De Vuelta a Espana 2026 is in volle gang, maar nu de puzzel om het klassement zo goed als gelegd lijkt, verschuift de aandacht naar het WK op de weg in Montreal. Daar treft Pogacar een rij rivalen die zijn hattrick willen voorkomen, met
Remco Evenepoel als opvallende uitdager na zijn tweede plaats van vorig jaar.
De Belg lijkt een groot voordeel te hebben: in plaats van drie weken koersen in Spanje kon hij sinds zijn overwinning in de Clásica San Sebastián een volle maand trainen. Bovendien kan hij een “testrit” doen: de GP de Montréal op 13.09.2026.
De Grand Prix en het WK delen grotendeels hetzelfde parcours, maar toch zijn het volgens de Italiaanse coach Pino Toni, eerder betrokken bij Saxo Bank, Tinkoff en Katusha en nu bondscoach van Oezbekistan, twee compleet verschillende koersen.
“Allereerst moet je beseffen dat het een totaal andere koers wordt,” zegt Toni tegen
Bici.pro. “Het kwantitatieve niveau op het WK ligt uiteindelijk lager, omdat er met nationale selecties wordt gekoerst.”
Niet alle landen gaan voluit
“Zo hebben Aziatische landen de Asian Games, zes dagen eerder, en die zijn voor hen erg belangrijk. Ik, met Oezbekistan, breng maar één man en één vrouw. De beste, Nikita Tsvetkov, blijft ook voor de baan. De algemene kwaliteit zakt dus. De ploegen zijn kleiner en de koers verandert.”
Het concept met nationale teams verandert vaak de dynamiek. In een reguliere WorldTour-koers mogen zelfs sterke renners soms mee in de vlucht, maar geen enkele sterke natie wil een Belg, Italiaan of Fransman vooruit zien. Daarom hebben vroege moves vaak weinig gewicht, omdat vooral “outsiderlanden” de ruimte krijgen.
Toni concludeert dan ook dat wel of niet starten in de Grand Prix van Montreal weinig gevolgen heeft voor het WK:
“Montreal kan aan Luik doen denken, maar het WK wordt totaal anders. In een WorldTour-wedstrijd kunnen hele goede renners wegrijden; in een landenwedstrijd laat men renners van dat kaliber zelden rijden. Het wordt veel makkelijker te controleren. Daarom heeft het, naar mijn mening, uiteindelijk relatief weinig zin om het wel of niet te doen.”
Remco zal tegen elke prijs willen winnen
Zonder Pogacar aan de start zullen in de Grand Prix de Montréal alle blikken op Evenepoel gericht zijn. De Belg zal zichzelf willen bewijzen dat hij, los van de Sloveen, de sterkste van het peloton is.
“Evenepoel zal koersen om te winnen. Ik denk niet dat veel renners daar heen gaan voor een ommetje. Het is een WorldTour-wedstrijd, levert veel punten op, en het is hoe dan ook een eendagskoers twee weken voor het WK. Je komt er sterk aan, dat moet ook.”
“Als je daar bent, moet je voluit. En welke data geeft dat ons? Je weet dat hij het op die manier kan, en de enige die het beter kan, is Pogacar. Punt. De teams kennen de waardes. Er komt in zekere zin niet zoveel wiskunde bij kijken.”
Het is maar een klein voordeel
Natuurlijk levert het Evenepoel andere, minder tastbare voordelen op dat hij ongeveer twee weken eerder dan Pogacar in Canada is. Acclimatisatie, parcourskennis of simpelweg vertrouwdheid met de omgeving kunnen de Belg helpen. Al kent Pogacar het rondje uitstekend na zijn zeges daar in 2022 en 2024, terwijl hij in 2025 de zege aan ploegmaat Brandon McNulty gunde.
“Er zitten vijftien dagen tussen het einde van de Vuelta en het WK. Evenepoel profiteert hier zeker van qua acclimatisatie, want hij arriveert veel eerder. En omdat hij ook de tijdrit rijdt, blijft hij er lang. Je kijkt anders, je voelt je meer thuis,” legt Toni uit.
Tadej Pogacar wins the 2025 World Championships
Specificiteit van het parcours
Hoewel het circuit van Montreal niet het meest technische van de kalender is, kan een juist gevoel voor de sleutelpuzzel Mount Royal het verschil maken tussen winst en verlies.
“Ook omdat het uiteindelijk een klim van 1,6 kilometer is: ik zag dat het zware deel 1,6 kilometer meet, waarvan 700 meter gemiddeld 9 procent. Daarna volgt een steile afdaling, met een scherpe bocht, en het stijgingspercentage loopt boven 10 procent. Je kunt er veel vaker overheen en specifieke secties leren kennen. Maar uiteindelijk is het een parcours dat iedereen kent. Wie Montreal heeft gereden, kent die omloop meer dan goed.”
Kracht van het collectief
Ten slotte mag de teamsterkte niet worden onderschat. Anders dan in Kigali zit er geen zo selectieve klim als de Mont Kigali in om het peloton vroeg uit te dunnen. Met 2,3 km aan 6,2% gemiddeld is de Côte de Camillien-Houde een klim die veel andere Belgen dicht genoeg bij het topduo kunnen overleven om laat in de koers een rol te spelen. Bij Slovenië kan alleen Primoz Roglic een vergelijkbare rol opnemen.
“Evenepoel heeft het team aan zijn zijde. Als iemand hem in de problemen kan brengen, is het België. Van Aert is zo iemand die, als hij wegrijdt, teruggepakt móét worden. En misschien met een Deen erbij, ik denk aan Skjelmose. Denemarken heeft een sterke ploeg. Pedersen kan ook de laatste zijn die nog wegrijdt. En misschien zit er zelfs een Bettiol in die kopgroep.”
“Pogacar is in dat opzicht wat geïsoleerder. Maar het is duidelijk dat, als we zien wat hij in de Vuelta laat zien, hij zelfs met twee minuten achterstand nog kan dichten. Kijk, laatst in de Vuelta, toen hij ging, was het niet eens vol. Normaal gesproken, als Pogacar gezond is, wint hij toch. Zelfs als België sterk rijdt. En zelfs als Evenepoel de GP van Montreal rijdt.”