“Evenepoel, Del Toro en nu ook Van der Poel” – Zonneveld stelt dat Pogacar zijn rivaal de zege op de Champs-Élysées “gunde”

Wielrennen
dinsdag, 28 juli 2026 om 8:00
photo-collage (31)
Tadej Pogacar evenaarde de historische mijlpaal van vijf eindzeges in de Tour de France 2026. Maar wie ook een triomf op de Champs-Élysées aan zijn palmares wil toevoegen, zal moeten terugkeren om alsnog zijn stempel te drukken op dit prestigieuze decor. Want de held van 2026 was Mathieu van der Poel, die in de finale net iets meer overhad dan Pogacar en de aanstormende sprinttrein wist af te houden.
In de laatste edities van de Tour de France ontbrak de traditionele sprintersparade op de Parijse boulevard. Na de tijdritafsluiting in Nice in 2024 keerde de wedstrijd terug naar de Franse hoofdstad, maar met een aangepast circuit over de Montmartre. Dat zorgde voor rumoer, maar maakte de koers onmiskenbaar aantrekkelijker.
“Wat is dit toch een heerlijke sport! Dit is het wielrennen dat je je kinderen wilt laten zien,” jubelt journalist Thijs Zonneveld in zijn podcast In de Waaier na de slotetappe.
“Is dit niet gewoon hartstikke vet? Zo door Parijs razen, op en af Montmartre, en dan de beste renners van hun generatie, een heel bijzondere generatie, die in de laatste Tour nog even buiten gaan spelen. Niet: we nemen gas terug, geen risico’s… Nee, Mathieu belt bij Tadej aan: natuurlijk kom ik buiten spelen!”

Blijf elkaar uitdagen

Twee andere hoofdrolspelers van 2026, Mads Pedersen en Remco Evenepoel, kleurden ook etappe 21. Ze sloten aan bij Pogacars demarrage op de voorlaatste klim, al werd die poging uiteindelijk geneutraliseerd.
“Die vier! Man, man. We zijn gezegend dat we in deze generatie wielrennen mogen kijken. Soms is het ook oorverdovend saai; daar hebben we genoeg over gezegd. Maar deze jongens combineren talent met plezier en een flinke portie ego. Het zijn renners die elkaar durven uit te dagen op terrein dat ze niet per se ligt.”
Remco Evenepoel en Tadej Pogacar
Remco Evenepoel en Tadej Pogacar

Weer helemaal klassiekers

In de slotronde ging het spel opnieuw op de wagen. Van der Poel en Pogacar bleken weer de sterksten, ondanks een mindere uitgangspositie aan de voet van de klim. Hun duel deed denken aan de vele gevechten die de twee titanen eerder uitvochten, van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix tot de Wereldkampioenschappen.
“De beste renner ooit en een van de beste klassiekerspecialisten ooit, samen naar de streep à la Trofeo Baracchi (een koppeltijdrit, red.),” schetst Zonneveld. “Ze hadden af en toe ook hulp van de motor, dat moet gezegd.”
Toch slaagden de restanten van het peloton, aangevoerd door Decathlon CMA CGM, erin om de kloof te dichten. “Maar je ziet dat zelfs de beste renners ter wereld het moeilijk hebben tegen een samenwerkend peloton.”
“Met een heel iets andere afloop hadden of Philipsen, of Pedersen, of desnoods Max Kanter de etappe gewonnen, ware het niet dat Pogacar alles gaf om door te trekken. Hij leverde vrijwel een lead-out: je kunt het geen cadeautje noemen, want hij moest er hard voor werken. Maar Pogacar gunde het Evenepoel, hij gunde het Del Toro, en nu gunde hij het ook Van der Poel.”
Uiteindelijk was het vooral dankzij Van der Poels eigen onverzettelijkheid dat hij kon winnen.
“Waar Van der Poel die laatste kilometer vandaan tovert, is mij echt een raadsel. Het peloton zat er praktisch op, en dan gaat hij weer aan, met een hartslag van 200 en het melkzuur in zijn kleine teen. Je denkt: dit kan nooit goed gaan, maar toch redt hij het. Als je dit in een film zou doen, denk je: kom op. Een slechte, Amerikaanse Hollywoodfilm.”
Op de streep stormen de sprinters, aangevoerd door Jasper Philipsen, langs Van der Poel. Philipsen steekt zijn hand op… maar hij kijkt en roept naar zijn Nederlandse ploeggenoot. Het is gelukt, al is het nipt. “Het is een fotofinish, waarin hij een halve wiellengte overhoudt op Philipsen.”
Heeft Philipsen misschien ingehouden om de Nederlander te laten winnen? “Misschien een beetje,” erkent Zonneveld. “Het is wel stijlvol. Kanter had ook zomaar vol over hem heen kunnen knallen. En Kooij zat er ook, zeker niet de langzaamste.”
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading