De indrukken van
Jarno Widar tijdens zijn debuut in een Grote Ronde gingen alle kanten op, maar in etappe 9 mengde de jonge Belg zich met de besten en proefde hij bijna de ritzege – uiteindelijk werd het plaats zeven.
De Vuelta a España 2026 sloeg zaterdag een compleet andere richting in na de opgave van leider Tadej Pogacar. Met de strijd om het klassement plots open zagen we een zinderende tactische finale waarin niet minder dan tien klimmers om de zege vochten.
Widar zelf plaatste twee à drie aanvallen, maar elke move werd geneutraliseerd en de ritwinst ging naar de nieuwe rodetruidager Enric Mas.
Na de finish gaf Widar toe dat het tempo hem laag leek in vergelijking met de koerswijze in de dagen dat Tadej Pogacar het peloton dicteerde.
“Het was een beetje een klotedag. Persoonlijk vond ik dat ze die beklimmingen onderweg niet hard genoeg opreden. We zaten nog met 100 man samen. Dat vond ik behoorlijk irritant,” klonk het ontwapenend eerlijk.
“Op de slotklim voelde ik me oké. Ik bleef in mezelf geloven en koos telkens mijn eigen tempo,” zei hij over zijn aanpak. “Pas in de laatste 3 kilometer moest ik gokken om mee te doen voor de zege. Daar heb ik in de slotkilometer de prijs voor betaald door wat stil te vallen.”
Strategische keuze
Aanvankelijk leek Widar ook niet over de beste benen te beschikken. De Lotto-renner bungelde achterin, waar het even leek alsof hij elk moment de aansluiting kon verliezen. Dat gebeurde niet, en volgens Widar was dat (deels) een bewuste keuze.
“Misschien was het beter om wat verder van voren te zitten. Ik snap ook dat de klassementsmannen me niet laten binnenpiepen omdat ik niet hoog sta. Ik wil daar ook niet in de weg rijden. Als ik dan een gaatje moet laten, is dat behoorlijk vervelend voor hen. Daarom koos ik ervoor om van achteruit iedereen voorbij te rijden.”
Even op adem komen
Na negen koersdagen bereikt de Vuelta eindelijk de eerste rustdag. Voor debutant Widar, zoals voor elke renner, is dat een welgekomen adempauze.
“Maar we zijn wielrenners en soms moeten we drie weken na elkaar trainen,” merkt hij op.
De balans oogt niet slecht. Een tweede plaats in Andorra, vandaag 7e, en 12e in het klassement. Ook al, zo benadrukt hij zelf, staat het algemeen klassement niet op Widars prioriteitenlijst.