De langverwachte zege van
Wout van Aert in
Parijs-Roubaix is bejubeld als het kroonstuk van een van de wildste edities in jaren, waarbij de Deense analist Brian Holm stelt dat de editie van 2026 thuishoort in het rijtje allerbeste Monuments.
Sprekend op Eurosport.dk na de koers van zondag zei Holm: “Als je zo zit te kijken, ga je je afvragen of dit niet een van de beste edities ooit is.”
Niet alleen de uitslag voedde dat oordeel, maar vooral de stortvloed aan drama: van herhaalde lekke banden bij de favorieten tot de opmerkelijke remonte van
Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel.
Waarom deze Roubaix eruit sprong
Paris-Roubaix heeft zelden hulp nodig om spektakel te leveren, maar deze editie slingerde van het ene kantelpunt naar het andere. Van der Poel werd uit koersritme geslagen door materiaalpech en vocht zich toch terug. Pogacar verloor eveneens terrein, kwam wonderlijk genoeg weer vooraan en werd tweede. Ondertussen bleef Van Aert zich mengen in het debat om de winst en leverde hij de eindsprint die hem eindelijk de kasseitrofee opleverde die zo lang ontbrak op zijn palmares.
Voor Holm maakte juist die combinatie de koers uitzonderlijk. Vooral de schaal van de comebacks van Pogacar en Van der Poel trof hem: “Het was ongelooflijk hoeveel Pogacar en Van der Poel hebben achtervolgd. Het is onvoorstelbaar dat ze überhaupt konden terugkeren.”
Dat was wat de koers zo anders deed aanvoelen. Zelfs na zware tegenslagen bleven de grootste namen terugkeren, weigerend het scenario te laten verstillen tot een simpel script.
Pogacar en Van der Poel keerden de koers binnenstebuiten
Holms lezing werd sterk gevormd door wat de twee topfavorieten alsnog klaarspeelden nadat het misging. “Dit zijn de beste renners ter wereld die daar vooraan rijden. Dus eigenlijk had het onmogelijk moeten zijn,” zei hij, eraan toevoegend dat hij echt dacht dat Pogacars koers voorbij was toen de Sloveen in de problemen kwam. “Bij Pogacar dacht ik ook: het is gedaan. Het was waanzinnig om te zien.”
Dat detail is belangrijk omdat het veel zegt over de editie die Van Aert won. Dit was geen stille dag waarop rivalen stuk voor stuk wegvielen en de sterkste simpel wegreed. Het was een koers waarin de favorieten telkens weer terug in het verhaal crashten, waardoor er na elk schijnbaar besluit nieuw gerekend moest worden.
Vooral Van der Poels rit naar plaats vier werd een van de bepalende nevenplots van de dag. Pogacar nam intussen de tweede plaats mee, en toonde opnieuw dat Paris-Roubaix geen exotisch zijproject meer is in zijn Monumentencollectie, maar een koers die hij echt kan winnen.
Tadej Pogacar moest genoegen nemen met 2e in Paris-Roubaix 2026
Waarom Holm blij was dat Van Aert Pogacar klopte
De meest in het oog springende uitspraak van Holm kwam toen hij toegaf: “Egoïstisch gezien ben ik blij dat Van Aert Pogacar heeft geklopt.”
Dat was meer dan een losse voorkeur. Hij kaderde het als koerslogica en stelde dat Paris-Roubaix een bepaald type renner moet blijven belonen. “Het past in de logica dat een grote, krachtige renner, zeker met rugwind, een klimmer in zo’n koers moet kunnen kloppen,” zei Holm. “En dat is precies wat er gebeurde.”
Dat standpunt zal niet universeel zijn, zeker nu Pogacar opnieuw bewees dat hij thuishoort aan de absolute voorkant van de koers, maar het snijdt dwars door een van de grote thema’s van het moderne wielrennen. Pogacar heeft al zoveel oude aannames gesloopt over welke renners welke koersen kunnen winnen, dat elk net-niet in Roubaix als een uitdaging voelt voor de oude wetten van de race. Deze keer hield Van Aert die lijn vast.
De uitslag die Van Aerts verhaal verandert
Holm plaatste de zege ook in de context van Van Aerts laatste jaren, getekend door blessures, pech en herhaalde vragen of hij deze ooit zou pakken. “Van Aert is de afgelopen jaren behoorlijk geplaagd door pech,” zei Holm. “Toen hij in de winter zijn enkel brak, geloofde niemand dat hij Paris-Roubaix kon winnen.”
Dat gaf de uitslag zijn emotionele lading. Van Aert voegde niet zomaar een grote zege toe aan een rijk gevulde loopbaan. Hij landde eindelijk het Monument dat een obsessie was geworden, voor hemzelf en voor het Belgische wielrennen. Holms oordeel was duidelijk. “Vandaag won een ware Klassiekerkoning.”
Die zin raakt omdat hij een langlopende spanning rond Van Aerts carrière benoemt. Hij won veel, maar werd vaak besproken via wat hem ontglipte in plaats van wat hij binnenhaalde. Paris-Roubaix kantelt dat evenwicht meteen.
Een koers waarover men zal blijven praten
Holm sloot zijn oordeel even beslist af en noemde het “een editie voor de geschiedenisboeken”, met daaraan toegevoegd: “Het is de beste wielerwedstrijd ter wereld.”
Dat is de bredere betekenis van Paris-Roubaix 2026. Het was niet memorabel omdat één renner domineerde. Het was memorabel omdat de koers nooit stilviel. Van der Poel leek uitgeteld en kwam terug. Pogacar leek opgehouden en kwam terug. Van Aert moest in het velodroom nog altijd de wereldkampioen kloppen om het af te maken.
Daarom voelt deze zege anders dan veel andere Monumenten. Van Aert won geen gecontroleerde koers. Hij won de versie van Roubaix die elke renner vreest en elke fan onthoudt.