De marges aan de absolute top van de
Ronde van Vlaanderen worden vaak door één klim bepaald, en volgens
Adrie van der Poel is dat precies waar in 2026 opnieuw het evenwicht kan kantelen.
In gesprek met Road.cc voorafgaand aan de editie van dit jaar wees de winnaar van 1986 direct naar de Oude Kwaremont als het terrein waar
Tadej Pogacar een subtiel maar beslissend voordeel heeft op zijn zoon Mathieu, die jaagt op een recordbrekende vierde zege.
“De laatste jaren heeft Tadej laten zien dat hij net iets beter is op de Kwaremont,” zei hij, een beheerste maar veelzeggende duiding van de dynamiek die de recente edities heeft gevormd.
Die observatie raakt de kern van de huidige rivaliteit. Terwijl Van der Poel zich herhaaldelijk heeft bewezen in de kasseimonumenten, is de langere, meer gestage inspanning van de Kwaremont steeds vaker het lanceerplatform geworden voor Pogacar’s meest schadelijke versnellingen.
Een vertrouwd strijdtoneel, een andere balans
De Kwaremont komt opnieuw twee keer terug in de beslissende fase, waarbij de tweede passage, binnen de laatste 55 kilometer, traditioneel het eerste echte scheidingsmoment onder de favorieten is.
Het is ook het punt waar de koers verschuift van positioneren naar pure inhoud, en waar Pogacar’s vermogen om een lange, hoog-intense inspanning vol te houden eerder al rivalen in de verdediging dwong.
Voor Van der Poel, wiens kracht vaak ligt in herhaalde versnellingen en koersgevoel, is dat een ander soort uitdaging. Niet eentje die hem uit de strijd haalt, maar wel eentje die om een antwoord vraagt in plaats van hem te laten dicteren.
Records ondergeschikt aan de zege
Ondanks de focus op wat een historische vierde
Ronde van Vlaanderen-titel zou zijn, maakte Adrie van der Poel duidelijk dat zulke mijlpalen zijn zoon niet sturen.
“Mathieu gaat voor de zege, maar hij denkt nooit aan het record,” legde hij uit. “Als en wanneer hij wint, dan heb je het record. Maar het is geen gezonde manier van koersen, koersen voor een record. Je koerst om te winnen. En als je vaak genoeg wint, volgen de records vanzelf.”
Die mindset sluit aan bij hoe de koers naar verwachting zal verlopen. Hoewel het verhaal vaak draait om de strijd tussen Pogacar en Van der Poel, maken de aanwezigheid van Wout van Aert en debutant
Remco Evenepoel de vergelijking nog complexer.
“Ik vind het verkeerd als je je tactiek verandert alleen omdat een bepaalde renner er is,” zei Adrie van der Poel, waarmee hij onderstreepte dat de koers niet door één rivaal alleen wordt gedicteerd. “Het is goed dat hij er is… maar het is veel beter als je tien renners hebt die de koers kunnen winnen.”
Pogacar als referentiepunt
De woorden van Adrie van der Poel weerspiegelen ook een bredere acceptatie in het peloton van Pogacar’s huidige status. “Je moet accepteren dat er in elke generatie een renner is die net een beetje boven de rest uitsteekt. Nu is dat Tadej,” zei hij.
Dat maakt de uitkomst niet onvermijdelijk, maar het beïnvloedt wel de manier waarop gekoerst wordt. Zoals in recente wedstrijden te zien was, stelt Pogacar’s combinatie van individuele kracht en de steun van UAE Team Emirates hem in staat van ver te dicteren, waardoor rivalen eerder keuzes moeten maken dan hen lief is.
Een koers die het script waarschijnlijk niet volgt
Zelfs met die hiërarchie wordt geen rechttoe-rechtaan duel verwacht. “Zondag kan een koers van verrassingen worden,” voegde Adrie van der Poel toe, om dat vervolgens te nuanceren. “Maar ik denk dat we uiteindelijk dezelfde renners gaan zien.”
Die balans tussen onvoorspelbaarheid en onvermijdelijkheid is een terugkerend thema in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen dit jaar. De sterkste renners komen bovendrijven, maar zelden zonder dat de koers eerst wordt opgerekt en hervormd door omstandigheden, positionering en tactische keuzes.
Op een parcours dat alles herhaaldelijk door de Kwaremont en Paterberg leidt, worden die verschillen vaak snel en beslissend blootgelegd. Als Pogacar opnieuw de sterkste blijkt op die sleutelklim, kan dat Van der Poel dwingen tot achtervolgen in plaats van aanvallen. Zo niet, dan opent de koers zich tot een veel minder gecontroleerd gevecht.
Hoe dan ook, zoals de inschatting van Adrie van der Poel suggereert, valt de beslissing mogelijk niet door een verrassingsaanval, maar op een vertrouwde plek waar het kleinste verschil het grootste wordt.