Het eerste volledige seizoen van Red Bull in het wielrennen was verre van ideaal. In het klassement redde Florian Lipowitz nog een Tour-podium, maar dat woog niet op tegen de onbevredigende indruk van de campagne 2025 van de ploeg. Vooral de ambitieuze klassiekerkern bleef onder de maat. Ondanks de sterke komst van Oier Lazkano, Mick &
Tim van Dijke en Laurence Pithie leverde de Duitse formatie geen noemenswaardige resultaten op de kasseien op.
Ondanks het teleurstellende 2025 blijft de ploeg vasthouden aan het plan dat voorafgaand aan het vorige seizoen werd uitgetekend, met één wijziging in de klassiekerselectie: Gianni Vermeersch vervangt de wegens doping geschorste Oier Lazkano. Verder ligt de prestatiedruk onverminderd bij de broers Van Dijke, Pithie en sprinter Jordi Meeus.
Een van de pijnpunten vorig jaar was de teamcohesie. De rennersgroep, samengesteld uit verschillende ploegen, opereerde vaak als losse eilandjes, wat uiteindelijk niemand ten goede kwam. De komst van ex-bondscoach Sven Vanthourenhout en oud-prof Tony Gallopin als nieuwe sportdirecteurs moet daar orde op zaken stellen.
“Ze stralen veel rust uit,” zei
Mick van Dijke in een interview met WielerFlits. “Die rust, en ook hun tactische aanpak, kan ons helpen, zeker omdat we na vorig seizoen beter op elkaar ingespeeld zijn als kern. Onze voorjaarsploeg is nu ook sterker en breder dan in 2025.”
Meer pionnen in de finale
De kopmannen reden te vaak verspreid door het peloton, wat rivalen de kans gaf om toe te slaan. “Toen zag je ons in de finale vaak maar met twee man, soms al na vijftig of zestig kilometer koers. Dan is het lastig om het collectief te spelen tegen andere ploegen.”
“Volgend jaar hopen we met meer pionnen de finale te halen,” voegt Tim van Dijke toe.
Mick van Dijke wil zijn 18e plaats in Parijs-Roubaix van afgelopen voorjaar verbeteren
Iedereen kan kopman worden
Er komen genoeg kansen voor beiden, mits ze het niveau aantonen. In koersen als de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix krijgt iedereen een keer vrijheid, als de kaarten goed worden gespeeld.
“Dat klopt, dat is mooi,” vervolgt Tim, “maar met Pithie en Jordi Meeus hebben we in sommige koersen ook een snelle man erbij. Arne Marit is aangesloten, en Callum Thornley uit het opleidingsprogramma is er ook één om in de gaten te houden. Zo’n sterke ploeg geeft energie. Genoeg pionnen om iets te creëren.”
Liever dan egoïsme ziet Mick van Dijke interne concurrentie als hefboom om samen te groeien en als team te profiteren. “Dat is ook onze kracht, en daar moeten we hard voor werken. We moeten die teamgeest creëren. We hebben geen absolute kopman. Dat schept kansen, dat zien Tim en ik ook. Het is aan ons om deze lente weer de beste versie van onszelf te zijn.”
Het doel voor 2026 is voor de tweeling duidelijk: verbeteren en via prestaties het vertrouwen van de ploeg verdienen. “Hopelijk zetten we weer een stap. Soms krijgen we ook een vrije rol. Dat hangt af van de selectie en de koerssituatie. Maar als we voelen dat het die dag niet voor ons is, zijn we de laatsten niet om dat toe te geven en voor een ploeggenoot te werken. Zo hoort het, vind ik.”