Tour de France 2026 etappe 2 voorbeschouwing, profiel, favorieten en voorspelling - Pakt Pogačar Vingegaards gele trui op de Montjuïc?

Wielrennen
zaterdag, 04 juli 2026 om 21:38
Tadej Pogacar bij de ploegenpresentatie van de Tour de France 2026
Het is officieel: de Tour de France 2026 belooft een editie te worden voor de klimmers, de tijdrijders én de durvers. De ASO heeft de volledige route gepresenteerd — een parcours dat start in Barcelona, alle grote Franse gebergtes aandoet en eindigt met twee opeenvolgende aankomsten op de Alpe d’Huez.
De ronde begint met een ploegentijdrit door de Catalaanse hoofdstad, gevolgd door twee heuvelachtige etappes met aankomsten op de Montjuïc en in Les Angles. Vooral die openingsdagen worden interessant voor klassementsrenners die meteen een statement willen maken. De korte klimmetjes en explosieve finales lenen zich voor tijdwinst in seconden, maar ook voor tactisch steekspel.
De eerste week biedt een gebalanceerde mix: zeven etappes lijken gemaakt voor de sprinters (5, 7, 8, 9, 11, 13 en 17), terwijl ritten naar Foix (4), Chalon-sur-Saône (12) en Parijs (21) eveneens in een massasprint kunnen eindigen – al zal het peloton onderweg genoeg heuvels tegenkomen om de controle te verliezen.
Daartegenover staan enkele selectieve etappes die de contouren van het klassement zullen vormen.
  • In etappe 6 wacht de eerste echte krachtmeting in de Pyreneeën, met de Col d’Aspin en de legendarische Col du Tourmalet, gevolgd door een aankomst bergop in Gavarnie-Gédre.
  • Etappe 10 voert naar Le Lioran in het Centraal Massief, over kort maar steil klimwerk waar explosieve renners kunnen toeslaan.
  • In etappe 14 rijden de renners de Vogezen in met een finish op Le Markstein, een kort maar lastig slot.
Na een dag rust bereikt de Tour zijn beslissende fase in de Alpen.
  • Etappe 15 eindigt op het Plateau de Solaison, een klim van het type dat klassementsverschillen in minuten kan opleveren.
  • Een week later volgen drie bergetappes die het lot van het geel zullen bepalen: Orcières-Merlette (18), gevolgd door twee aankomsten op Alpe d’Huez (19 en 20).
De negentiende etappe is kort en explosief met de Alpe als slotklim, terwijl etappe 20 geldt als de koninginnenrit van deze Tour: een monsterlijke dag van meer dan 5.000 hoogtemeters via de Col du Télégraphe, de Col du Galibier en de Col de la Sarenne voordat het peloton opnieuw de beroemde 21 bochten van de Alpe beklimt.

Etappes Tour de France 2026

EtappeAfstand (km)StartFinishStarttijd (CET)Finishtijd (CET)
1 (TTT)19,7BarcelonaBarcelona17:0519:15
2182TarragonaBarcelona13:4517:25
3196GranollersLes Angles12:1016:55
4182CarcassonneFoix13:1017:25
5158LannemezanPau14:0517:35
6186PauGavarnie-Gèdre12:2517:30
7175HagetmauBordeaux13:1517:15
8182PérigueuxBergerac13:1517:20
9185MalemortUssel13:3517:45
10167AurillacLe Lioran13:1017:10
11161VichyNevers13:5017:30
12181Circuit Nevers Magny-CoursChalon-sur-Saône13:3017:30
13205DoleBelfort13:0017:45
14184MulhouseLe Markstein Fellering13:1017:25
15169ChampagnolePlateau de Solaison13:1017:40
16 (ITT)26Évian-les-BainsThonon-les-Bains13:0017:50
17169ChambéryVoiron13:2017:18
18171VoironOrcières-Merlette12:3517:10
19130GapAlpe d'Huez14:0017:24
20110Le Bourg-d'OisansAlpe d'Huez11:2016:10
21132ThoiryParijs (Champs-Élysées)16:1519:30

Voorbeschouwing Tour de France 2026 - Etappe 2

Tadej Pogačar – UAE Team Emirates – XRG heeft vandaag tijd verloren, en daar zullen ze intern allesbehalve tevreden mee zijn – laat je niet misleiden door de ontspannen woorden van Pogačar. Die 12 seconden lijken op papier misschien beperkt, maar ze geven Jonas Vingegaard vertrouwen, extra geloof in eigen kunnen én de mogelijkheid om behoudender te koersen. Pogačar en UAE willen juist de koers controleren, zoals ze de voorbije twee jaar gewend waren. Daarom ligt een aanval voor de hand. De explosieve finale past de wereldkampioen uitstekend. Alles draait om de slotbeklimming, waar een inspanning van drie à vier minuten de verschillen kan maken. En zelfs als de verschillen klein blijven, kan een klein gaatje of een sprintzege al voldoende zijn om de gele trui van eigenaar te laten wisselen of de achterstand vrijwel volledig weg te werken. Isaac del Toro kan daarbij, naast de rest van de ploeg, een cruciale rol spelen in de voorbereiding van Pogačars aanval.
Jonas Vingegaard – Team Visma | Lease a Bike heeft precies bereikt waar het op hoopte. De ritzege én de gele trui zorgen voor een droomstart, waardoor de Deense ploeg nu in een ideale positie zit. Vingegaard hoeft simpelweg het wiel van Pogačar te volgen. Dat is precies wat hij moet doen. Dat hij de etappe wint, is lastig te voorspellen, maar een tweede plaats ligt absoluut binnen handbereik. We mogen een rechtstreeks duel tussen de klassementsrenners verwachten, waarbij Vingegaard nog altijd niet de renner is die zelf de gaten hoeft dicht te rijden wanneer anderen aanvallen. Als Pogačar probeert te bluffen, zal de Deen daar vermoedelijk niet in meegaan.
Ik verwacht dat dit een echte klassementsetappe wordt, waardoor alle favorieten vanaf het eerste moment scherp moeten zijn. Paul Seixas is misschien zelfs de enige renner die Pogačar kan volgen als die vol doortrekt. Kijk maar naar Luik-Bastenaken-Luik, waar de Fransman hem kon volgen op La Redoute, een klim die qua profiel sterk doet denken aan de slotbeklimming van morgen. Van de overige klassementsrenners verwacht ik dat eerlijk gezegd niet, althans onder normale omstandigheden.
Dat geldt ook voor Remco Evenepoel. De Belg voelt zich uitstekend op korte beklimmingen en beschikt over een laag gewicht, maar ik betwijfel of hij de explosiviteit heeft om een alles-of-niets-aanval van Pogačar te beantwoorden. Wel zou hij eerder in de etappe kunnen aanvallen. Een offensief halverwege het lokale circuit zou zijn rivalen kunnen verrassen en misschien wel één van zijn weinige kansen zijn om hen tactisch te slim af te zijn.
Voor de overige klassementsrenners is de opdracht duidelijk: overleven en zo hoog mogelijk finishen. Florian Lipowitz, Juan Ayuso, Mattias Skjelmose, Richard Carapaz, Lenny Martínez en Tobias Johannessen kunnen allemaal een uitstekende uitslag rijden, maar ze treffen hier simpelweg de allerbeste klimmers en explosieve renners ter wereld.

En de klassiekerspecialisten?

Als je het profiel bekijkt, zou je bijna denken dat dit een dag is voor de puncheurs. Uiteindelijk gaat het om een korte, explosieve inspanning, maar wel één waarop ook de beste klimmers ter wereld aan de start staan. Willen de klassieke renners kans maken, dan mag het tempo gedurende de etappe niet té hoog liggen en moet ook de eerste helft van de beklimming van Montjuïc relatief gecontroleerd worden afgewerkt.
Mathieu van der Poel zou op papier kunnen overleven en vervolgens meedoen om de ritzege in een sprint van een kleine groep. Maar als Pogačar op de slotbeklimming vol gas gaat en niet meer omkijkt, zal ook de Nederlander uiteindelijk genoegen moeten nemen met wat mogelijk is.
Er zijn echter enkele renners die mogelijk beter met zo'n scenario overweg kunnen. Renners die niet alleen explosief zijn, maar ook langere inspanningen uitstekend verteren. Tom Pidcock is met de steile percentages misschien wel het beste voorbeeld. Zijn vorm is nog enigszins een vraagteken, maar een aankomst als deze ligt hem perfect. Vorig jaar wist hij Vingegaard immers nog te lossen in een vergelijkbare finale.
Ook Romain Grégoire, die voor het eerst de Franse kampioenstrui draagt en vandaag al indruk maakte met zijn vorm, behoort tot de kanshebbers. Een ritzege van de Fransman zou zeker geen enorme verrassing zijn. Daarnaast zijn ook Ben Healy, Mauro Schmid, Mathias Vacek (al zal hij waarschijnlijk in dienst moeten rijden), Lennert Van Eetvelt en zelfs Valentin Paret-Peintre, die op jacht gaat naar etappezeges, namen om rekening mee te houden.

Voorspelling Tour de France 2026 - Etappe 2

*** Tadej Pogačar, Paul Seixas
** Jonas Vingegaard, Remco Evenepoel, Tom Pidcock, Romain Grégoire
  • Juan Ayuso, Florian Lipowitz, Richard Carapaz, Lenny Martínez, Tobias Johannessen, Mathieu van der Poel, Mauro Schmid, Isaac del Toro
Mijn favoriet: Tadej Pogačar
Scenario: Pogačar valt aan op de laatste beklimming van de Montjuïc en sprint vervolgens vanuit een zeer selecte groep naar de ritzege.

Etappe 2: Tarragona - Barcelona

profile tour de france 2026 stage 2
Etappe 2: Tarragona - Barcelona, 168,5 kilometer
De tweede etappe van de Tour de France vertrekt vanuit Tarragona en volgt in de eerste 85 kilometer grotendeels de Catalaanse kustlijn. Vervolgens zet het peloton koers richting Barcelona, waar aan de rand van de stad de eerste serieuze beklimming wacht: de Côte de Begues. Deze klim is ongeveer zes kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van zes procent en de top ligt op 74 kilometer van de finish. Hoewel deze beklimming op zichzelf niet beslissend zal zijn, vormt zij de opmaat naar een bijzonder explosieve finale.
Op papier lijkt dit een rit voor de klassieke punchers, maar in het moderne wielrennen behoren ook de meeste klassementsrenners tot de beste explosieve klimmers van het peloton. Daardoor belooft het, net als de openingsrit, opnieuw een belangrijke dag te worden voor het algemeen klassement.
Na de Côte de Begues bereiken de renners Barcelona, waar een lokaal circuit wacht dat veel weg heeft van het parcours uit de Ronde van Catalonië. Toch zijn er enkele belangrijke aanpassingen die de koers aanzienlijk kunnen beïnvloeden.
Tussen de passages over de beklimmingen is het vlakke gedeelte verlengd, waardoor de renners meer herstel krijgen. Dat verkleint de kans op aanvallen van ver, omdat de explosieve opeenvolging van beklimmingen minder zwaar doorweegt dan in de Volta a Catalunya.
Een tweede, en wellicht nog belangrijker verschil, zit in de beklimming naar het kasteel van Montjuïc. De top ligt op dezelfde plaats als tijdens de Ronde van Catalonië, maar de klim begint via een andere aanloop en is daardoor een stuk zwaarder. Waar normaal gesproken vooral de steile slotstroken het verschil maken, krijgen de renners nu een klim van 1,6 kilometer voorgeschoteld aan een gemiddeld stijgingspercentage van liefst 9,3 procent.
De steilste stroken lopen op tot maar liefst 13 procent. Daardoor hoeven de favorieten niet noodzakelijk te wachten tot de laatste honderden meters om hun aanval te plaatsen. Bovendien telt de eerste helft van de klim meerdere haarspeldbochten, waardoor een goede positionering van groot belang wordt en het eenvoudiger is om gaten te slaan of het peloton uiteen te trekken.
De beklimming van Montjuïc wordt afgewerkt met nog 27 en 15 kilometer te gaan, waarna de renners uiteindelijk drie keer over het lokale circuit trekken. Tijdens de laatste passage bereiken ze de top op slechts 2,5 kilometer van de finish.
Na een korte, snelle afdaling volgt direct de slotklim naar de meet. Die is op deze tweede etappe iets korter dan tijdens de ploegentijdrit, maar blijft met 600 meter aan een gemiddeld stijgingspercentage van 5,5 procent ideaal voor explosieve klimmers en punchers. Alles wijst erop dat de rit eindigt in een spectaculaire heuvelop sprint tussen de sterkste klassementsrenners en de beste explosieve afmakers van het peloton.

Etappe 3: Granollers - Les Angles

profile-tourdefrance2026stage3-6a302b797f86d
Etappe 3: Granollers - Les Angles, 195,9 kilometer
De derde etappe betekent het einde van het Spaanse avontuur en de eerste kennismaking met de Pyreneeën. De sprinters zullen daar weinig vrolijk van worden, want na twee lastige openingsritten wacht opnieuw een aankomst bergop. Het is nog geen echte hooggebergte-etappe, maar wel opnieuw een dag waarop de punchers en klassementsrenners de hoofdrol zullen opeisen.
Voor de snelle mannen is er slechts een kleine pleister op de wonde. Al vroeg in de etappe ligt een tussensprint, waar belangrijke punten voor het puntenklassement te verdienen zijn. Daarna rest hen vooral de opdracht om binnen de tijdslimiet de finish te halen, want een echte sprintkans laat nog enkele dagen op zich wachten.
Toch is het niet uitgesloten dat enkele sterke sprinters de schade weten te beperken en zich alsnog kunnen mengen in de strijd om een ereplaats.
Vanuit Granollers trekt het peloton noordwaarts richting de Franse grens. Onderweg liggen drie beklimmingen die bepalend kunnen zijn voor het koersverloop.
De eerste is de Col de Toses, een klim van 9,3 kilometer aan een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5 procent. De top ligt op 68 kilometer van de finish. Vooral de laatste kilometers, waar de percentages oplopen tot ongeveer negen procent, kunnen al voor flinke schifting zorgen.
Vervolgens wacht de Col du Calvaire, een beklimming van 11,4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van vier procent. De top ligt op 23 kilometer van de aankomst. Hoewel beide beklimmingen niet extreem zwaar zijn, kan een hoog tempo voldoende zijn om veel sprinters definitief uit de wedstrijd te rijden. Bovendien speelt ook de hoogte een rol, want beide cols reiken tot ongeveer 1.800 meter boven zeeniveau.
Na een korte heuvelpassage op twaalf kilometer van de finish krijgen de renners nog één kans om op adem te komen voordat de finale begint.
De slotklim naar Les Angles is geen loodzware Alpenreus, maar kan wel de eerste echte verschillen in het klassement opleveren. De laatste zeven kilometer lopen gemiddeld met drie procent omhoog, waardoor het tempo hoog zal blijven. Pas in de slotfase wordt het steiler: de laatste 1,7 kilometer kennen een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5 procent.
Door het relatief glooiende karakter van de klim lijken lange aanvallen weinig kans van slagen te hebben. De snelheid zal daarvoor simpelweg te hoog liggen. De verwachting is dan ook dat de favorieten hun kaarten pas in de laatste honderden meters op tafel leggen, waarbij timing, positionering en een explosieve eindsprint waarschijnlijk de doorslag zullen geven in de strijd om de dagzege én de eerste serieuze verschillen in het algemeen klassement.

Etappe 4: Carcassonne - Foix

profile-tourdefrance2026stage4-6a302b7966e80
Etappe 4: Carcassonne - Foix, 181,9 kilometer
De sprinters krijgen ook in de vierde etappe weinig cadeau. Het peloton trekt verder door de Pyreneeën en krijgt onderweg zo'n 2.700 hoogtemeters voorgeschoteld. Een sprint behoort tot de mogelijkheden, maar een klassieke massasprint lijkt uitgesloten.
Met 181 kilometer is de etappe qua afstand niet uitzonderlijk zwaar. De eerste dertig kilometer zijn vrijwel vlak, waardoor een vroege vlucht alle ruimte krijgt om zich te vormen voordat de weg omhoog begint te lopen.
Na een eerste reeks beklimmingen volgt op 93 kilometer van de start een tussensprint, vlak voordat de belangrijkste cols van de dag beginnen. Net als een dag eerder zijn die niet extreem zwaar, maar voor de sprinters vormen ze opnieuw een flinke uitdaging.
De eerste serieuze klim is de Col de Coudons, een beklimming van ruim tien kilometer aan een gemiddeld stijgingspercentage van 5,5 procent. De top ligt op 74 kilometer van de finish. Opvallend is dat er geen echte afdaling volgt; in plaats daarvan wacht een lang glooiend plateau.
De laatste beklimming van de dag is de Col de Montségur, 6,9 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,6 procent. De top ligt op 35 kilometer van de finish. Sommige sprinters zullen deze klim mogelijk overleven, maar het peloton staat voor een tactisch dilemma: een hoog tempo kan de sprinters lossen, maar kost ook veel energie van de knechten die later nodig zijn om eventuele aanvallen te neutraliseren.
Dat laatste is geen overbodige luxe, want vanaf de top richting de finish in Foix daalt het parcours bijna 700 hoogtemeters. De finale zal daardoor razendsnel verlopen. Bovendien ligt er op twaalf kilometer van de meet nog een korte heuvel, die een ideaal lanceerplatform kan vormen voor een late aanval.

Etappe 5: Lannemezan - Pau

profile-tourdefrance2026stage5-6a302b7942957
Etappe 5: Lannemezan - Pau, 158,3 kilometer
De vijfde etappe biedt de sprinters eindelijk hun eerste echte kans op ritwinst. De finish ligt op een vlak parcours in Pau, een stad die al jarenlang een vaste waarde is in de Tour de France. De rit start in Lannemezan en is met 158 kilometer relatief kort, maar zeker niet zo eenvoudig als het profiel op het eerste gezicht doet vermoeden.
Het grootste deel van de etappe verloopt over vlakke wegen. De tussensprint ligt op 45 kilometer van de finish, waarna het parcours licht heuvelachtig wordt. In die fase kunnen de positioneringsstrijd en eventuele aanvallen het peloton onder druk zetten.
Op 36, 31 en 26 kilometer van de finish wachten drie korte hellingen. Alleen de laatste is gecategoriseerd: een klim van één kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van bijna negen procent. Bij een hoog tempo kunnen hier verrassend veel sprinters in de problemen komen, terwijl er daarna weinig tijd overblijft om weer vooraan in het peloton terug te keren.
Na deze lastige fase vlakt het parcours volledig af richting Pau. Op de brede wegen naar de Place de Verdun krijgen de sprinttreinen de kans om de koers onder controle te brengen, waarna de snelle mannen normaal gesproken zullen strijden om de dagzege.

Etappe 6: Pau - Gavarnie-Gedré

profile-tourdefrance2026stage6-6a302b796ceae
Etappe 6: Pau - Gavarnie-Gedré, 186,2 kilometer
De zesde etappe is de eerste echte bergrit van deze Tour de France en tevens de enige rit door het hooggebergte in de eerste week. Zoals wel vaker in de Tour is de aanloop relatief vlak, zodat de sprinters niet direct vanaf de start onder zware druk komen te staan.
Na enkele korte heuvels begint het serieuze klimwerk pas na ongeveer 75 kilometer, kort na de tussensprint. Daarna draait alles om drie iconische beklimmingen: de Col d'Aspin, de Col du Tourmalet en de slotklim naar Gavarnie-Gèdre.
De Col d'Aspin is 12 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5 procent. De top ligt op 68 kilometer van de finish. Deze beklimming vormt traditioneel de opmaat naar de Tourmalet, de col die het vaakst is opgenomen in het parcours van de Tour de France.
De Col du Tourmalet is met 17,1 kilometer aan 7,3 procent een van de zwaarste beklimmingen van de wedstrijd. De renners beklimmen de berg via La Mongie. De combinatie van de constante steile percentages en de hoogte – de top ligt op 2.115 meter – maakt dit tot een van de meest uitdagende cols van de Tour.
Wie de koers wil openbreken, zal dat waarschijnlijk op de Tourmalet doen. Ook tactisch kan deze etappe interessant worden, aangezien vooruitgestuurde ploeggenoten uit de vroege vlucht later een belangrijke rol kunnen spelen bij aanvallen of juist ondersteuning kunnen bieden. De top van de Tourmalet ligt op 39 kilometer van de finish, waarna een lange en snelle afdaling volgt.
In Luz-Saint-Sauveur slaan de renners af richting Gavarnie. De slotklim naar Gavarnie-Gèdre is 18,7 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,7 procent. Op dergelijke lopende beklimmingen kunnen ploeggenoten van grote waarde zijn, omdat zij het tempo hoog kunnen houden of een aanval kunnen voorbereiden.
Hoewel de klim lang is, behoort hij niet tot de zwaarste uit het hooggebergte. De stijgingspercentages lopen nergens op tot meer dan zes à zeven procent. Bovendien is het een typische dalbeklimming, die grotendeels recht omhoog loopt. Daardoor zijn er weinig natuurlijke aanvalspunten en blijven concurrenten vrijwel voortdurend binnen elkaars zicht, wat het lastig maakt om echt grote verschillen te creëren.

Etappe 7: Hagetmau - Bordeaux

profile-tourdefrance2026stage7-6a302b7952ef7
Etappe 7: Hagetmau - Bordeaux, 175,1 kilometer.
Na de eerste bergetappe verlaat het peloton de Pyreneeën en zet het koers richting Bordeaux. Voor de sprinters begint hier eindelijk het gedeelte van de Tour waarin zij volop hun kansen kunnen grijpen. De zevende etappe voert over 175 kilometer van Hagetmau naar Bordeaux.
Het parcours is vrijwel volledig vlak. Onderweg ligt slechts één gecategoriseerde beklimming, maar die is zo eenvoudig dat zelfs de pure sprinters er normaal gesproken geen problemen mee zullen hebben. De top ligt op 38 kilometer van de finish, terwijl de tussensprint 55 kilometer voor de meet is gepland.
De etappe is vooral een overgangsrit die bijna volledig in noordelijke richting voert door het open binnenland van Frankrijk. Dit gebied staat bekend om de vaak hoge temperaturen en de kans op stevige zijwind, waardoor waaiervorming niet uitgesloten is.
De finish ligt langs de rivier in Bordeaux. De slotkilometers zijn breed en bevatten nauwelijks technische hindernissen, waardoor alles wijst op een klassieke massasprint waarin de snelste mannen van het peloton om de ritzege zullen strijden.

Etappe 8: Périgeux - Bergerac

profile-tourdefrance2026stage8-6a302b796e5fe
Etappe 8: Périgeux - Bergerac, 180,4 kilometer
De achtste etappe biedt opnieuw een uitgelezen kans voor de sprinters. Na een zware en heuvelachtige openingsweek krijgen de snelle mannen voor de tweede dag op rij een parcours voorgeschoteld dat vrijwel volledig in hun voordeel is. Alles wijst erop dat deze rit zal eindigen in een klassieke massasprint.
De etappe begint in Périgueux en finisht na 182 kilometer in Bergerac. De tussensprint ligt op 58 kilometer van de finish. Rond dat punt liggen ook twee korte gecategoriseerde beklimmingen, maar die zijn niet zwaar genoeg om de sprinters serieus in de problemen te brengen.
De finale is niet bijzonder technisch, maar ook geen lange rechte aanloop naar de finish. De route vermijdt het drukke stadscentrum en eindigt in een parkachtige omgeving. Daardoor blijft een goede positionering in de laatste kilometers van groot belang, al lijkt niets een sprint om de dagzege in de weg te staan.

Etappe 9: Malemort - Ussel

profile-tourdefrance2026stage9-6a302b79656b2
Etappe 9: Malemort - Ussel, 185,9 kilometer
De negende etappe van Malemort naar Ussel is een overgangsrit, maar wel een van de meest onvoorspelbare van de eerste Tourweek. Op de tweede zondag trekt het peloton richting het Massif Central voor een etappe die op papier ideaal is voor de vroege vluchters.
Over 185 kilometer krijgen de renners ongeveer 3.300 hoogtemeters voorgeschoteld, zonder dat er één echt zware beklimming in het parcours zit. De voortdurend golvende wegen zijn typerend voor deze regio en zorgen vaak voor een grillig koersverloop. Door de opeenvolging van korte hellingen stapelt de vermoeidheid zich geleidelijk op, waardoor tactiek een nog grotere rol speelt dan in een gemiddelde etappe.
Vanaf de eerste kilometer loopt de weg al licht omhoog. Zowel de gecategoriseerde als de niet-gecategoriseerde hellingen kennen stijgingspercentages van drie tot vijf procent. Dat maakt het terrein niet alleen geschikt voor klimmers, maar ook voor sterke klassieke renners en krachtige allrounders.
Het parcours is bovendien lastig te controleren. Daardoor is de kans groot dat een omvangrijke kopgroep de ruimte krijgt, terwijl ook klassementsrenners kunnen proberen mee te springen als geen enkele ploeg de verantwoordelijkheid wil nemen om de hele dag op kop van het peloton te rijden.
Onderweg liggen vier gecategoriseerde beklimmingen. De belangrijkste zijn de Suc au May (3,8 kilometer aan 7,7 procent), waarvan de top op 80 kilometer van de finish ligt, en de Côte de la Croix du Pey (4,8 kilometer aan zes procent), met de top op 56 kilometer van de aankomst. Hier zullen de klimmers in de kopgroep proberen het tempo op te voeren om de groep uit te dunnen en de minder explosieve renners te lossen.
De laatste 55 kilometer blijven voortdurend op en neer gaan. Bij Mont Bessou wacht nog een korte gecategoriseerde klim van 900 meter aan zeven procent. Hoewel daar verschillen kunnen ontstaan, is de beklimming waarschijnlijk niet zwaar genoeg om de koers volledig open te breken.
Na de top, op 24 kilometer van de finish, volgt een lange afdaling die van grote invloed kan zijn op het koersverloop. Voorsprongen kunnen daar verder worden uitgebouwd, terwijl de koplopers ook even kunnen herstellen voor de slotfase.
In de laatste vijftien kilometer liggen nog twee korte heuvels. Uiteindelijk zal de etappe waarschijnlijk worden beslist door de sterkste benen, slimme tactiek en de samenstelling van de kopgroep. Een sprint van een kleine groep is mogelijk, maar een aanval in de finale lijkt een realistischer scenario.

Etappe 10: Aurillac - Le Lioran

profile-tourdefrance2026stage10-6a302b797cc46
Etappe 10: Aurillac - Le Lioran, 166.6 kilometer
Op de Franse nationale feestdag, Quatorze Juillet, trekt het peloton het Massif Central in voor een zware heuvelrit. Juist in deze finale leverden Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard in 2024 nog een memorabel duel af.
Hoewel de etappe geen echte hooggebergterit is, is ze aanzienlijk zwaarder dan de dag ervoor en beter geschikt voor klimmers. Over het 161 kilometer lange parcours moeten de renners ongeveer 3.800 hoogtemeters overwinnen. De eerste kilometers zijn vlak, maar daarna volgt een bijzonder zware finale waarin vrijwel voortdurend moet worden geklommen.
Na een vroege tussensprint begint het klimwerk. In minder dan 100 kilometer liggen liefst zeven gecategoriseerde beklimmingen, waaronder hellingen van 3 kilometer aan 7,2 procent, 5,9 kilometer aan 6,7 procent, 3,1 kilometer aan 6,5 procent en 5,2 kilometer aan 5,3 procent.
De echte finale begint op de Pas de Peyrol, een beklimming van 7,8 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,8 procent. De top ligt op iets meer dan 30 kilometer van de finish. Na de zware opeenvolging van beklimmingen kan hier een aanval van de klassementsrenners het peloton definitief uit elkaar slaan.
Na een technische afdaling volgt direct de Col de Perthus, met 4,4 kilometer aan gemiddeld 8,5 procent de steilste en misschien ook zwaarste klim van de dag. De top ligt op 13 kilometer van de finish.
Na een korte afdaling wacht nog één laatste beklimming: de Col de Font de Cère. Deze klim is 3,1 kilometer lang aan 5,8 procent en eindigt op slechts 2,7 kilometer van de finish.
Vanaf de top is het nog een korte afdaling richting Le Lioran, waar de renners opnieuw finishen op dezelfde licht oplopende aankomst waar Pogačar en Vingegaard twee jaar geleden sprintten om de ritzege.

Etappe 11: Vichy - Nevers

profile-tourdefrance2026stage11-6a302b7962508
Etappe 11: Vichy - Nevers, 161,3 kilometer
De elfde etappe biedt het peloton na de zware ritten in het Massif Central een relatief eenvoudige dag. Het parcours is volledig vlak en lijkt op maat gemaakt voor de sprinters.
De rit start in Vichy en voert over 161 kilometer naar Nevers. Al na 27 kilometer wacht de tussensprint, waardoor de strijd om de groene trui al vroeg op de dag losbarst.
Verder zijn er geen gecategoriseerde beklimmingen, waardoor een massasprint het meest waarschijnlijke scenario is. Ook de finale in Nevers is overzichtelijk. De laatste kilometers bevatten slechts enkele flauwe bochten en vermijden het stadscentrum, waardoor de aanloop naar de finish relatief veilig is. Alles wijst erop dat de sprintersploegen deze etappe volledig zullen controleren en dat de snelste mannen opnieuw om de ritzege én belangrijke punten voor het puntenklassement zullen strijden.

Etappe 12: Circuit van Magny-Cours (Nevers) - Chalon-sur-Saone

profile-tourdefrance2026stage12-6a302b7977537
Etappe 12: Magny-Cours Circuit (Nevers) - Chalon-sur-Saone, 179,1 kilometer.
De twaalfde etappe biedt de sprinters opnieuw een uitstekende kans om voor de ritzege te strijden. De rit begint in Nevers, met een symbolische start op het circuit van Magny-Cours, en kent een relatief eenvoudig parcours.
Al vroeg in de etappe ligt de tussensprint. Verder zijn er drie gecategoriseerde beklimmingen, maar die lijken sterk op elkaar: stuk voor stuk ongeveer twee kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van vier procent. De laatste klim eindigt op 24 kilometer van de finish. Hoewel die de finale enigszins kan beïnvloeden, is hij normaal gesproken niet zwaar genoeg om de sprinters in de problemen te brengen.
Na 179 kilometer bereiken de renners de finish in Chalon-sur-Saône. De route voert de hele dag in oostelijke richting. In de slotfase door de stad wachten enkele lastige bochten binnen de laatste tien kilometer, waardoor positionering opnieuw van groot belang wordt.
De combinatie van een vlak parcours en relatief frisse benen na de eenvoudige etappe belooft een snelle en nerveuze finale, waarin de sprinttreinen alles op alles zullen zetten om hun kopman in ideale positie af te leveren.

Etappe 13: Dole - Belfort

profile-tourdefrance2026stage13-6a302b797b430
Etappe 13: Dole - Belfort, 205,8 kilometer
De dertiende etappe voert het peloton in noordoostelijke richting naar de Vogezen en belooft een bijzonder interessante koersdag te worden. Op papier lijkt het een ideale etappe voor een vroege vlucht, al zijn er verschillende scenario's denkbaar. De rit start in Dole en is met 205 kilometer de langste etappe van deze Tour de France. Bovendien is het de enige rit van deze editie die de grens van 200 kilometer overschrijdt.
Het grootste deel van de etappe verloopt over vlakke wegen. Pas in de laatste 75 kilometer wordt het parcours echt selectief. Tot dat moment zijn er geen noemenswaardige beklimmingen of tussensprints.
De finale begint met de Col des Croix, een klim van 5,1 kilometer aan een gemiddeld stijgingspercentage van 4,8 procent. De top ligt op 48 kilometer van de finish. Daarna volgt de beklimming van de Ballon d'Alsace, 8,9 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9 procent. Dat is een serieuze klim waarop de klassementsrenners eventueel de koers kunnen openen.
Als er geen aanvallen van de favorieten komen, kan een uitgedund peloton de Ballon d'Alsace ook gezamenlijk oversteken, waarna een ploeg met een sterke puncheur of sprintende klimmer de controle kan behouden. Toch beschikken maar weinig renners over dat profiel, waardoor de kans groot is dat veel klimmers en punchers hun geluk al vroeg in de vlucht zoeken.
De top van de Ballon d'Alsace ligt op 30 kilometer van de finish. Daarna volgt een afdaling van ongeveer twaalf kilometer. De laatste achttien kilometer richting Belfort zijn grotendeels vlak, maar lopen licht af, waardoor de snelheid hoog zal liggen en achtervolgen bijzonder lastig wordt.
Daardoor zijn verschillende scenario's mogelijk: een succesvolle vlucht, een sprint van een uitgedund peloton of zelfs een aanval van de klassementsrenners.

Etappe 14: Mulhouse - Markstein

profile-tourdefrance2026stage14-6a302b797708c
Etappe 14: Mulhouse - Le Markstein, 155,3 kilometer
De veertiende etappe speelt zich volledig af in de Vogezen en is met 155 kilometer relatief kort, maar bijzonder zwaar. De renners blijven de hele dag in een gebied waar onregelmatige beklimmingen en technische afdalingen elkaar voortdurend afwisselen. Een verraderachtige rit waarin de Tour na een week opnieuw het hooggebergte opzoekt.
De start is in Mulhouse en het klimwerk begint vrijwel direct. Meteen wacht de Grand Ballon, een beklimming van 21,5 kilometer aan gemiddeld bijna vijf procent. Dat gemiddelde wordt echter gedrukt door een afdaling halverwege de klim. De laatste zes kilometer zijn aanzienlijk zwaarder en lopen gemiddeld aan acht procent omhoog. Vanaf de top is de finish al bijna zichtbaar, maar eerst wacht nog een lange lus door de Vogezen.
Vervolgens krijgen de renners de Col du Page en de Ballon d'Alsace voorgeschoteld. Deze beklimmingen zullen de vermoeidheid verder doen oplopen, maar lijken niet direct de plaats waar de koers beslist zal worden.
Na een overgangsfase volgt de beslissende beklimming van de dag: de Col du Haag. Deze nieuwe klim in het Tourparcours is 11,2 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,3 procent, maar kent een grillig karakter. Zowel in het begin als aan het einde lopen de percentages op tot ongeveer tien procent, terwijl halverwege een vlakker gedeelte voor kort herstel zorgt.
De top van de Col du Haag ligt op slechts zes kilometer van de finish. Daarna volgt een kort, vrijwel vlak plateau richting de aankomst in Le Markstein, waar de strijd om de ritzege en mogelijk ook het algemeen klassement beslist zal worden.

Etappe 15: Champagnole - Plateau de Solaison

profile-tourdefrance2026stage15-6a302b79757f8
Etappe 15: Champagnole - Plateau de Solaison, 183,9 kilometer
De vijftiende etappe brengt het peloton naar de Alpen en sluit de tweede Tourweek af met twee bijzonder steile beklimmingen. Hoewel de finale vrijwel zeker op de slotklim wordt beslist, mag een spectaculaire strijd om het algemeen klassement worden verwacht.
De rit begint in Champagnole en telt 183 kilometer. Onderweg staan enkele beklimmingen op het programma, waarvan de Col de la Croisette de eerste serieuze scherprechter is. Deze klim is 4,6 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van maar liefst 11 procent. De top ligt op 50 kilometer van de finish. Door de zware slotklim zal deze beklimming waarschijnlijk niet beslissend zijn, maar het is wel een helling waarop het peloton flink kan uitdunnen. Kort daarna volgt ook nog de Côte du Mont, 2,1 kilometer aan 8,3 procent, die de vermoeidheid verder zal vergroten.
Na de afdaling bereiken de renners Thuet, waar de slotklim begint. Deze beklimming werd eerder dit seizoen al opgenomen in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes en geldt als een van de zwaarste aankomsten bergop van deze Tour.
De klim naar het Plateau de Solaison is 11,3 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van negen procent. Vooral het begin is bijzonder steil, waardoor de pure klimmers hier hun kans kunnen grijpen. Op een beklimming als deze is het vrijwel onmogelijk om je te verschuilen. Wie niet over de beste benen beschikt, zal onvermijdelijk tijd verliezen. Daarmee vormt deze slotklim een van de belangrijkste afspraken voor de klassementsrenners in de tweede Tourweek.

Etappe 16 (ITT): Evian-les-Bains - Thonon-les-Bains

profile-tourdefrance2026stage16-6a302b793736a
Etappe 16: Evian-les-Bains - Thonon-les-Bains, 26,1 kilometer
De zestiende etappe is de enige individuele tijdrit van deze Tour de France, maar het parcours is allesbehalve gemaakt voor de pure tijdrijders. De organisatie heeft bewust gekozen voor een heuvelachtig chronoparcours, nadat de ronde ook al begon met een heuvelachtige ploegentijdrit. Door de relatief korte afstand zullen de tijdsverschillen bovendien beperkt blijven.
De tijdrit start in Évian-les-Bains en begint direct met een klim van tien kilometer. De Côte de Larringes is gemiddeld 4,3 procent steil en halverwege de beklimming ligt een tussenpunt. Door de relatief milde stijgingspercentages zal er met hoge snelheid worden gereden, waardoor aerodynamica nog altijd een belangrijke rol speelt.
Na de top volgt een snelle en op sommige plaatsen technische afdaling. Dat vraagt extra stuurvaardigheid, zeker omdat de renners deze afdalingen op hun tijdritfiets moeten afwerken.
Pas in de laatste acht kilometer, eenmaal in Thonon-les-Bains, wordt het parcours vlak. Ook dat gedeelte is echter technisch, met meerdere bochten en zonder lange rechte stukken waarop de echte tijdritspecialisten normaal gesproken het verschil kunnen maken. Daardoor lijkt deze tijdrit vooral in het voordeel van de complete klassementsrenners uit te vallen.

Etappe 17: Chambery - Voiron

profile-tourdefrance2026stage17-6a302b797585a
Etappe 17: Chambery - Voiron, 174,7 kilometer
De zeventiende etappe start in Chambéry, een van de belangrijkste steden in de Franse Alpen, en biedt een interessant parcours. Op papier lijkt dit een rit voor de sprinters, mogelijk zelfs hun laatste echte kans op ritwinst, maar de openingsfase maakt het een stuk minder voorspelbaar.
In de eerste 50 kilometer overbruggen de renners zo'n 900 hoogtemeters via drie gecategoriseerde beklimmingen. De zwaarste daarvan is de Col des Prés, een klim van 3,5 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van bijna zeven procent. Zeker in de laatste Tourweek zal de strijd om een plek in de vroege vlucht hier ongetwijfeld losbarsten.
Hoewel de etappe als geheel niet extreem zwaar is, kan een sterke kopgroep lastig terug te halen zijn. De rit eindigt na 174 kilometer in Voiron, waar ook de finale allesbehalve eenvoudig is.
Op iets meer dan drie kilometer van de finish wacht nog een klim van 2,5 kilometer aan gemiddeld vier procent. Als de vroege vlucht nog vooruit is, kan hier de beslissende aanval worden geplaatst. Mocht het peloton nog om de zege strijden, dan kunnen sommige sprinters op deze helling in de problemen komen en liggen ook late aanvallen voor de hand.
De slotmeters lopen bovendien nog licht omhoog, waardoor een klassieke massasprint weinig waarschijnlijk lijkt. De etappe is vooral in het voordeel van sterke sprinters en punchers die de beklimmingen goed weten te verteren.

Etappe 18: Voiron - Orcieres-Merlette

profile-tourdefrance2026stage18-6a302b7961957
Etappe 18: Voiron - Orcieres-Merlette, 185,2 kilometer
De achttiende etappe luidt het slotblok in het hooggebergte in, maar lijkt op papier vooral een uitgelezen kans voor de vluchters. De klassementsrenners zullen waarschijnlijk hun krachten sparen, aangezien de aankomst bergop in Orcières-Merlette vermoedelijk niet zwaar genoeg is om grote verschillen in het algemeen klassement te veroorzaken.
De rit begint in Voiron met een vlakke aanloop, maar al snel barst de strijd om de vroege vlucht los op de Côte d'Engins. Deze beklimming is 11,4 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,4 procent. Ook na de top blijft het parcours oplopen, waardoor de verwachting is dat zich al vroeg een sterke kopgroep vormt.
De etappe blijft vervolgens de hele dag door de Alpen slingeren, over een aaneenschakeling van golvende wegen en middelzware beklimmingen. Hoewel de route volledig door de Alpen voert, worden de echt grote cols bewust vermeden. Na 185 kilometer wacht de aankomst bergop in Orcières-Merlette.
De slotklim is 7,1 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 6,7 procent. De beklimming doet qua karakter denken aan een kleinere versie van Alpe d'Huez, met meerdere haarspeldbochten die kansen bieden voor aanvallen. Omdat het tempo waarschijnlijk niet constant zal liggen, kunnen juist de explosieve klimmers hier proberen het verschil te maken.

Etappe 19: Gap - Alpe d'Huez

profile-tourdefrance2026stage19-6a302b795e382
Etappe 19: Gap - Alpe d'Huez, 127,9 kilometer
De negentiende etappe brengt het peloton terug naar een van de meest iconische beklimmingen uit de wielergeschiedenis: Alpe d'Huez. Met slechts 128 kilometer is dit bovendien een van de kortste ritten van deze Tour, wat vrijwel garant staat voor een explosieve koers.
De etappe start in Gap en begint direct met stevig klimwerk. Binnen de eerste 25 kilometer moeten de renners al de Col Bayard en de Col du Noyer over, waardoor de strijd om de vroege vlucht meteen volop zal losbarsten.
Na deze openingsfase volgt een lange vallei richting de finale. Onderweg ligt nog een tussensprint in Le Périer, op 39 kilometer van de finish. Kort daarna wacht de Col d'Ornon, een beklimming van 5,4 kilometer aan gemiddeld 6,4 procent. De top ligt op 28 kilometer van de aankomst.
Daarna draait alles om de slotklim naar Alpe d'Huez. De legendarische beklimming is 13,8 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 8,1 procent. Met zijn beroemde haarspeldbochten en duizenden enthousiaste toeschouwers vormt de klim opnieuw het decor voor een van de hoogtepunten van deze Tour.
Door de korte etappe en de zware slotklim mogen de klassementsrenners vanaf de eerste kilometers vol gas rijden. Op Alpe d'Huez kunnen de grootste verschillen van de slotweek worden gemaakt en zullen de beste klimmers opnieuw tot het uiterste moeten gaan.

Etappe 20: Le Bourg d'Oisans - Alpe d'Huez

profile-tourdefrance2026stage20-6a302b796e853 (1)
Etappe 20: Le Bourg d'Oisans - Alpe d'Huez, 170,9 kilometer
De twintigste etappe is zonder twijfel de koninginnenrit van deze Tour de France. Hoewel de afstand relatief beperkt is, krijgen de renners liefst 5.600 hoogtemeters voorgeschoteld. De Tourorganisatie heeft gekozen voor een meedogenloze bergetappe die het algemeen klassement op de voorlaatste bergrit nog volledig op zijn kop kan zetten.
Het parcours bevat alles wat een echte Alpenklassieker nodig heeft: lange beklimmingen, steile percentages, passages boven de 2.000 meter en een finale op de legendarische Alpe d'Huez, ditmaal via een andere zijde dan gebruikelijk.
Van een rustige aanloop is geen sprake. Al na tien kilometer begint de beklimming van de Col de la Croix de Fer. Deze klim is 24 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,2 procent. Door twee korte afdalingen oogt het gemiddelde relatief laag, maar grote delen van de klim lopen rond de acht procent. De top ligt op ruim 2.000 meter hoogte.
Na de afdaling wacht direct de volgende reus: de Col du Galibier, die wordt beklommen via de Col du Télégraphe. Eerst moeten de renners de Télégraphe over, een klim van 11,9 kilometer aan gemiddeld zeven procent. Na een korte afdaling volgt de eigenlijke Galibier: 17,7 kilometer aan 6,9 procent. Ook hier liggen de meeste kilometers rond de acht procent en stijgt de weg tot 2.642 meter boven zeeniveau.
Na bijna drie weken koers kan deze beklimming enorme verschillen veroorzaken. Renners die niet meer over hun beste benen beschikken, lopen hier het risico volledig door het ijs te zakken. De koers kan al op ruim zestig kilometer van de finish openbreken.
Na een snelle afdaling volgt de Col de Sarenne. Deze beklimming werd in 2013 voor het eerst opgenomen in de Tour en wordt nu voor het eerst als aanloop naar een etappefinish beklommen. De klim is 12,8 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,3 procent en bereikt een hoogte van 1.999 meter. Op zichzelf is het al een zware klim, maar na de Croix de Fer en de Galibier wordt hij nog veel zwaarder.
Na de top resten nog 24 kilometer tot de finish. Eerst volgt een afdaling en een kort golvend tussenstuk, waarna de renners de flanken van Alpe d'Huez bereiken. De slotfase bestaat uit de laatste 3,8 kilometer van de beroemde klim, met een gemiddeld stijgingspercentage van zes procent. Daarmee krijgt de zware Alpenweek een waardige en spectaculaire afsluiting, waarin de strijd om de gele trui definitief beslist kan worden.

Etappe 21: Thoiry Zoo Safari - Parijs (Champs-Élysées)

profile-tourdefrance2026stage21-6a302b796e2cd
Etappe 21: Thoiry Zoo Safati - Parijs (Champs-Élysées), 133 kilometer
De slotetappe van de Tour de France eindigt traditiegetrouw in Parijs, maar belooft opnieuw meer spektakel dan de klassieke ceremoniële sprintetappe. De rit start bij Thoiry ZooSafari en voert via de buitenwijken van de Franse hoofdstad naar het plaatselijke parcours in het centrum van Parijs.
Op 89 kilometer van de finish wacht al een eerste helling van 700 meter aan gemiddeld tien procent. Dat kan het moment zijn waarop de koers echt losbarst, al is het ook mogelijk dat het peloton pas bij aankomst in Parijs de strijd aangaat.
Vlak voor de laatste tien kilometer ligt nog een tussensprint. Daarna volgen drie ronden over een lokaal circuit waarin opnieuw de kasseiklim naar de Butte Montmartre is opgenomen, de beklimming die wereldberoemd werd tijdens de Olympische Spelen van 2024.
Het circuit is ten opzichte van vorig jaar aangepast om de sprinters iets meer kansen te geven, maar de klim naar Montmartre blijft een belangrijke scherprechter. De top ligt op iets meer dan tien kilometer van de finish. De smalle kasseistrook en de steile percentages zijn lastig genoeg om het peloton uiteen te trekken en bieden aanvallers een uitstekende kans om vooruit te blijven.
Toch behoort ook een sprint van een uitgedund peloton tot de mogelijkheden, mits de achtervolgende ploegen erin slagen de aanvallen op tijd te neutraliseren. Daarmee lijkt de Tour ook op de slotdag nog een aantrekkelijke en onvoorspelbare finale te krijgen.

Voorbeschouwing Algemeen Klassement Tour de France 2026

Met de start van de Tour de France in aantocht draait alles om de strijd om het algemeen klassement. Hoewel veel ogen vanzelfsprekend gericht zijn op Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard, staan ook enkele opkomende talenten en outsiders klaar om zich in de kijker te rijden. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste kanshebbers.
Tadej Pogacar begint als dé topfavoriet aan de Tour de France. De Sloveense titelverdediger liet tijdens de Ronde van Zwitserland zien dat hij volledig op schema ligt en opnieuw over een uitzonderlijk klimniveau beschikt. De gewijzigde voorbereiding en de blessure van zijn partner Urska Zigart waren niet ideaal, maar sportief gezien heeft Pogačar precies gedaan wat nodig was. Zijn klimprestaties van de afgelopen twee seizoenen waren ongeëvenaard en als hij dat niveau opnieuw haalt, wacht de concurrentie een loodzware opgave.
Ook ploeggenoot Isaac del Toro kan uitgroeien tot een van de revelaties van deze Tour. De Mexicaan bewees met zijn eindzege in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes dat hij klaar is voor het hoogste niveau. Zijn explosiviteit, veelzijdigheid en indrukwekkende klimcapaciteiten leverden hem al de bijnaam 'mini-Pogacar' op. Een podiumplaats in Parijs behoort zeker tot de mogelijkheden.
Jonas Vingegaard verschijnt zonder de druk waarmee hij de afgelopen jaren aan de Tour begon. De Deen schreef in mei overtuigend de Giro d'Italia op zijn naam en kan zich daardoor volledig richten op zijn ultieme doel: de gele trui in Parijs.
Mentaal zou dat hem zelfs een klein voordeel kunnen geven ten opzichte van Pogacar. Bovendien bewees de Sloveen in 2024 dat een Giro-Tour-combinatie niet ten koste hoeft te gaan van de vorm. Vingegaard zal hopen op een vergelijkbaar scenario. Ondanks de nodige blessureproblemen beschikt zijn ploeg opnieuw over voldoende kwaliteit en veelzijdigheid om de koers op ieder terrein hard te maken. De Deen heeft bovendien al meerdere keren bewezen dat hij als enige structureel in de buurt kan komen van het niveau van Pogacar in een grote ronde.
Misschien wel de grootste wildcard voor het klassement is Paul Seixas. Op basis van zijn klimvermogen behoort de negentienjarige Fransman zonder twijfel tot de grootste talenten van het peloton. Zijn wattages suggereren zelfs dat hij op goede dagen kan wedijveren met Pogacar en Vingegaard.
Toch blijft zijn eerste grote ronde een enorme stap. Drie weken koersen is iets totaal anders dan eendaagse wedstrijden of kortere rittenkoersen. Zijn leeftijd vormt dan ook de grootste onzekerheid. Slaagt Seixas erin om drie weken constant te presteren, dan kan hij niet alleen meestrijden om een podiumplaats, maar ook een nieuwe Franse klassementsleider lanceren. Zijn kwaliteiten beperken zich bovendien niet tot het klimmen: hij daalt uitstekend, rijdt sterke tijdritten en beschikt over een explosieve versnelling.
Red Bull - BORA - hansgrohe trekt met een bijzonder sterke formatie naar de Tour. Remco Evenepoel krijgt ondersteuning van Florian Lipowitz én voormalig Giro-winnaar Jai Hindley.
Evenepoel sprak de afgelopen weken vol vertrouwen over zijn voorbereiding. Sinds mei werkte hij volledig gericht toe naar de Tour en begint hij mogelijk frisser dan veel van zijn concurrenten. Op zijn beste niveau behoort de Belg zonder twijfel tot de favorieten voor het podium. Zijn klimcapaciteiten zijn indrukwekkend en zijn veelzijdigheid maakt hem op vrijwel ieder terrein gevaarlijk.
Lipowitz is een heel ander type renner. Waar Evenepoel uitblinkt in explosiviteit, voelt de Duitser zich juist thuis op lange beklimmingen. Dat kan de ploeg tactische mogelijkheden bieden, al kunnen vergelijkbare ambities ook voor interne spanningen zorgen. Eén ding lijkt zeker: Red Bull - BORA - hansgrohe neemt geen genoegen met alleen een podiumplaats.
Remco Evenepoel steekt zijn handen in de lucht op het podium.
Remco Evenepoel tijdens Luik-Bastenaken-Luik 2026
Op papier is Juan Ayuso de kopman van Lidl-Trek, maar Mattias Skjelmose biedt de ploeg een aantrekkelijk alternatief. Ayuso lijkt dit seizoen herboren en hervond zowel zijn motivatie als zijn topvorm. Als hij het niveau van de Tour Auvergne-Rhône-Alpes weet vast te houden, mag hij serieus dromen van een podiumplaats.
Skjelmose kan zich richten op etappezeges, maar ook een klassement rijden. De Deen is misschien niet de allerbeste klimmer van het peloton, maar beschikt over een zeer compleet profiel en kan zich uitstekend handhaven in het hooggebergte. Die flexibiliteit maakt Lidl-Trek tactisch bijzonder gevaarlijk.
Tom Pidcock bewees tijdens de vorige Vuelta a España dat hij ook in een grote ronde een goed klassement kan rijden. Toch blijft de vraag welke rol hij deze Tour zal kiezen.
De Brit is geen pure klimmer, maar eerder een klassieke renner die uitstekend over heuvelachtig terrein en technische afdalingen rijdt. In de zwaarste bergetappes zal hij waarschijnlijk tijd verliezen, maar op explosieve aankomsten of etappes met veel afdalingen kan hij juist het verschil maken. Veel zal afhangen van zijn niveau ten opzichte van de andere klassementsrenners. Blijkt een topklassering haalbaar, dan zal hij die kans grijpen. Zo niet, dan lijken ritzeges een logischer doel.
INEOS Grenadiers begint met meer vragen dan antwoorden aan de Tour. De afwezigheid van Oscar Onley is een forse tegenvaller en een gelijkwaardige vervanger heeft de Britse formatie niet.
Kévin Vauquelin kampte onlangs met ziekte en het is onzeker of hij in topvorm aan de start verschijnt. Carlos Rodríguez beschikt bovendien niet over hetzelfde profiel als Onley. Daarnaast staan ook Thymen Arensman en Egan Bernal aan de start na hun Giro d'Italia, maar vermoedelijk niet met uitgesproken klassementsambities. INEOS beschikt over meerdere kaarten om uit te spelen, maar het blijft voorlopig onduidelijk welke strategie de ploeg zal volgen.
Naast de grote favorieten zijn er nog diverse renners die hopen zich in de strijd om het algemeen klassement te mengen. Tobias Johannessen en Cian Uijtdebroeks maakten tijdens de Tour Auvergne-Rhône-Alpes een uitstekende indruk en lijken klaar om een rol van betekenis te spelen.
Ook Lenny Martínez en Richard Carapaz arriveerden in uitstekende vorm na de Ronde van Zwitserland. Beiden zijn pure klimmers, maar kunnen er onderweg ook voor kiezen om zich te richten op etappezeges of de bolletjestrui.
Verder verdienen ook Antonio Tiberi, Harold Tejada, Valentin Paret-Peintre en Ilan Van Wilder een vermelding. Zij lijken vooral te mikken op een plaats in de top tien en willen bewijzen dat zij over de kwaliteiten beschikken om in een drieweekse ronde een sterk klassement neer te zetten.

Voorspelling Algemeen Klassement Tour de France 2026

*** Tadej Pogacar
** Jonas Vingegaard
* Paul Seixas, Remco Evenepoel, Florian Lipowitz, Juan Ayuso, Tom Pidcock, Lenny Martínez, Tobias Johannessen, Richard Carapaz, Cian Uijtdebroeks
Onze winnaar: Tadej Pogacar

Voorspelling puntenklassement Tour de France 2026

Ook de klassiekerspecialisten zullen in deze Tour de France volop hun kansen ruiken. Renners als Mathieu van der Poel, Ben Healy, Romain Grégoire en Mauro Schmid beschikken over de kwaliteiten om de heuvelachtige etappes open te breken en zullen ongetwijfeld regelmatig deel uitmaken van gevaarlijke vroege vluchten.
In de tijdritten is Filippo Ganna de grote uitdager van de klassementsrenners. De Italiaan behoort nog altijd tot de absolute wereldtop tegen de klok en zal mikken op ritwinst, terwijl hij tegelijkertijd de favorieten voor het algemeen klassement onder druk kan zetten.
De massasprints beloven eveneens spektakel. Jasper Philipsen, Tim Merlier en Olav Kooij gelden als de voornaamste kandidaten voor de ritzeges op de vlakke aankomsten. Daarnaast zorgen ook Biniam Girmay, Mads Pedersen en Soren Waerenskjold voor extra concurrentie. Op de licht heuvelachtige sprintetappes mogen bovendien Arnaud De Lie en Michael Matthews niet worden onderschat. Met zoveel verschillende types sprinters en klassieke renners lijkt vrijwel iedere sprintetappe garant te staan voor een boeiende strijd om de dagzege.
*** Jasper Philipsen, Tim Merlier
** Mads Pedersen, Olav Kooij
* Biniam Girmay, Soren Waenreksjold
Onze keuze: Jasper Philipsen
Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard met elkaar in duel.
Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard in actie tijdens de Tour de France 2025.

Voorbeschouwing etappe 1 Tour de France 2026

INEOS - INEOS lijkt veel nadruk te hebben gelegd op de openingsrit van deze Tour. De Britse ploeg begint de ronde weliswaar zonder uitgesproken klassementsleider na een moeizame aanloop, maar beschikt over een selectie die zowel op ritzeges als op de eerste gele trui kan mikken.
Op de vlakke stroken vormen Filippo Ganna en de herstelde Joshua Tarling een ijzersterk duo, terwijl ook Thymen Arensman en Tobias Foss uitstekend uit de voeten kunnen voordat de klim begint. Zwakke schakels lijken er nauwelijks te zijn. Wel ontbreekt misschien een echte klimmer die in de slotkilometer het verschil kan maken. Kévin Vauquelin zou daarvoor de ideale renner zijn, al is het de vraag hoe goed zijn vorm momenteel is. In een ploegentijdrit waarin seconden het verschil maken, behoort INEOS zeker tot de favorieten, al zal het bijzonder nipt worden.
Visma - Kan Visma direct op de eerste dag toeslaan en Tadej Pogacar meteen een psychologische tik uitdelen? De Nederlandse formatie zal daar ongetwijfeld op mikken en bewees eerder in de Tour Auvergne al over de kwaliteiten te beschikken. Toch lijkt de opdracht ditmaal lastiger.
De afwezigheid van Wout van Aert is een aderlating, maar met Edoardo Affini beschikt de ploeg nog altijd over een absolute motor. Daarnaast kunnen Bruno Armirail, Victor Campenaerts en Per Strand Hagenes stuk voor stuk snoeiharde beurten draaien. Matteo Jorgenson is vervolgens de aangewezen man om in de slotklim het tempo hoog te houden en Jonas Vingegaard in stelling te brengen.
Juist Vingegaard is echter geen uitblinker in het tijdrijden van de laatste tijd, terwijl ook Sepp Kuss en Davide Piganzoli op het vlakke minder sterk zijn dan hun ploeggenoten. Bergop heeft Visma waarschijnlijk een voordeel ten opzichte van INEOS, maar op de vlakke passages kan het kostbare seconden verliezen. Dankzij de tactische ervaring en technische uitvoering blijft de ploeg echter een serieuze kandidaat voor de dagzege.
UAE - UAE Team Emirates - XRG blijft een moeilijk te voorspellen ploeg. Op papier beschikt de formatie over alle ingrediënten voor een sterke ploegentijdrit, maar in de praktijk weet het team dat potentieel lang niet altijd volledig te benutten. Tijdens de Tour Auvergne verloor Isaac del Toro bijvoorbeeld kostbare tijd.
Met renners als Brandon McNulty en Nils Politt beschikt UAE opnieuw over uitstekende motoren voor het vlakke werk. Bovendien eindigt deze ploegentijdrit bergop, wat vanzelfsprekend in het voordeel van Tadej Pogacar spreekt. De Sloveen behoort op papier tot de snelste klimmers van het peloton en kan in de slotkilometers mogelijk enkele seconden terugpakken.
Waarschijnlijk zal Pogacar wel iets van tijd toegeven op enkele concurrenten, maar de verschillen zullen vermoedelijk beperkt blijven en nauwelijks doorslaggevend zijn voor het verdere verloop van de Tour.
Red Bull - De Duitse ploeg zou in theorie kunnen kiezen voor een aanpak waarbij Remco Evenepoel een groot deel van het kopwerk voor zijn rekening neemt, zoals Fabian Cancellara dat vroeger soms deed. Door het format, waarbij de individuele tijden tellen en de rit bergop eindigt, is dat echter geen realistische strategie.
De Duitse ploeg lijkt bovendien enkele minder sterke tijdrijders in de selectie te hebben. Hoewel de kopmannen uitstekend uit de voeten kunnen in de klim, is de kans groot dat de ploeg op de vlakke stroken al te veel tijd verliest om nog voor de overwinning mee te doen. Evenepoel zal ongetwijfeld een sterke individuele tijd neerzetten, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat hij kan wedijveren met de tijden van Pogacar en Vingegaard.
Lidl - Lidl-Trek had op papier misschien wel de sterkste ploegentijdritformatie kunnen opstellen, maar met het oog op een drie weken durende Tour zijn enkele selectiekeuzes duidelijk gemaakt met andere etappes in gedachten.
Toch beschikt de ploeg met Juan Ayuso, Mattias Skjelmose, Derek Gee, Mads Pedersen, Mathias Vacek en Quinn Simmons over een indrukwekkende kern voor deze discipline. Net als Red Bull-BORA-hansgrohe kan Lidl-Trek zich waarschijnlijk meten met de absolute top, maar de onderlinge verschillen zijn zo klein dat het lastig wordt om daadwerkelijk tijd te winnen.
Decathlon - Van de grote kanshebbers oogt Decathlon AG2R La Mondiale misschien wel het meest kwetsbaar. Tijdens de Tour Auvergne hield de ploeg zich uitstekend staande, ondanks het uitvallen van een renner. Inmiddels ligt de focus echter deels op de sprintetappes, waardoor Olav Kooij en Cees Bol zijn opgenomen in de selectie.
Bol vervangt Stefan Bissegger, een specialist die juist in een ploegentijdrit van grote waarde zou zijn geweest. Paul Seixas geldt als een uitstekende tijdrijder en ook Daan Hoole kan langdurig hoge snelheden ontwikkelen, maar daarachter oogt het team minder sterk. Daardoor lijken enkele tijdsverliezen onvermijdelijk.
Een ploegentijdrit blijft een van de meest complexe disciplines in het wielrennen. Niet alleen de fysieke kracht van de renners is bepalend, ook de onderlinge samenwerking, timing van de kopbeurten en tactische keuzes spelen een cruciale rol. Zeker met een bergop lopende finale kan de uitvoering het verschil maken.
Dat biedt kansen voor ploegen die traditioneel sterk zijn in deze discipline. Team Jayco AlUla en Movistar Team beschikken over veel ervaring in ploegentijdritten, terwijl ook EF Education-EasyPost niet onderschat mag worden. Die ploeg eindigde tijdens de ploegentijdrit in de Tour Auvergne nog knap als derde met een vergelijkbare selectie, ondanks het ontbreken van echte topspecialisten. Daardoor behoort ook EF tot de outsiders voor een verrassend sterk resultaat.

Voorspelling etappe 1 Tour de France 2026

*** Team Visma | Lease a Bike, Netcompany INEOS
** Red Bull - BORA - hansgrohe, UAE Team Emirates - XRG, Red Bull - BORA - hansgrohe
* Decathlon CMA CGM Team, Movistar Team, Team Jayco AlUla, EF Education-EasyPost
Onze keuze: Netcompany INEOS

Etappe 1 (TTT): Barcelona - Barcelona

profile-tourdefrance2026stage1-6a302b78f2a7d
Etappe 1 (TTT): Barcelona - Barcelona, 19,6 kilometer
De Tour de France gaat van start in Barcelona met een 19,7 kilometer lange ploegentijdrit. Die openingsetappe zal meteen de eerste verschillen in het algemeen klassement opleveren. Het parcours is grotendeels vlak, maar technisch uitdagend en voert het peloton langs enkele van de bekendste bezienswaardigheden van de Catalaanse hoofdstad. Halverwege passeren de ploegen bovendien een tussentijds meetpunt bij de iconische Sagrada Família.
De eerste vijftien kilometer zijn vrijwel volledig vlak en bieden de krachtigste ploegen de kans om hoge snelheden te ontwikkelen. Hier zullen de sterkste motoren het tempo bepalen om zoveel mogelijk tijdwinst te boeken voordat het slot van de etappe aanzienlijk zwaarder wordt.
Zoals steeds vaker het geval is bij moderne ploegentijdritten, ligt de grootste uitdaging in de finale. De renners krijgen eerst de Côte de Montjuïc voorgeschoteld, een klim van ongeveer 1,5 kilometer aan een gemiddeld stijgingspercentage van vijf procent. Halverwege deze beklimming ligt nog een tussentijds tijdsmeetpunt. De top volgt op 2,6 kilometer van de finish.
Na een korte en snelle afdaling wacht direct de beslissende slotklim. De laatste 800 meter lopen gemiddeld op aan zeven procent en eindigen bij het Olympisch Stadion van Barcelona, waar ook de finishlijn is getrokken. Daarmee belooft de openingsrit niet alleen een strijd tegen de klok te worden, maar ook een eerste serieuze test voor de klassementsploegen.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading