Aanstaande zondag wordt mogelijk de grootste test uit de recente carrière van
Mathieu van der Poel. De Nederlander waagt opnieuw een poging om de mountainbiketitel te veroveren. Ditmaal arriveert hij in uitstekende vorm na een tweede plaats in de World Cup van Les Gets, een week eerder.
Met de regenboogtrui als doel is het onhandig dat de 31-jarige niet startte in de shorttrack, waar hij een betere startpositie had kunnen afdwingen. Nu moet hij het vanaf de vijfde rij zien recht te trekken. Het voordeel: Van der Poel is frisser dan rivalen die alles gaven in de snelle race van 20 minuten. Inclusief hoofdtegenstander Adrien Boichis, die vrijdag won.
“Het hoofdgerecht, het hoofdevenement, is natuurlijk zondag, de meest klassieke afstand,” zegt Daniël Dwarswaard in de podcast
In het Wiel. “Maar je kunt niet zeggen dat deze afstand alleen wordt gereden om gevoel op te doen; er stond simpelweg een wereldtitel op het spel. Dit zijn winnaars, die willen winnen zodra het licht op groen gaat.”
Geen nut om shorttrack te rijden
Volgens Nederlandse kenners is het logisch dat Van der Poel geen risico’s neemt aan de vooravond van een hoofddoel van zijn seizoen.
“Van der Poel heeft zondag zo’n groot doel gemaakt, en dat al het hele jaar, dat hij geen risico’s wil nemen of fouten wil maken,” legt
Roxane Knetemann uit. “Hij kan niets winnen qua startpositie, want hij moet sowieso vanaf de vijfde rij starten. Zijn prioriteit ligt net even anders.”
Bovendien viel er weinig te winnen in de vaak chaotische shorttrack. Die ligt de achtvoudig Monumentenwinnaar (250 km+) niet, en met een matige startpositie is er over elf rondes van 1 kilometer sowieso een plafond aan wat mogelijk is. Daarbij komen de startplaatsen voor de cross-country van zondag al vast te staan.
“Het hoofdevenement is zondag. Daar pakt Mathieu van der Poel hoe dan ook een olympische medaille. Dat maakt dit niet minder een echte wereldtitel, maar het is anders. Het is ook een heel andere inspanning. Het is een sprintrace; het gaat razendsnel.”