Steffen De Schuyteneer vindt dat de druk op jonge Belgische renners vanuit de nationale media vooral ruis is. Hoe zwaar die weegt, hangt volgens hem af van hoeveel een renner toelaat in zijn hoofd.
De sprinter van
Lotto-Intermarché voelde die verwachtingen al van dichtbij. Op weg naar zijn eerste Grote Ronde, de
Vuelta a España 2026, blijft hij rustig. In Spanje wil hij vooral zijn motor over drie weken opbouwen.
De Belgische media staan bekend om hun strenge blik op talenten en gevestigde namen. Wielrennen is er cultureel essentieel, met een eeuw aan koersgeschiedenis en successen. Vergeleken met andere landen ligt de lat in België uitzonderlijk hoog.
Voor jongeren die de groten willen evenaren kan die druk knellen. De 21-jarige De Schuyteneer werkt eraan om er niet voor te bezwijken en benadrukt dat hij “gewoon een normale gast” is in aanloop naar zijn Vuelta-debuut.
Met zeges in de Tour of Istanbul en Taihu Lake bouwde hij in 2026 een sterke reeks top-tiens op. Van WorldTour-sprints in UAE Tour en Tour de Pologne tot knappe plaatsen in Scheldeprijs en Brussels Cycling Classic.
“Ze zeiden dat de Vuelta een optie was, en als dat zo is moet je die pakken. Het is vooral een les voor mij: de eerste Grote Ronde, om de motor te bouwen,”
vertelde hij aan Domestique.De Schuyteneer over Belgische media en druk
“In het verleden deden ze het ook met jonge renners, om te ontwikkelen. Het is een goede Grote Ronde om te beginnen, want er is minder stress dan in de Giro, en de Tour is de grootste.”
Stress tast zijn prestaties niet aan, zegt hij, omdat hij met beide voeten op de grond blijft. Hij ziet wat er op sociale media en in de pers verschijnt, maar probeert vooral de zelfopgelegde druk te sturen.
“Ik heb niet echt stress vóór de koers. Het maakt niet uit wat de Belgische media zeggen. Ik ben ook gewoon een normale jongen uit België die hier in Geraardsbergen naar de boerenvelden gaat.”
“Als jonge renner kijk je wel naar de Belgische media en wat ze op Twitter [nu X, red.] of Facebook schrijven. Ik denk dat de Belgische media veel druk leggen op renners, maar de renner legt er zelf ook veel op.”
Over de teamomgeving is hij positief. Bij Lotto-Intermarché krijgt hij kansen in plaats van ultimata. De fusie van afgelopen winter was niet vlekkeloos, maar hij verwacht beterschap.
Druk vanuit het team? Vuelta-ambities van de renner
“Soms voel je het een beetje vanuit het team, maar niet echt, want ze geven me kansen. Als ik een slechte sprint doe, gooien ze me niet uit de ploeg, of moet ik de volgende koers bidons halen. Het is een fijn team.”
“Ik vind dat we na de fusie een behoorlijk seizoen rijden, want makkelijk is het niet. Het eerste jaar van een fusie is altijd het lastigst, dus ik denk dat het vanaf volgend jaar beter wordt. En nu wordt het tweede deel ook beter.”
Met de Vuelta over twee dagen denkt de 21-jarige in de eerste plaats aan uitrijden en drie weken in de benen. Richting 2027 lonken opnieuw de klassiekers en de grote sprints.
“Eerst en vooral uitrijden. Want het is mijn eerste Grote Ronde. En dan zien we wel. Eigenlijk wil ik ook volgende zaterdag een goede proloog rijden, hopelijk lukt dat.”
“Het kan nog alle kanten op. Ik kan richting de sprints, maar ook richting de klassiekers. We zullen in de toekomst zien hoe het loopt.”