De
Tour de France-debuut van
Remco Evenepoel voor Red Bull - BORA - hansgrohe komt met hoge verwachtingen. De olympisch kampioen stond al op het podium naast Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard, maar voelt de druk om daar nog op te verbeteren na een hobbelige aanloop naar de race.
In een column voor
Cyclingnews wees voormalig prof
Thomas De Gendt op Evenepoels sterke klassiekercampagne, met winst in de Amstel Gold Race en podiums in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik, en hoe dat een deel van de druk voor de Tour wegneemt.
“Het is niet zo dat zijn jaar mislukt is als hij nu bijvoorbeeld ‘maar’ één etappe in de Tour wint. Met Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard erbij zou derde worden en de tijdrit winnen een goede Tour voor hem zijn. Voor een geweldige Tour moet hij een bergetappe tegen Pogacar winnen of het geel dragen.”
Kortom: herhalen wat hij in 2024 liet zien, toen Evenepoel – destijds bij Soudal - Quick-Step – drie weken lang op topniveau presteerde, met zijn beste klimbenen ooit, een etappezege, een plek op het eindpodium en een extreem constante koers. Is het, in het huidige peloton, onder normale omstandigheden mogelijk om daar nog op te verbeteren?
“Maar kan hij nóg meer dan dat? In veel opzichten is dat Remco’s probleem in België. Want zelfs als hij derde wordt, zullen velen zeggen dat hij niet goed genoeg reed [...] In Remco’s geval is zelfs het podium in een Grote Ronde – wat voor mij, behoudens grote verrassingen, momenteel het maximaal haalbare is – gewoon niet goed genoeg,” stelt hij.
Remco Evenepoel heeft sinds Luik-Bastenaken-Luik niet meer gekoerst
Is Evenepoel sterker dan hij heeft laten zien?
De druk uit België, en ook de kritiek, was de voorbije jaren groot voor renners als hij en Wout van Aert. In de etappekoersen heeft de renner van Red Bull - BORA - hansgrohe zich dit jaar bovendien niet echt getoond, wat twijfels voedt over zijn kansen in de Grand Boucle.
Maar op zijn topniveau, zoals afgelopen najaar toen hij als enige Pogacar echt weerwerk bood in de grote eendagskoersen, zit hij er niet ver vanaf.
“Hij is lang niet de enige die in de problemen komt als Pogacar aanvalt en helaas is Remco’s bovengrens net niet hoog genoeg om Pogacar te volgen. Maar misschien, met zijn nieuwe trainingsaanpak, heeft hij als een bezetene aan zijn VO2 max gewerkt en pikt hij die extra procent – en het gaat écht om 1%,” aldus De Gendt.
“Over cijfers gesproken: ik heb al die verhalen gezien over zijn FTP van 425 (gedeeld op Evenepoels YouTube-kanaal, red.) en ik denk eigenlijk dat dat lager is dan wat hij echt trapt – het is maar een trainingswaarde. Mijn eigen FTP was op papier altijd 430 of 435 bij 69 kg. Maar in wedstrijden kon dat 20 minuten lang oplopen tot zo’n 460. Wat je FTP in koers is en op papier, zijn twee verschillende dingen.”
Het is een belangrijke koers waarin de olympisch kampioen ook interne druk voelt, want hij deelt de leiding met Florian Lipowitz, die hem vorig jaar opvolgde als de man op het podium naast de ‘grote twee’.
“Dat is Remco’s verhaal: hij zit in een positie waarin hij, zelfs als hij wint, in de ogen van veel mensen – en veel journalisten – nog steeds iets verkeerd doet. En helaas lijkt niets dat te veranderen, zelfs niet (misschien) derde worden in de Tour de France in juli.”
De Gendt tempert verwachtingen rond Seixas
De Gendt deelde ook zijn visie op Paul Seixas, de 19-jarige sensatie die dit jaar de spotlights pakt met indrukwekkende prestaties en met de jokerrol die hij in de Tour kan spelen.
Hoe groot het talent ook is, een Grote Ronde vraagt vaak meer om ervaring en regelmaat dan om pure capaciteiten, ook vandaag nog ondanks alle vooruitgang in training, voeding en technologie.
“Ik verwacht deze juli niet zoveel van Paul Seixas als sommige anderen. Hij kan me altijd verrassen, zijn cijfers voor een 19-jarige zijn ongelooflijk en hij wordt zeker ooit Tour de France-winnaar. Maar dit is zijn eerste Grote Ronde,” benadrukt hij.
“En hoewel ik denk dat hij de eerste twee weken op het hoogste niveau mee is, blijft de derde week voor veel renners een vraagteken, en dat geldt ook voor Seixas.”