Bij
Parijs-Roubaix is controle altijd een illusie. De Hel van het Noorden zet geluk graag op z'n kop en voor
Laurence Pithie kwam de afrekening even bruut als abrupt.
“Ik weet eerlijk gezegd niet goed wat ik moet zeggen,” vertelde hij aan
cyclingnews naast de bus van
Red Bull - Bora - Hansgrohe in Roubaix, al gedoucht maar zichtbaar aangeslagen.
Tot dan toe viel alles op zijn plaats. Na een lastige klassiekercampagne reed de Nieuw-Zeelander precies op tijd in vorm. Hij zat mee in de beslissende kopgroep van acht op Pont Gibus – de groep die de koers zou tekenen – en oogde ontspannen op de kasseien, waar anderen overleefden. Een podium in Roubaix was geen verre droom meer. Het werd tastbaar.
Een lekke band op 78 kilometer van de streep dwong tot een rommelige fietswissel. Pithie vocht zich terug, pikte aan bij ploeggenoot Jordi Meeus en zelfs, heel even, bij de latere winnaar Wout van Aert.
Maar de koers begon te glippen. “Daar ging het bergafwaarts,” zei hij. “Contactlens viel uit, gevallen op Mons-en-Pévèle, nog eens gevallen… het was een beetje een puinhoop.”
Het echte kantelpunt volgde op sector 12, iets meer dan 50 kilometer voor het einde. Een contactlens werd eruit geblazen, een detail met enorme gevolgen op dit terrein.
“Soms met de wind, als je omkijkt, waait hij er gewoon uit,” legde Pithie uit. “Het is me pas één keer eerder overkomen, maar het is gewoon irritant, want aan de ene kant zie je scherp en aan de andere kant wazig.”
“Dus ja, ik koos duidelijk niet de beste lijnen. Dat zal een rol hebben gespeeld [bij de val].”
Wat volgde, leek onvermijdelijk. Op Mons-en-Pévèle, een van de sleutelstroken, ging Pithie hard onderuit in een linkse bocht, achteraan in een achtervolgende groep onder aanvoering van Mathieu van der Poel, die jaagde op Van Aert en Tadej Pogacar vooruit. “Ik voelde me daar eigenlijk nog best goed. Ik zat gewoon achteraan die groep, hopend dat Van der Poel het gat zou dichten. Ik had nog hoop om mee te doen, maar ja, het was gedaan.”
De chaos stopte daar niet. In de nasleep raakte Pithie betrokken bij een nieuw incident, ditmaal met een toeschouwer. “Ik raakte een toeschouwer aan de zijkant, uit een bocht komend. Die stond echt dichtbij. We gingen superhard en ja, ik reed er vol bovenop. Ze stonden net iets te dicht op de bocht, de weg op.”
“We gaan zo hard, het gebeurt. Ik hoop echt dat het goed met ze gaat, want het klonk niet best toen ik opstond om weer door te gaan.”
Tegen dan waren alle kansen op een topresultaat vervlogen. Toch reed Pithie door, bereikte de Vélodrome van Roubaix en finishte uiteindelijk als 26e.
Een uitslag die zijn benen geen recht deed. “Het is teleurstellend, maar het is wat het is, dit is wielrennen. Deze koers is zó gek. Er gebeurt zoveel. Je hebt ook wat geluk nodig,” zei hij.
De frustratie was duidelijk, maar de honger ook. “Ik kom volgend jaar terug. Ik hou nog steeds van deze koers. Vorig jaar haalde ik de kasseien niet eens door de val, dus ja, dit wakkert het vuur voor volgend jaar alleen maar aan.”