Paris–Nice 2026 heeft zijn route al. De organisatie presenteerde woensdag in Versailles het parcours van de 84e Koers naar de Zon, met start op zondag 08.03.2026 in Achères en finish een week later in Nice. Het is een afwisselende editie: kansen voor sprinters, windgevoelige ritten, een ploegentijdrit, punchy finales en bergetappes.
Achères debuteert als startplaats en wordt de 30e gemeente in het departement Yvelines die de koers ontvangt. Dag één belooft meteen vuurwerk met een lokale ronde in Carrières-sous-Poissy, waar de Côte de Chanteloup-les-Vignes voor de eerste schifting kan zorgen. Rit 2, van Épône naar Montargis, doorkruist de vlaktes van de Gâtinais, ideaal voor waaiers én een massasprint.
De derde dag is gereserveerd voor de ploegentijdrit tussen Cosne-Cours-sur-Loire en Pouilly-sur-Loire, een ijkpunt voor ploegen met klassementsambities. Daarna trekt de koers de Morvan in, met de klim naar Uchon als scherprechter van de rit en mogelijk gamechanger voor het klassement.
De tweede helft schroeft de moeilijkheid op. Rit 5, de langste met de meeste hoogtemeters, voert het peloton naar Colombier-le-Vieux en zal stevig in de benen hakken. Een dag later belooft de finish in Apt spektakel, met een beslissende klim in de laatste vijf kilometer.
De finale in Nice krijgt een ongebruikelijke vorm door de gemeenteraadsverkiezingen. Op zaterdag 14.03.2026 vertrekt rit 7 vanaf de Promenade des Anglais richting Auron. Op zondag eindigt de koers met een slotcircuit rond het stadion aan de Rivièra, met nieuwe beklimmingen en de veeleisende Côte du Linguador als sleutelpassage voor de eindwinst.
Sportief gezien krijgt Matteo Jorgensons opvolger een ongezien parcours voorgeschoteld. Tot de favorieten voor het eindklassement behoren Simon Yates, Joao Almeida,
Juan Ayuso, Cian Uijtdebroeks, Mattias Skjelmose en de Fransen Kevin Vauquelin, Lenny Martinez en David Gaudu. Voor de ritten springen namen als Mads Pedersen, Olav Kooij en Michael Matthews in het oog.
Paris–Nice 2026 start met 22 ploegen. De 18 WorldTeams krijgen het gezelschap van de top drie ProTeams in de UCI-ranking van 2025 — Cofidis, Pinarello–Q36.5 Pro Cycling Team en Tudor Pro Cycling Team — plus genodigde ploeg TotalEnergies. Een mix die diepte en variatie garandeert in een week die opnieuw de toon zet voor het Europese seizoen.
Teams Paris–Nice 2026
| Ploeg | Categorie | Land |
| Alpecin – Premier Tech | WorldTeam | Belgium |
| Bahrain Victorious | WorldTeam | Bahrain |
| Decathlon CMA CGM Team | WorldTeam | France |
| EF Education – EasyPost | WorldTeam | United States |
| Groupama – FDJ United | WorldTeam | France |
| INEOS Grenadiers | WorldTeam | United Kingdom |
| Lidl – Trek | WorldTeam | Germany |
| Lotto Intermarché | WorldTeam | Belgium |
| Movistar Team | WorldTeam | Spain |
| NSN Cycling Team | WorldTeam | Switzerland |
| Red Bull – BORA – hansgrohe | WorldTeam | Germany |
| Soudal Quick-Step | WorldTeam | Belgium |
| Team Jayco AlUla | WorldTeam | Australia |
| Team Picnic PostNL | WorldTeam | Netherlands |
| Team Visma | Lease a Bike | WorldTeam | Netherlands |
| UAE Team Emirates – XRG | WorldTeam | United Arab Emirates |
| Uno-X Mobility | WorldTeam | Norway |
| XDS Astana Team | WorldTeam | Kazakhstan |
| Cofidis | ProTeam | France |
| Pinarello – Q36.5 Pro Cycling Team | ProTeam | Switzerland |
| Tudor Pro Cycling Team | ProTeam | Switzerland |
| TotalEnergies | ProTeam | France |
Profielen Paris–Nice 2026
08.03.2026 - Etappe 1 - 171,2 km - Heuvels
Profiel etappe 1: Achères – Carrières-sous-Poissy (171,2 km)
De koers begint zoals gebruikelijk met een etappe die in principe op maat van de sprinters is gemaakt, al liggen er onderweg wel enkele valkuilen en wacht er een licht heuvelachtige lokale ronde in de finale. De openingsrit vertrekt in Achères en telt 171 kilometer, waarvan het grootste deel over vlak terrein loopt.
In de tweede helft van de etappe verschijnen enkele korte maar venijnige hellingen waar aanvallen mogelijk zijn. In de finale volgt een lokale lus rond Carrières-sous-Poissy, waar ook de finish ligt. De Côte de Chanteloup-les-Vignes is 1,1 kilometer lang aan meer dan 8% en ligt met nog 11 kilometer te gaan. Dat biedt opportuniteiten voor aanvallers, net als de daaropvolgende kilometers over het plateau.
Het is een open finale, maar het blijft lastig om eenmaal gemaakte verschillen vast te houden. De slotkilometers zijn vlak en niet technisch, waardoor het goed mogelijk blijft dat de koers alsnog eindigt in een sprint – al zal dat mogelijk met een uitgedund peloton zijn.
09.03.2026 - Etappe 2 - 187 km - Heuvels
De tweede etappe is nog meer in het voordeel van de sprinters. Onderweg liggen er nauwelijks obstakels. Het peloton vertrekt aan de rand van Parijs en trekt zuidoostwaarts voor een eerste echte overgangsetappe, waar vooral de wind een rol kan spelen.
Blijft de wind uit, dan staat er weinig een massasprint in Montargis in de weg. De aanloop naar de finish is echter vrij technisch, wat voor veel nervositeit en een vroege strijd om positie kan zorgen. Het is een dag waarop valpartijen in de finale de wedstrijd van sommige renners al vroeg kunnen ontregelen.
Profiel etappe 3 (ploegentijdrit): Cosne-Cours-sur-Loire – Pouilly-sur-Loire (23,5 km)
Cosne-Cours-sur-Loire > Pouilly-sur-Loire
De derde etappe kan wel eens een sleutelrol spelen in het klassement. Met een ploegentijdrit in de openingsfase van de Tour de France dit jaar is het geen verrassing dat ook Paris–Nice een TTT op het programma heeft. In deze koers kan die zelfs nog belangrijker zijn.
Omdat de ronde weinig echte bergetappes bevat en deze rit plaatsvindt vóór de eerste lastige heuvelritten, kan ze al vroeg duidelijke verschillen creëren in het klassement. Het parcours tussen Cosne-Cours-sur-Loire en Pouilly-sur-Loire is 23,5 kilometer lang.
De ploegentijdrit bevat bovendien twee korte beklimmingen en een licht dalende finale. Dat maakt het moeilijk om het tempo perfect te doseren: op de hellingen moet vol worden doorgetrokken, terwijl in de slotkilometers vooral ploegen met veel renners nog samen voordeel kunnen halen. Over 23 kilometer kunnen verschillen tot ongeveer een minuut ontstaan tussen de beste teams en de ploegen die vooral schade proberen te beperken.
11.03.2026 - Etappe 4 - 195 km - Vlak, aankomst bergop
In de vierde etappe bereikt het peloton de eerste heuvels, een klassiek beeld in Paris–Nice. Het zware terrein verschijnt echter pas in het laatste deel van de rit. De finale is niet extreem zwaar, maar wel interessant: klimmers en klassieke renners kunnen hier allebei hun kans wagen.
Met nog 23 kilometer te gaan staat een beklimming van 4,7 kilometer aan 5,3% op het programma. Net als de slotklim kent die enkele steilere passages en een onregelmatig profiel.
Veel renners zullen hun krachten echter sparen voor de aankomst bergop in Uchon. Die klim is in totaal 8 kilometer lang aan gemiddeld 4,5%, maar dat gemiddelde verbergt een belangrijk detail: de laatste 1,8 kilometer stijgen aan meer dan 10%. Dat zorgt voor een explosieve finale waarin duidelijke verschillen kunnen ontstaan, omdat in zulke steile percentages het voordeel van het wiel nauwelijks nog telt.
12.03.2026 - Etappe 5 - 205,4 km - Bergen
Cormoranche-sur-Saône > Colombier-le-Vieux
De vijfde etappe volgt een vergelijkbaar patroon als de dag ervoor, maar met een veel zwaardere eerste tweederde. Tal van korte hellingen maken het parcours lastig en bieden ruimte voor een sterke vroege vlucht.
De rit van ruim 205 kilometer maakt uithoudingsvermogen eveneens belangrijk, maar uiteindelijk zal de reeks slotklimmen bepalend zijn:
- 3,9 km aan 6,8% (33,5 km te gaan)
- 2,2 km aan 10,5% (20 km te gaan)
- 3,2 km aan 7,5% (9 km te gaan)
Op deze hellingen kan van alles gebeuren: een hoog tempo, aanvallen van klassementsrenners of tactisch spel met renners uit de vroege vlucht.
Na deze reeks volgt een licht oplopende aankomst in Colombier-le-Vieux: 4,6 kilometer aan 3,5%. De technische afdalingen vooraf en het relatief milde stijgingspercentage maken ook hier een tactisch koersverloop mogelijk.
Profiel etappe 6: Barbentane – Apt (179,3 km)
De zesde etappe biedt kansen voor een breed scala aan renners: puncheurs, sprinters, klimmers en vluchters. Met twee kleine beklimmingen vroeg op de dag is de kans groot dat een sterke kopgroep ontstaat, mogelijk met klassieke specialisten.
Later op de dag volgen nog drie beklimmingen, al zijn ze niet bijzonder zwaar. De eerste is 7,2 kilometer aan 4,3% en eindigt op 34,5 kilometer van de finish. Daarna volgt een klim van 2,7 kilometer aan gemiddeld 5% met bovenop een tussensprint, op 16 kilometer van de aankomst.
De laatste klim is 4,1 kilometer aan 5% en ligt op slechts 4,5 kilometer van de finish. Het is geen zware beklimming, maar elk gaatje kan beslissend zijn omdat de finale richting Apt vrijwel volledig in dalende lijn loopt. De slotkilometer is vlak en technisch.
14.03.2026 - Etappe 7 - 138,7 km - Vlak, aankomst bergop
De zevende etappe wordt vaak de koninginnenrit genoemd, al ligt dat dit jaar iets genuanceerder. In 2025 finishte het peloton ook in Auron, maar toen bleek die klim niet doorslaggevend voor het klassement. Toch geldt deze rit opnieuw als de zwaarste van de week.
De etappe is met 138 kilometer relatief kort. In het begin liggen twee gecategoriseerde beklimmingen, waarna een lang vlak gedeelte volgt. Het peloton klimt geleidelijk van ongeveer 150 meter hoogte naar ruim 1100 meter aan de voet van de slotklim naar Auron.
De eindklim is 7,4 kilometer lang aan gemiddeld 7%. Dat is voldoende om verschillen te maken, maar niet extreem zwaar. Het tempo zal hoog liggen en in zulke omstandigheden speelt het wiel nog een rol. Pure klimmers zullen het moeilijk hebben om grote verschillen te creëren tegenover explosievere renners, maar voor het klassement blijft deze rit wel belangrijk.
15.03.2026 - Etappe 8 - 145 km - Bergen
De slotrit start en finisht in Nice, maar volgt niet het klassieke parcours met meerdere beklimmingen en de Col d’Èze. De structuur is vergelijkbaar, al zijn de beklimmingen iets minder zwaar.
Na een vlakke openingsfase klimt het peloton geleidelijk naar de voet van de Col de la Porte: 6,9 kilometer aan 7%, met de top op 79 kilometer van de finish. Daarna volgt een lange afdaling en vrijwel meteen de Côte de Châteauneuf, 6,7 kilometer aan 6,4%, met nog 46 kilometer te gaan.
Daarna volgt een korte klim naar de Col d’Aspremont en vervolgens een nieuwe toevoeging aan het parcours: de Côte de Linguador, 3,3 kilometer aan 8,2%. Geen monsterklim, maar zwaar genoeg om verschillen te maken als er hard gekoerst wordt. De top ligt op 18,5 kilometer van de finish en wordt gevolgd door een zeer technische afdaling.
De laatste 13 kilometer zijn grotendeels vlak, met nog een kleine helling op 7,5 kilometer van de finish waar ook een tussensprint ligt. Dit keer finisht de etappe niet in het centrum van Nice, maar net buiten de stad. Als groepen goed samenwerken, kan zelfs een sprint nog beslissen over de ritzege.
Favorieten
Jonas Vingegaard
De topfavoriet? Op papier wel, maar in werkelijkheid ligt het iets genuanceerder. Het parcours mist namelijk het terrein waarop de Deen normaal gesproken het verschil maakt. Er staan geen echte bergetappes of lange beklimmingen op het programma waar hij zijn klimvermogen maximaal kan benutten. Daardoor zal hij in belangrijke mate moeten rekenen op een sterke ploegentijdrit van zijn team Team Visma | Lease a Bike om het klassement naar zijn hand te zetten. Dat team heeft daar zeker de kwaliteit voor, maar Vingegaard zal ook zelf meteen scherp moeten zijn in wat zijn eerste wedstrijd van het seizoen is.
Juan Ayuso
Met Mathias Vacek als luxe knecht en ook Jakob Söderqvist als belangrijke kracht in de ploegentijdrit kan Ayuso rekenen op sterke ondersteuning buiten de bergen. Lidl–Trek beschikt over een solide blok rond de Spanjaard, waardoor het vooral aan hem zal zijn om op de zwaarste dagen minstens op het niveau van Vingegaard te presteren. Wat Ayuso vorig jaar in maart liet zien, zou in principe genoeg kunnen zijn om deze koers te winnen. Consistentie blijft echter cruciaal in een wedstrijd waar wind, regen en valpartijen vaak een grote rol spelen. In de Volta ao Algarve oogde zijn vorm alvast uitstekend toen hij onder meer Paul Seixas en João Almeida klopte.
UAE Team Emirates
Aanvankelijk zou João Almeida hier starten als klassementsleider, maar ziekte haalde hem uit de selectie. Toch verschijnt UAE nog steeds met een sterk collectief aan de start. Verschillende renners krijgen de vrijheid om hun eigen kans te gaan:
Brandon McNulty, Pavel Sivakov en Marc Soler. Afhankelijk van hun vorm kunnen zij meestrijden om het podium – of juist vroeg hun klassementsambities moeten laten varen.
Sterke blokken
Enkele teams springen er ook collectief uit. INEOS Grenadiers beschikt over een zeer complete selectie met onder anderen Kévin Vauquelin en een opnieuw sterk rijdende Carlos Rodríguez voor de zwaardere etappes. Voor de Britse ploeg is dit bovendien bijna een thuiswedstrijd, waardoor ze zeker een rol van betekenis kunnen spelen.
Ook Red Bull–BORA–hansgrohe heeft met Daniel Martínez en Aleksandr Vlasov twee renners die – ondanks hun wisselvalligheid – in goede vorm tot veel in staat zijn.
Movistar Team zou met Iván Romeo en Pablo Castrillo eveneens een rol kunnen spelen in het klassement, zeker gezien het relatief minder zware parcours.
Outsiders voor het klassement
Harold Tejada van Astana Qazaqstan Team is een naam om in de gaten te houden na zijn vierde plaats in de UAE Tour. Hij mag zeker niet enkel als een kandidaat voor de top tien worden beschouwd.
Daarnaast zijn er ook nog Valentin Paret-Peintre als kopman van Soudal–Quick-Step, Nicolas Prodhomme voor Decathlon AG2R La Mondiale Team en David Gaudu van Groupama–FDJ.
Andere namen om op te letten
Verder verschijnen er ook sterke sprinters aan de start zoals Biniam Girmay en Milan Fretin. Tijdrijders zoals Joshua Tarling, Jakob Söderqvist, Edoardo Affini en Daan Hoole kunnen vooral in de ploegentijdrit hun stempel drukken.
Daarnaast zijn er verschillende klassiekerspecialisten zoals Nils Politt, Kasper Asgreen, Sam Watson, Jasper Stuyven en Matteo Trentin.
Voorspelling eindklassement Paris–Nice 2026
***
Jonas Vingegaard, Juan Ayuso
** Brandon McNulty, Carlos Rodríguez, Daniel Martínez
* Mathias Vacek, Iván Romeo, Pavel Sivakov, Kévin Vauquelin, Lenny Martinez, Aleksandr Vlasov, Harold Tejada, Valentin Paret-Peintre
Onze keuze: Juan Ayuso