Tadej Pogacar arriveert op
Parijs-Roubaix 2026 in nietsontziende vorm, na recente zeges in Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen. Twee Monuments, twee verschillende koersscenario’s, dezelfde uitkomst.
En toch, nu het peloton zondag richting de kasseien draait, kiest voormalig winnaar
Sonny Colbrelli een andere kant.
De Italiaan, die in 2021 met een opmerkelijke zege zijn naam in de Roubaix-geschiedenis kerfde, denkt dat de unieke eisen van de Hel van het Noorden de balans alsnog kunnen doen doorslaan naar
Mathieu van der Poel, zelfs tegenover een rival die op het absolute topniveau koerst.
“Het wordt een zware strijd, zoals altijd, zo niet zwaarder. Het niveau is buitenaards,”
aldus Colbrelli in gesprek met Gazzetta dello Sport, voordat hij zijn favoriet noemde. “Nipt, Mathieu van der Poel.”
“Het parcours van Roubaix ligt de Nederlander beter”
Colbrelli’s redenering is geworteld in terrein, niet in vorm.
Pogacar dropte Van der Poel op de Poggio in Sanremo en opnieuw op de Oude Kwaremont in Vlaanderen, maar Roubaix is een compleet andere test. Geen explosiviteit bergop, maar vermogen, positie kiezen en weerbaarheid over meer dan 50 kilometer kasseien. “In Vlaanderen zei ik Pogacar, omdat het parcours hem beter ligt… Maar het parcours van Roubaix ligt de Nederlander beter.”
Dat onderscheid is de kern van Colbrelli’s visie. De Sloveen heeft zich bewezen als de meest complete renner van het peloton, in staat om in bijna elk scenario te winnen. Maar Roubaix heeft zelfs de grootste ronderenners weerstaan en vraagt om een ander soort dominantie.
“Niemand heeft het ooit vier keer op rij gewonnen”
Naast het terrein wijst Colbrelli op een andere krachtige motivator. “Niemand heeft het ooit vier keer op rij gewonnen.”
Van der Poel jaagt op een vierde opeenvolgende titel in Parijs-Roubaix, een prestatie die hem alleen aan de top van de wedstrijdgeschiedenis zou plaatsen. Zelfs onder de kasseienlegendes is die grens nooit bereikt.
Voor Colbrelli geeft dat gevoel voor geschiedenis een extra laag aan de uitdaging van de Nederlander, ook tegenover Pogacars recente suprematie. “Er is ook de motivatie van een bijzonder mijlpaal.”
Pogacar-vorm versus Roubaix-realiteit
Het contrast bepaalt deze editie. Pogacar heeft deze lente al laten zien dat hij Monumenten op meerdere manieren kan winnen. Hij herpakte zich na een val en veroverde Sanremo, daarna reed hij met autoriteit weg van Van der Poel in Vlaanderen. Op papier is hij de sterkste renner ter wereld.
Maar Roubaix wordt zelden op papier beslist. Colbrelli weet dat als geen ander. Zijn eigen zege kwam bij zijn debuut, onder extreme omstandigheden, op een dag waarop overleven even belangrijk was als kracht. “In de jaren daarna is het me nooit gelukt live te kijken, maar dit keer ben ik dat van plan.”
“Ik herinner me alles… de vervulling van een droom”
Die triomf van 2021 bepaalt nog steeds Colbrelli’s band met de koers. “Ik herinner me alles, van A tot Z, van het opstaan tot het naar bed gaan… het moment dat ik het podium opstapte en de trofee – de kassei – op me wachtte. Misschien besefte ik toen pas wat ik had gedaan. De vervulling van een droom.”
Het blijft, in zijn eigen woorden, de dag die hem in de wielergeschiedenis plaatste. “Het is geen overdrijving om dat te zeggen.”
Nu Parijs-Roubaix weer nadert, weegt Colbrelli’s perspectief zwaar. Hij kent beide gezichten van de wedstrijd: de bruutheid en de glorie. En hoewel Pogacar als de heersende kracht van het voorjaar arriveert, is het oordeel van de Italiaan helder. Roubaix is anders.