteit en de waarde van onconventionele voorbereiding tijdens revalidatie.
Tegenover Sporza klonk Stuyven realistischer dan blind optimistisch, maar hij maakte duidelijk dat Pedersens situatie verre van hopeloos is.
“Mads is niet iemand die je moet afschrijven,” aldus Stuyven.
Pedersen kwam ten val en stapte uit bij zijn seizoensdebuut in de
Volta a Comunitat Valenciana met breuken in zowel zijn pols als sleutelbeen. Dat wierp meteen een schaduw over een voorjaar dat rond de kasseiklassiekers was opgebouwd. Lidl-Trek erkende snel dat de Vlaamse koersen lastig zouden worden, met vooral de polsblessure als duidelijke complicatie.
Snel terug op de fiets
Een kort filmpje waarop te zien is dat Pedersen alweer op de rollen zit, zorgde meteen voor de nodige speculatie. Maar Stuyven temperde het enthousiasme: dat soort beelden zegt weinig over een snelle terugkeer in koers.
“Dat is typisch voor wielrenners,” klonk het nuchter. “Na een val wil je zo snel mogelijk weer op de fiets zitten.”
Volgens Stuyven is het bijna een reflex. “Je probeert dan, misschien tegen beter weten in, toch weer wat te draaien op de rollen. Je zoekt gevoel, ritme, controle. En je hoopt vooral dat het meevalt.”
Voor Pedersen kan die gecontroleerde trainingsvorm wel degelijk van waarde zijn. Op de rollen kan hij de belasting strak sturen en conditie onderhouden zonder zijn geblesseerde pols maximaal te belasten. In een seizoen dat tot in detail is opgebouwd, kan dat het verschil maken om geen onnodige achterstand op te lopen in zijn geplande vormpiek.
Stuyven was eerder een sleutelfiguur in de klassiekerploeg van Lidl-Trek naast Pedersen
Ervaring als referentiekader
Stuyvens blik is geen theorie, maar gestoeld op eigen littekens. Twee jaar geleden brak hij zijn sleutelbeen in de massale valpartij in Dwars door Vlaanderen, een klap die zijn hele voorjaar ontwrichtte.
“In tegenstelling tot Mads zat ik na vijf dagen nog niet op de rollen,” blikte hij terug. “Niet zozeer door mijn sleutelbeen, maar door de impact van die val.”
De nasleep woog zwaarder dan de breuk zelf. “Mijn borstkas was zwaar gekneusd, ik kon amper diep ademhalen. In die eerste dagen dacht ik er niet eens aan om weer te fietsen.”
Pas tien dagen later kroop Stuyven opnieuw op de rollen — uitgerekend op de dag van Parijs-Roubaix. Zijn echte comeback volgde een maand later in de Giro. Het contrast met Pedersen onderstreept hoe individueel herstel verloopt, zelfs bij ogenschijnlijk vergelijkbare blessures. In het peloton bestaan geen standaardtijdslijnen.
Rollenwerk geen wondermiddel
De beelden van Pedersen op de rollen doen onvermijdelijk denken aan Mathew Hayman, die in 2016 na een elleboogbreuk wekenlang indoor trainde en vervolgens Parijs-Roubaix won. Maar Stuyven waarschuwt voor te eenvoudige vergelijkingen.
“Rollenwerk is bijzonder efficiënt,” zegt hij. “Je kunt je belasting exact doseren en intervallen heel gericht afwerken.”
Toch is het geen wondermiddel. “Als je er mentaal sterk genoeg voor bent, kan het een goede overbruggingsfase zijn. Maar het blijft een tussenstap.”
Dat mentale aspect is cruciaal. Pedersen zou op hoogtestage vertrekken en via Parijs-Nice richting de klassiekers toewerken — een strak uitgestippelde opbouw. Die planning is nu doorkruist. Indoortraining kan de conditie stabiliseren, maar vervangt nooit de specifieke belasting, positionering en koersprikkels van de weg.
Een voorjaar in het teken van onzekerheid
Stuyven wil de verwachtingen rond Pedersen temperen. Elke blessure vraagt een individuele inschatting, en in dit geval zal vooral de pols bepalend zijn.
“Voor Mads draait het om het moment waarop hij opnieuw volwaardige druk op die pols kan zetten,” stelt hij. “Dat zal bepalen hoe competitief hij aan het voorjaar begint.”
Het sleutelbeen volgt doorgaans een voorspelbaar genezingsproces. De pols daarentegen blijft de variabele factor — zeker voor een renner die mikt op de brute belasting van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, waar elke kasseistrook maximale stabiliteit vereist.
Voorlopig is het optimisme dus voorwaardelijk, geen garantie. Maar één conclusie durft Stuyven wel trekken: veerkracht en koersintelligentie spreken in Pedersens voordeel.
Mads Pedersen is, in zijn ogen, allerminst een renner die je nu al mag afschrijven.