Johan Bruyneel vindt dat de
crashes-gevaarlijke openingsetappe van de Giro d’Italia 2026 haast gedoemd was om slecht af te lopen. De oud-ploegbaas van meerdere Grand-Tourwinnaars fileerde zowel de finaleopzet als de omstandigheden die tot de massale val in Burgas leidden.
De eerste dag van deze Giro mondde uit in chaos. Een grote valpartij in de laatste kilometer scheurde het peloton uiteen en haalde een groot deel van het sprintveld uit de strijd om de eerste Maglia Rosa.
Paul Magnier kwam uiteindelijk als sterkste uit de gereduceerde kopgroep en won voor Tobias Lund Andresen en Ethan Vernon. Opvallende sprinters als Kaden Groves, Dylan Groenewegen en Matteo Moschetti zaten achter de val.
Moschetti is inmiddels uit de koers gestapt nadat Pinarello Q36.5 bevestigde dat de Italiaan een hersenschudding opliep bij het incident.In de THEMOVE-podcast achteraf betoogde Bruyneel dat de finale al lang vóór Burgas alle ingrediënten voor een valpartij bevatte. “Je bent er 99,9 procent zeker van dat het een massasprint wordt,” legde Bruyneel uit. “En dan wordt die laatste kilometer ineens zo smal… Dat is niet goed. Dat is een totaal foute beslissing.”
“Je rekent in feite op een val”
Bruyneel hekelde ook de hekken bij de finish, met name de uitstekende steunpoten die langs delen van de finale zichtbaar waren. “Vanaf zo’n 300, 400 meter stonden er al dranghekken,” zei hij. “Maar het waren prehistorische hekwerken, die in de weg staken. Ik zeg niet dat dát de oorzaak was, maar anno nu mag dit simpelweg niet meer.”
De kritiek van de Belg sloot aan bij bredere zorgen die na de opener al klonken, waarbij
de Nederlandse analist Thijs Zonneveld de hekken eerder al “crimineel” noemde in reactie op de val.
Volgens Bruyneel reikte het probleem verder dan de hekken en weerspiegelde het de realiteit van moderne sprintaflopen. “Sprintsnelheden gaan ruim boven de 70 kilometer per uur,” legde hij uit. “Daarbovenop kent iedereen het parcours — iedereen heeft verkend. Iedereen weet dat het een trechter wordt, dus de nervositeit is extreem hoog.”
Die combinatie maakte de finale volgens Bruyneel vrijwel oncontroleerbaar zodra de treinen richting de streep op gang kwamen. “Je rekent in feite op een val, omdat er te veel renners op een te smalle weg zitten.”
Bruyneel steunt Visma-aanpak rond Vingegaard
De voormalige directeur sportief van US Postal en Discovery Channel wees ook op de tactische aanpak van Team Visma | Lease a Bike met
Jonas Vingegaard als bewijs dat meerdere klassementsploegen het gevaar al vóór de finale hadden ingeschat.
In de slotkilometers bleven Vingegaard en Visma bewust dieper in het peloton, in plaats van mee te vechten om positie met de sprintploegen voorin. “Het is geen slechte strategie,” zei Bruyneel. “Je loopt het risico tijd te verliezen als je achter een val zit. Maar je spaart zoveel energie door erbuiten te blijven — plus de mentale energie van minder stress. Je kunt ontspannen, en dat bespaart óók energie, wat enorm belangrijk is.”
Bruyneel benadrukte wel dat zo’n aanpak slechts op bepaalde etappes realistisch is en geen vaste tactiek kan zijn gedurende drie weken Grand Tour.
“Ze wisten dat als er iets mis zou gaan, het in de laatste drie kilometer zou gebeuren, en dat je dan toch dezelfde tijd krijgt,” legde hij uit. “Ik ben er niet tegen — zeker op dag één — maar je kunt dit niet elke dag doen. Je moet telkens naar het parcours kijken.”
Het debat over rennersveiligheid en de inrichting van sprintfinishes zal na de taferelen in Burgas niet snel verstommen, temeer omdat de openingsetappe van de Giro d’Italia al binnen 24 uur zowel een zware val als de eerste opgave van de ronde opleverde.