Jarno Widar maakte naam als een van de grootste talenten tijdens zijn twee jaar bij Lotto’s opleidingsploeg, waarin hij de Baby Giro Next Gen, Ronde de l’Isard en Giro Valle d’Aosta won en Europees kampioen op de weg bij de beloften werd. Logisch dat de verwachtingen voor zijn profdebuut dit seizoen torenhoog waren – toch bleef de algemene indruk tot nu toe wat achter.
Widar opende zijn jaar in Portugal met een vierde plaats in de Figueira Champions Classic (1.Pro), reed een degelijke Volta ao Algarve met een zevende plaats op Malhão, maar twee “niet-geklasseerde” uitslagen in de eendagskoersen in Ardèche waren zijn laatste wapenfeiten voor de daaropvolgende drie maanden zonder competitie.
Oorzaak: de 20-jarige had flink wat pech – eerst een virus in Frankrijk en daarna een knieblessure na een trainingsval. Niet het debuutseizoen dat hij voor ogen had.
Logisch dus dat Widar opgelucht klonk in aanloop naar de
Ronde van Zwitserland – zijn eerste WorldTour-afspraak. “Het werd tijd dat ik weer mocht koersen, het heeft lang genoeg geduurd.” Over de blessure zei hij in een persbericht vooraf: “Natuurlijk vloek je eerst, maar tegenslag hoort nu eenmaal bij de sport.”
Onzeker herstelproces
Wat deze blessure extra frustrerend maakte, was de onzekerheid, schetst Widar aan
IDLProCycling: “Het duurde lang voordat we wisten wat we met mijn knie gingen doen. Ik zat vier weken niet op de fiets, maar ik train nu ook alweer een maand. Ik voel me best goed, dus ik ben blij dat ik terug ben.”
De ogenschijnlijk eindeloze wachttijd bood tegelijk ruimte voor zelfreflectie – een belangrijke periode om de mentale weerbaarheid van de nog jonge renner te vormen.
“Uiteindelijk kun je je alleen richten op de dingen die je kunt controleren. Ik wilde zo snel mogelijk herstellen, en rust was daarin heel belangrijk. Daarna verleg je de focus naar de volgende koersen, en vanaf het moment dat ik weer kon trainen, ben ik er vol ingegaan.”
Betere tweede seizoenshelft
Nu de blessure achter de rug is, kan Widar weer vooruitkijken naar zijn grote doelen dit jaar, vooral het Spaanse blok in augustus met als hoogtepunt de Vuelta a España (22.08.2026 - 13.09.2026).
“Ik zit zeker nog niet op mijn absolute topniveau, maar op training voel ik me echt goed. Het vermogen is misschien nog niet mijn allerbeste, maar ik mag niet klagen. De waardes zijn beter dan aan het begin van dit seizoen.”
“In juli ga ik op hoogtestage en dan pik ik mijn oude programma weer op, met de Clásica San Sebastián, de Vuelta a Burgos en de Vuelta a España. Hier in de Ronde van Zwitserland wil ik het beste van mezelf geven, wat het resultaat ook is. We zullen zien, ik heb er vertrouwen in.”
Widar keerde sterk terug met een zesde plaats in de GP Gippingen (1.1), terwijl ploegmaat Liam Slock naar zijn eerste profzege soleerde. De volgende keer wil Widar zelf voor de winst gaan.
De eerste etappe liep niet volgens plan doordat de lange solo van Tadej Pogacar
het peloton compleet uiteenreed en de jonge Belg meer dan 20 minuten verloor, maar dag twee toonde al een betere kant met een 23e plaats en een finish in de groep der favorieten.