Sam Oomen en
Koen Bouwman schetsen een somber beeld van het peloton vergeleken met
Tadej Pogacar. Na zijn dominantie in de Ronde van Zwitserland, met een overtuigende eindzege en twee etappewinsten, maakt de Sloveen zich op voor de Tour de France in de jacht op een vijfde kroon.
Voor de rest, die hard hadden getraind en naar Zwitserland kwamen voor een WorldTour-test van de benen, restte vooral teleurstelling toen Pogacar aanviel met nog 72 kilometer te gaan in de openingsetappe. Hij blies iedereen uit het wiel en zette minuten op het peloton, waarmee de strijd om het klassement feitelijk al voor de start beslist was.
Voor Sam Oomen (Lidl-Trek) voelde het kruisen met Pogacar als het betreden van een boksring, met de Sloveen klaar om meerdere mokerslagen uit te delen aan de concurrentie.
“Ik stond in de vuurlinie”
“Ik heb hard getraind, op de warmte geoefend, met het idee dat ik in redelijk goede vorm aan de start zou staan,” zei Oomen in de
‘In het Peloton’-podcast. “In de GP Gippingen, de opmaat naar de Ronde van Zwitserland, stond ik in de vuurlinie. Maar in de Ronde van Zwitserland stapte ik een boksring in en incasseerde ik klappen.”
‘Ontnuchtering’ is het woord dat bij de 30-jarige Nederlander opkomt. Hij noemt Pogacars overmacht voor velen in het peloton nauwelijks te bevatten. Volgens hem hadden de meeste renners nog nooit zoiets meegemaakt als diens solowinst in de eerste etappe van de Ronde van Zwitserland.
“Eén ploeg, en vooral één man, steekt zó ver boven de rest uit dat je je simpelweg niet kunt voorstellen hoe hard hij eigenlijk fietst, ook al doe je zelf alles wat je kunt. Ik weet niet of ontnuchtering het juiste woord is, maar dat is het eerste wat in me opkomt.”
Hij vervolgde: “Op dag één hoorde ik het overal: veel jongens zeiden tegen elkaar: ‘Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.’”
Koen Bouwman van Team Jayco AlUla sprak over Pogacars dominantie
Bouwman gebruikt een vergelijking om Pogacars dominantie te duiden
Bouwman trekt een vergelijking om het niveauverschil te plaatsen. Eerst schetst hij hoe hij binnenkomt bij een avondkoers van een regionale club. Amateurs kunnen hard rijden en een tijd volgen, maar Bouwman weet dat hij een tandje kan bijschakelen en wegrijden.
Bouwman legt uit: “Elke regionale club heeft ’s zomers een avondkoers. Bij mij in Doetinchem ook, en daar rijd ik tegen amateurs die hoveniers zijn, die tegels leggen en van zeven uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags bomen sjouwen.”
“Dan heb ik zelf meestal al drie of vier uur gefietst, maar daar kun je een beetje mee spelen. Ze rijden ongelooflijk hard, maar als je wilt, kun je ze lossen.”
Vervolgens trekt Bouwman de lijn door: het verschil tussen hem en die amateurs is, naar zijn gevoel, vergelijkbaar met het verschil tussen Pogacar en de rest van het WorldTour-peloton.
Hij besloot: “Ik denk echt dat het verschil tussen die amateurs en mij hetzelfde is als het verschil tussen Pogacar en mij.”