In een recent interview liet UCI-voorzitter
David Lappartient weten dat er een idee op tafel ligt om het aantal ploegen in de Tour de France te verhogen, maar tegelijkertijd de selecties te verkleinen naar zes renners, in de hoop de koers minder controleerbaar en aantrekkelijker te maken. Voormalig ploegleider
Johan Bruyneel stelt dat dit idee de kloof met de noden van de sport blootlegt.
Het standpunt van Lappartient
Onlangs werd één extra ploeg toegelaten tot de Tour, waardoor het aantal ploegen steeg van 22 naar 23, terwijl sinds 2018 het aantal renners per ploeg daalde van negen naar acht. In het afgelopen decennium waren er al ideeën en zelfs maatregelen om het koersverloop in de Tour te veranderen, mede door de dominantie van destijds Team Sky.
Met Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard die sinds 2021 elk jaar als eerste en tweede eindigen, heerst er niet alleen onder fans een gevoel van monotonie.
“Is het echt verstandig om de Tour de France te beperken tot 22 of 23 ploegen van elk acht renners? Zo kunnen de sterkste ploegen een koers van 3.500 kilometer van start tot finish controleren. Met 25 ploegen van zes renners wordt de wedstrijd minder voorspelbaar en veel spectaculairder,”
zei Lappartient recent.
David Lappartient at the 2026 Tour of Flanders
Is de UCI-voorzitter losgezongen van de sport?
Aan de andere kant haalt voormalig ploegleider Johan Bruyneel, die Lance Armstrong begeleidde tijdens zijn Tour de France-zeges, opnieuw hard uit naar Lappartient.
“Er is nog nooit een voorzitter in het wielrennen geweest die zo losstaat van de sport als David Lappartient. Zijn nieuwste idee? Grote Ronden van drie weken met ploegen van zes renners. Het is opnieuw een bewijs dat hij niet echt begrijpt hoe het profwielrennen werkt,” betoogde hij.
Bruyneel bekritiseert Lappartient vaker en vindt in dit geval dat de voorgestelde veranderingen niet aansluiten bij wat nodig is. “In plaats van te proberen een sport opnieuw uit te vinden die hij duidelijk niet begrijpt, zou meneer Teflon Lappartient zich beter bezighouden met waar hij het best in is: selfies maken en schimmige deals sluiten met staatshoofden.”