Tadej Pogacar won de twee vorige edities van het World Championships, waarin Remco Evenepoel telkens een grote rol speelde. In Montréal later dit najaar kan er een nieuw hoofdstuk volgen, ditmaal mogelijk mét
Wout van Aert, die in de vorm van zijn leven steekt en wil strijden om de regenboogtrui.
Serge Pauwels, bondscoach van de Belgische ploeg, sprak over het doel dat het World Championships is en over het advies dat hij de
Team Visma | Lease a Bike-renner gaf voorafgaand aan diens carrièrebepalende winst in Parijs-Roubaix.
“De week voor Parijs-Roubaix zijn we samen gaan rijden en ik zei hem: ‘als je één ding kunt doen, is het jezelf tot het uiterste drijven wanneer het kan. Wacht niet te lang tot Tadej Pogacar of Mathieu van der Poel komt’. Natuurlijk wil ik hem niet te veel advies geven,” herinnert Pauwels zich tegenover
Wielerflits.
De Belg volgde die lijn, trok zelf de scheuren in de koers en reed met Pogacar naar de meet, waar de zege kwam uit een tweesprint in het oude vélodrome.
“Als ik de koers nu analyseer, was de sleutel tot zijn succes dat hij durfde zelf de leiding te nemen. Hij durfde ook in de sprint,” stelt hij. “Dat is vaak precies wat hem succes oplevert: niet passief rijden en op anderen rekenen, maar zelf de koers maken, ze openen en vooral vertrouwen op zijn eigen kwaliteiten. Dit keer deed hij dat écht.”
Canada spookt al lang door het hoofd van Wout van Aert
Nu volgt de opbouw richting de Tour de France, en daarna een vrije rol in de Vuelta a España, waar hij etappezeges wil najagen en Matthew Brennan zal ondersteunen in de massasprints. Dat gebeurt met een nieuwe mindset: “Ik ben zeker dat dit tot grote veranderingen leidt. Niet alleen in zijn koersgedrag. Het is ook nuttig voor het bepalen van zijn programma.”
“De voorbije jaren sloeg hij af en toe Milano-Sanremo en de Strade Bianche over, en dit jaar de E3 Saxo Classic. Ik denk dat hij die keuzes de komende jaren niet meer hoeft te maken en elke kans kan aangrijpen. Juist omdat hij zichzelf heeft vrijgespeeld. Maar wat het World Championships betreft, heb ik al bevestiging dat hij dit als doel wil zetten.”
Van Aert is geen klimmer, maar op zijn beste dagen verteert hij korte beklimmingen uitstekend en beschikt hij over de uithouding voor een koers met deze afstand en dit niveau. In Montréal rijden de renners op het circuit van de jaarlijkse GP de Montréal, waar Pogacar eerder succes boekte.
Voor Kigali was het nee. Voor Montréal een volmondig ja. “Destijds waren er twijfels of dat World Championships binnen zijn mogelijkheden en langetermijnplanning lag. Hij besloot te passen, maar zei meteen: ‘Ik wil absoluut naar Canada; ik heb het al in mijn hoofd.’ Dat idee is gaan rijpen en na dit voorjaar wordt het stap voor stap zijn volgende doel. In september wordt hij 32, en daar kan hij een unieke kans grijpen.”
De Belgen staan voor een zware opdracht met de beste van deze generatie als te kloppen man, maar ze kunnen wel degelijk voor de regenboogtrui koersen. “Natuurlijk is er nog de Tour, heel belangrijk voor zijn ploeg. En daarna ook de Vuelta […] En dat is belangrijk. Als een renner zijn zinnen ergens op zet, krijg je automatisch de beste versie van zichzelf. We beseffen allemaal dat Pogacar lastig te kloppen zal zijn, maar met Wout naast Remco Evenepoel hebben we nog een extra troef.”
“Zijn mening is, en ik deel die, dat het een koers binnen zijn bereik is. Hij werd al eens tweede in Montréal. Vorig jaar was hij daar niet goed, maar toen was hij niet in vorm en niet gefocust. Het World Championships-parcours telt twaalf ronden, terwijl de Montréal GP er zeventien heeft. Het belangrijkste is goed uit de Vuelta te komen. We weten allemaal dat hij na een Grote Ronde nog sterker is. Dat geeft hem dat extra zetje.”