Mathieu van der Poel zakte op zijn knieën en daarna op zijn rug nadat hij op de slotetappe van de
Tour de France 2026 tot op de laatste druppel voor de zege ging. Door Tadej Pogačar uit het wiel te sprinten en de aanstormende sprinters achter zich te houden, boekte Van der Poel zondag een van zijn meest memorabele zeges op het allerhoogste podium.
Bekend om zijn indrukwekkende uithoudingsprestaties waarmee hij
de grens opzoekt van wat zijn lichaam aankan, heeft Van der Poel vergelijkbare alles-of-niets, tot-de-tank-leeg is-zeges behaald in Tirreno–Adriatico, de Amstel Gold Race, de Tour de France en het World Championships.
Naast zijn vermogen om mee te gaan met de wereldtop op punchy, heuvelachtig en kasseienwerk, lijkt Van der Poels echte wapen zijn capaciteit om net iets meer te lijden dan zijn rivalen, met de finale in Parijs als het beste voorbeeld.
Hij en Pogačar sloegen een kleine kloof op de top van de laatste beklimming van Montmartre. Met nog tien kilometer te gaan en een woest jagende, uitgedunde sprintersgroep daarachter, gingen de twee all-in om stand te houden.
Op de licht oplopende strook van de Champs-Élysées leek Van der Poel de drager van het geel te lossen en de sprinters in een fotofinish achter zich te houden.
Mathieu van der Poel wint op de Champs-Élysées
Naesen over wat Van der Poel anders maakt
“Ik zou niet weten wat dat is,” zei huidig Decathlon CMA CGM-renner
Oliver Naesen in
de HLN Cycling Podcast, over het vermogen van de Nederlander om de pijngrens te verleggen.
“Het is een van de grote kwaliteiten van Mathieu van der Poel. Hij kan gewoon zoveel dieper gaan dan de rest van het peloton. Ik heb het er vaak met onze trainers over gehad, want ik zou dat zelf ook graag kunnen. Hij tapt uit een vaatje dat bij de meeste renners onaangeroerd blijft. Dat je na de finish echt zo moet gaan liggen.”
“Ik heb Van der Poel dit zien doen op de Mûr-de-Bretagne en in de Amstel Gold Race die hij won, maar dit stond nog een trede hoger. Het was ongelooflijk.”
Voormalig ploeggenoot Vermeersch valt Naesen bij
Zijn ex-ploeggenoot Gianni Vermeersch onderschreef Naesens woorden in Vive Le Vélo en merkte op dat hij nog nooit iemand zoveel had zien achterlaten als de ex-wereldkampioen.
“Mathieu heeft bewezen dat hij in het veld zelfs een slotronde kan rijden die niemand anders kan. Ik herinner me een moment op de cross van Namen, waar hij minutenlang uitgestrekt op de grond lag.
“Dat soort dingen zag je bij Mathieu soms ook in training. Hij kan zichzelf zó hard pushen en zichzelf zóveel pijn doen, in trainingen en in koersen; persoonlijk heb ik dat bij niemand anders gezien.”