Dopingcontroles zijn onmisbaar in het profpeloton en
de Tour de France. Wie een geloofwaardige, schone competitie wil, kan niet serieus bepleiten dat Tadej Pogačar,
Jonas Vingegaard of andere toppers minder vaak getest worden. Juist de besten moeten er altijd op rekenen dat zij in het hart van het controlesysteem staan.
Maar een controle om 02.00 uur is geen routinecheck. Volgens de Franse regels is het een uitzonderlijke ingreep, die aanzienlijk strengere voorwaarden vereist dan een bezoek vroeg in de ochtend of ’s avonds.
Daarom volstaat het niet om de zaak af te doen met de algemene stelling dat topsporters 24/7 klaar moeten staan voor dopingcontroles. Formeel is dat maar ten dele waar. Wie de verschillen tussen het UCI-reglement en het Franse sportrecht bekijkt, ziet waarom juist deze controle vragen oproept.
De UCI staat nachtcontroles alleen toe bij “geldige gronden”
De UCI gaat er in de regel van uit dat controles plaatsvinden tussen 06.00 en 23.00 uur. Een test tussen 23.00 en 06.00 uur kan, maar vereist “geldige gronden”, oftewel dwingende of substantiële redenen. Tegelijkertijd stelt het reglement dat een renner in principe altijd en overal om een monster kan worden gevraagd. Hij mag de controle niet weigeren enkel omdat die buiten de gebruikelijke uren valt.
Dit betekent: een controle om 02.00 uur is onder UCI-regels niet automatisch ontoelaatbaar. Maar het is nadrukkelijk ook niet bedoeld als normale standaardmaatregel.
De uitzonderlijke timing vraagt om een uitzonderlijke rechtvaardiging.
Frans recht gaat veel verder
Aangezien de controle in Frankrijk naar verluidt is uitgevoerd door de nationale antidopingorganisatie AFLD, is het Franse sportrecht doorslaggevend.
Op grond van artikel L232-14 van de Franse Code du sport mogen controleurs woon- en verblijfsruimten in de regel alleen betreden tussen 06.00 en 23.00 uur. Voor controles in hotels of particuliere accommodaties tussen 23.00 en 06.00 uur gelden speciale uitzonderingen.
Tussen 23.00 en 06.00 uur volstaat een algemene motivering niet. De wet vereist bovendien “ernstige en eensluidende aanwijzingen” dat de sporter de antidopingregels heeft geschonden of zal schenden. Ook moet er een risico zijn dat bewijsmateriaal kan verdwijnen. De maatregel moet proportioneel blijven en de privacy van de sporter respecteren.
Daarnaast mag zo’n nachtelijke controle alleen plaatsvinden als de sporter vooraf toestemming heeft gegeven aan de AFLD of de bevoegde internationale sportfederatie. Die toestemming moet schriftelijk zijn en kan worden verkregen bijvoorbeeld bij opname in een testpool of bij inschrijving voor een internationale wedstrijd.
Die toestemming is echter geen blanco cheque. Ze beantwoordt slechts de vraag of een nachtelijke controle in principe mag. Voor een specifieke test om 02.00 uur lijken de aanvullende eisen volgens Frans recht nog steeds te moeten worden vervuld.
Juist daardoor wekt de AFLD zelf speculatie
Daar ontstaat het echte probleem. Niet het feit dát Pogačar en Vingegaard zijn getest, voedt de speculatie. Het is de uitzonderlijke timing in combinatie met de uitzonderlijk hoge wettelijke drempel.
Als het Franse recht voor controles tussen 23.00 en 06.00 uur ernstige en eensluidende aanwijzingen én een risico op verlies van bewijs verlangt, is de onvermijdelijke vraag waarom de AFLD een test om 02.00 uur noodzakelijk vond.
Dit is geen beschuldiging aan het adres van Pogačar of Vingegaard. Een dopingcontrole is geen positieve test en geen bewijs van wangedrag. Journalistiek mag dit niet als indirecte schuldtoeschrijving worden neergezet.
Maar omgekeerd kun je van publiek, ploegen en renners niet verwachten dat zij zo’n ongewone maatregel als een triviale routine beschouwen.
Met deze timing creëerde de AFLD zelf een context waarin vragen onvermijdelijk zijn. Als zij volledig zwijgt over de redenen, ontstaat een informatievacuüm. En dat vacuüm zal onvermijdelijk met aannames worden gevuld.
Doping belast het wielrennen en andere sporten
Waarom alleen Pogačar en Vingegaard?
De selectie zou extra uitleg vereisen als ’s nachts inderdaad uitsluitend Pogačar en Vingegaard zijn getest.
Beiden domineren de
Tour de France al jaren en zijn de meest prominente renners van de koers. Vaker testen is daarom in principe begrijpelijk. Gerichte controles zijn bovendien expliciet onderdeel van het internationale antidopingsysteem. De UCI noemt onder meer uitzonderlijke prestaties, prestatieontwikkelingen, testhistorie en beschikbare informatie als mogelijke criteria voor targettesting.
Maar ook Paul Seixas staat hoog in het algemeen klassement. De 19-jarige Fransman stond na etappe 14 vierde en leidde het jongerenklassement.
Als de nachtelijke controle uitsluitend was gelast vanwege sportieve status en uitzonderlijke prestaties, rijst de terechte vraag waarom Seixas niet op hetzelfde moment is getest. Hetzelfde kan gelden voor Remco Evenepoel of Florian Lipowitz uit de directe kopgroep.
Er kan een volkomen plausibele verklaring voor zijn. De selectie kan gebaseerd zijn op specifieke biologische-paspoortdata, eerdere testtijden, concrete informatie of een gecoördineerde teststrategie. Misschien zijn andere renners op andere momenten getest zonder dat dit openbaar is gemaakt.
Maar zolang de AFLD niets toelicht, blijft dat speculatie.
Seixas’ nationaliteit maakt de selectie extra gevoelig
Dat juist de Franse toprenner niet onder de genoemde renners zou vallen, maakt de situatie politiek en sportief bijzonder precair.
Dat betekent niet dat de AFLD Seixas bewust heeft beschermd. Daarvoor is geen enkel hard bewijs. Nationale antidopingagentschappen moeten onafhankelijk opereren, en zonder inzage in het testplan is zo’n beschuldiging ongegrond.
Toch moet de AFLD zich bewust zijn van hoe deze selectie van buitenaf oogt. Als twee buitenlandse Tour-favorieten midden in de nacht worden gewekt, terwijl de succesvolste Franse klassementsrenner ogenschijnlijk niet aan dezelfde maatregel is onderworpen, wekt dat de indruk van ongelijke behandeling—ook als de feitelijke redenen louter technisch waren.
Juist een nationale autoriteit moet elke schijn vermijden dat binnenlandse en buitenlandse renners volgens verschillende maatstaven worden behandeld.
De beste reactie is transparantie, voor zover dat kan zonder lopende onderzoeken of het testsysteem te schaden.
Paul Seixas en Remco Evenepoel werden niet in hetzelfde tijdsvenster getest als Pogacar en Vingegaard
Transparantie betekent niet dat vertrouwelijke bevindingen worden onthuld
Natuurlijk kan een antidopinginstantie niet alle redenen voor gerichte controles publiceren. Zij mag geen vertrouwelijke informatie, biologische data of onderzoekslijnen prijsgeven. Verrassing en geheimhouding zijn cruciale onderdelen van een effectief testsysteem.
De AFLD zou echter op zijn minst de juridische basis kunnen toelichten.
Zij kan bevestigen onder welke rechtsmacht de controles zijn gelast, of het daadwerkelijk om AFLD-controles ging, en of de voorwaarden van artikelen L232-14-1 tot en met L232-14-3 zijn toegepast. Ook kan zij verduidelijken of andere renners dezelfde nacht of in een vergelijkbaar tijdsbestek zijn getest, zonder namen te noemen.
Bovenal moet worden opgehelderd of het vaak aangehaalde tijdstip van 2.00 uur werkelijk het begin van de controle markeert, of dat een eerder opgestarte procedure tot dat tijdstip doorliep. Dat onderscheid is juridisch én journalistiek relevant.
Pogacar en Vingegaard verdienen ook duidelijkheid
Die transparantie is niet alleen in het publiek belang. Het is ook fair tegenover de twee renners.
Zolang termen als “ernstige en consistente gronden voor verdenking” rondgaan zonder dat de specifieke juridische context wordt uitgelegd, kan dat de indruk wekken dat de controle is uitgevoerd wegens een individuele verdenking van doping.
Dat hoeft niet zo te zijn geweest. De bepalingen kunnen anders worden toegepast afhankelijk van de bevoegde organisatie, voorafgaande toestemming, de specifieke testopdracht en het daadwerkelijke verloop. Het is daarom riskant om direct uit de wettekst een verdenking tegen Pogačar of Vingegaard af te leiden.
Juist daarom moet de verantwoordelijke autoriteit het proces duiden.
Strenge controles vragen ook om rigoureuze procedurele standaarden
In de strijd tegen doping is geen ruimte voor comfort. De sterren van het peloton mogen noch door hun naam, noch door hun sportieve statuur worden ontzien voor onaangename tests.
Maar een strak controlesysteem dankt zijn geloofwaardigheid niet alleen aan hardheid. Ook proportionaliteit, gelijke behandeling en transparante procedures tellen.
Een controle om 2.00 uur grijpt diep in in herstel en privacy van een renner. Tijdens een Grote Ronde is slaap geen bijzaak maar een kernonderdeel van het prestatieniveau. Daarom heeft de Franse wetgever bewust hoge drempels voor zulke maatregelen vastgelegd.
Als de AFLD vond dat aan die drempels was voldaan, moet er een zwaarwegende reden zijn geweest. Het publiek heeft geen recht op vertrouwelijke onderzoeksdetails. Maar het mag wel verwachten dat de autoriteit uitlegt waarom zo’n uitzonderlijke ingreep in principe noodzakelijk en proportioneel was.
Tot die tijd blijven vragen liggen: Waarom om 2.00 uur? Waarom Pogacar en Vingegaard? Waarom ogenschijnlijk niet Seixas of andere renners uit de kopgroep?
Die vragen stellen is noch een complottheorie, noch een aanval op antidopinginspanningen. Integendeel: wie een krachtig en geloofwaardig testsysteem wil, moet ook eisen dat uitzonderlijke ingrepen volgens duidelijke en gelijke standaarden worden uitgevoerd.