Mathieu van der Poel gaat richting
Parijs-Roubaix 2026 met geschiedenis in het vizier, maar zonder illusies over de uitdaging die zondag wacht.
Tadej Pogacar klopte hem dit voorjaar al in Milano-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen, maar de Nederlander gelooft dat Roubaix een totaal andere koers kan opleveren.
Dat is niet omdat Pogacar plots minder gevaarlijk is op de kasseien. Integendeel, Van der Poel maakte duidelijk genoeg gezien te hebben om te weten dat de wereldkampioen hier ook kan winnen. Maar anders dan in Vlaanderen, waar Pogacars klimvermogen hem boven de rest liet uitstijgen, biedt Roubaix een vlakkere, chaotischere en tactischere strijd.
“Hier zijn er wat meer favorieten dan in Vlaanderen, omdat Pogacar daar duidelijk boven de rest uitsteekt,”
zegt de Nederlander in citaten verzameld door HLN in aanloop naar Parijs-Roubaix. “Ik denk, of hoop, dat het in Roubaix anders zal zijn.”
Een andere koers dan Vlaanderen
Dat contrast met vorig weekend staat centraal in Van der Poels denken. De Nederlander werd in de Ronde van Vlaanderen geklopt door Pogacar, maar hij wuifde het idee weg dat de uitslag anders was geweest als hij in België anders had gekoerst.
“Tadej niet volgen had niets aan de uitslag veranderd,” zei Van der Poel stellig. “Er is een verschil tussen volle bak gaan en gewoon je beurten doen. Ik zat gewoon in het wiel en als ik daar stop met rijden is dat ook anti-koersen. We gaan elkaar nog vaak tegenkomen, dus dan kun je het beter goed houden tussen ons.”
Roubaix is echter een ander soort Monument. Geen steile kasseienhellingen zoals de Oude Kwaremont of Paterberg waar Pogacar op dezelfde manier tegenstanders uit het wiel kan rijden. Dat maakt de koers niet makkelijker, maar wel minder rechttoe rechtaan voor één renner om zichzelf op te leggen.
“Elk scenario werkt voor mij. Het zal uiteraard lastig zijn om hem te lossen, maar omgekeerd is dat ook zo. Laten we vooral hopen dat niemand pech heeft, zeker in een koers als Roubaix. Er zijn geen beklimmingen om het verschil te maken, dus het is moeilijker om een kloof te slaan.”
Meer kaarten voor Van der Poel
Die lezing verklaart ook waarom Van der Poel relaxter oogt over de mogelijke scenario’s dan voor Vlaanderen. Roubaix is een Monument waar materiaalpech, positie en ploegmaats de uitslag net zo goed bepalen als de twee grootste namen.
Voor Alpecin telt dat. Jasper Philipsen blijft een groot wapen als de koers laat samenvalt, terwijl Van der Poel ook wees op het belang om voor de achtervolging te blijven in plaats van erin gedwongen te worden. “In Roubaix hebben we het ideale scenario, omdat Jasper ook de sprint als optie heeft. Maar iedereen heeft gezien hoe sterk Florian is. We moeten vooral vermijden dat we moeten jagen.”
Die verwijzing naar Florian Vermeersch was geen losse opmerking. Pogacars UAE-helper was dit voorjaar een van de sterkste mannen op de kasseien, en Van der Poel verwacht duidelijk dat de koers niet alleen door de twee headliners bepaald wordt, maar door de breedte eromheen.
Van der Poel won Parijs-Roubaix in de regenboogtrui in 2024
Respect voor Pogacar, realisme over historie
Ondanks alle tactiek en terrein wilde Van der Poel niet minimaliseren wat Pogacar vertegenwoordigt. De Sloveen viel vorig jaar uit een winnende positie en werd toch tweede bij zijn debuut, wat zelfs bij zijn grootste rivalen het gesprek over zijn kansen veranderde. “Roubaix is moeilijker voor Tadej om te winnen, maar niemand durft nog te zeggen dat er iets is wat hij niet kan. Vorig jaar toonde hij dat hij hier zeker kan winnen.”
Van der Poel jaagt natuurlijk zelf ook op een stukje geschiedenis. Een vierde opeenvolgende zege in Parijs-Roubaix zou hem op ongekend terrein brengen, zelfs naar de maatstaven van de grote kampioenen van deze koers. Hij gaf toe dat het record in zijn hoofd zit, maar erkent ook dat zulke reeksen niet eeuwig duren. “Dat speelt zeker mee, maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat ik die reeks niet eeuwig kan doortrekken. Er komt een jaar dat het niet lukt.”
Parijs-Roubaix dient zich nu aan als het volgende hoofdstuk in de rivaliteit die dit seizoen kleurt. Van der Poel weet dat Pogacar kan winnen. Hij weet ook dat zondag mogelijk een opener koers biedt dan Vlaanderen. Juist daarom voelt Roubaix nog altijd zo fijn in balans.