Het veldritseizoen nadert zijn einde en
Bart Wellens greep de gelegenheid aan om de competitieve winter te evalueren. De voormalige Belgische prof, inmiddels 47, fileerde wat zich in de discipline afspeelde en stelde één ding helder:
Mathieu van der Poel legde opnieuw zijn wil op en als hij volgend jaar terugkeert, mag hij weer de toon zetten.
“Als Van der Poel volgend jaar nog rijdt, zal hij opnieuw erbovenuit steken. Nys en Del Grosso mogen dan op het niveau van Van Aert zitten, Van der Poel blijft nog een trap hoger,”
zei hij tegen Nieuwsblad.
De voorbije jaren, en ook dit seizoen, was er een duidelijk kantelpunt zodra Mathieu van der Poel het veld instapte. “Het was een seizoen in drie delen: eerst zonder Van der Poel, dan zijn dominantie, en tot slot weer zonder hem. En die periode mét Van der Poel was niet de spannendste. Nys probeerde soms te volgen en zonder de val van Van Aert hadden we in Mol een boeiend duel gezien, maar verder was Van der Poel duidelijk de beste. Je hoort het ook bij het publiek: ‘Als Van der Poel rijdt, is er geen spanning.’”
De Nederlander telt nu acht wereldtitels in het veldrijden en legt daarmee de lat torenhoog voor de komende jaren. Toch ziet Wellens daarin geen probleem voor de sport. “Ik begrijp dat mensen dat zeggen, maar net dát maakt hem zo bijzonder.”
Dit seizoen waren de eindtrofeeën in wezen beslist vóór het WK in Hulst, wat een deel van de spanning uit de slotfase haalde. Voor velen verminderde dat de sportieve prikkel, omdat de focus verschoof naar losse zeges in plaats van naar de titels. Wellens gaat daar echter niet volledig in mee. “Hier en daar hoor je dat het veldrijden inzakt na het WK omdat mannen als Van der Poel, Van Aert en Nys niet meer starten. Daar ben ik het niet mee eens. Het is vooral jammer dat de klassementen al vóór het WK beslist waren, waardoor we geen koers-in-de-koers kregen en het enkel nog om de dagzege ging.”
Wout van Aert en Mathieu van der Poel duelleren in de Exact Cross Mol 2026
Hoewel hij erkent dat de afwezigheid van de grootste sterren wat glans wegneemt, vraagt de Belg respect voor de specialisten die blijven koersen. “Na het WK mis je de mannen die wat extra peper en zout aan de cross geven, maar we mogen degenen die er nog zijn niet tekortdoen. Ik vind ook dat renners als Niels Vandeputte of Michael Vanthourenhout uitblinkers zijn. Als Niels in Oostmalle eerste of tweede wordt, sluit hij het jaar af als nummer één op de UCI-ranking. Chapeau daarvoor.”
Wellens kaartte ook het verschil aan tussen pure crossspecialisten, die exclusief in het veld rijden, en renners die de cross combineren met de weg, zoals Van der Poel en andere namen uit het wegpeloton. “Wat is het grote verschil met de ‘wegrenner die crosst’? Voor de pur sang crosser is het mentaal nu veel eenvoudiger.”
“Hun grootste zorg is gezond blijven en goed trainen, maar ze hoeven zich niet te tonen in wegritten, want die dienen vooral als voorbereiding op het wegseizoen. Als die Pauwels Sauzen–Altez Industriebouw-renners in hun eerste wegrit gelost worden, is dat geen drama. Als Van der Poel of Del Grosso dat in het achterhoofd hebben, is het paniek,” besloot hij.