Het gedrag van toeschouwers in het wielrennen baart zelden zorgen, maar er zijn altijd geïsoleerde incidenten waarin “fans” de koers verstoren, en
Mathieu van der Poel werd de laatste tijd meermaals getroffen.
In Loenhout, kort voor het einde van 2025, raakte een toeschouwer zijn stuur, zij het onbedoeld, zoals later bleek. Toch komen incidenten waarbij voorwerpen bewust naar het hoofd van de Nederlander worden gegooid vaak genoeg voor om bredere zorgen te wekken. De logische vraag dringt zich op: wat kun je in zulke gevallen doen?
Wat zijn mogelijke oplossingen?
De voormalige profs Bert en Staf Scheirlinckx hebben een rennersunie opgericht om precies dit soort situaties aan te pakken. “We proberen ervoor te zorgen dat dit soort incidenten juridisch wordt opgevolgd, maar wij kunnen de zwaarte van de straf niet bepalen, en die is niet altijd wat we verwachten,” zegt Bert Scheirlinckx tegen De Telegraaf.
“Het is vaak heel lastig, omdat de renner zelf of de ploeg zelden voorstander is van veel ruchtbaarheid. We starten wel een procedure, want dit gedrag is onaanvaardbaar in het wielrennen. Maar de straffen zijn vaak licht en beperkt, omdat een rechter het beoordeelt zoals in de ‘normale’ samenleving.”
Het opleggen van stadionverboden is ook complexer dan je denkt. “Voor mensen die wielrennen een warm hart toedragen, zijn incidenten zoals dat met Van der Poel emotioneel geladen. Men roept meteen: die persoon mag nooit meer naar een koers. Maar als je die emotie loslaat, gaat het in de kern om iemand die spuugt of bier gooit. Onder Belgisch recht geldt dat niet als een zwaar misdrijf, dus komt iemand weg met een boete.”
Er zijn wel uitzonderingen, afhankelijk van de ernst van de gevolgen. Bij
Parijs-Roubaix dit jaar kreeg Van der Poel bijvoorbeeld een bidon naar zijn hoofd. “Ja, als Mathieu daar was gevallen en ernstig letsel had opgelopen, dan zouden hij en zijn ploeg die persoon voor de rechter hebben gesleept en aansprakelijk hebben gesteld. In dat geval kan het slachtoffer de dader voor de rechter brengen met ‘poging tot doodslag’ als aanklacht.”
Privacywetgeving: de verborgen hobbel voor veiligheid
“De persoon is geïdentificeerd,” zegt Scheirlinckx, maar hij wijst op het gebrek aan afschrikking. “Nee, we weten niet welke straf is uitgesproken. Dan bots je weer op de ‘wet op de privacy’, waardoor dat niet openbaar wordt gemaakt. Dat is frustrerend, ja. Als de straf openbaar zou zijn en zwaar uitpakt, denkt iedereen wel twee keer na voordat hij iets onaanvaardbaars doet.”
Sommige organisatoren erkennen in elk geval dat het zo niet verder kan. “We weten van Flanders Classics (onder meer organisator van de
Ronde van Vlaanderen) dat zij tijdens De Ronde meer stewards inzetten op drukke punten zoals de Paterberg en de Oude Kwaremont, om preventief toezicht te houden,” legt Scheirlinckx uit.
Andere preventieve maatregelen, zoals camera’s plaatsen, blijven echter problematisch. “Dat is ook moeilijk, omdat wielerwedstrijden op de openbare weg plaatsvinden en je dan opnieuw tegen de privacywetgeving aanloopt. In het veldrijden zou het misschien kunnen, en ja, we zijn zeer serieus in gesprek met organisatoren om het risico op incidenten te verkleinen. Het probleem blijft dat door wetgeving veel dingen die we willen doen gewoon niet mogelijk zijn. Dat verandert niets aan het feit dat we blijven vechten voor de renners.”