Wout van Aert is nooit zomaar een renner geweest. Maar ondanks al zijn successen bleef er altijd een verhaal hangen over wat hij nog niet had gedaan.
De wielersport kent zijn “eeuwige tweeden”, met Raymond Poulidor als bekendste voorbeeld. Van Aert hoorde daar nooit echt bij, maar de vergelijking bleef sluimeren. Hij won het hele jaar door, presteerde op de grootste podia en was beslissend in ploegsuccessen, inclusief meerdere Grand Tour-zeges naast Jonas Vingegaard.
Toch ontbrak er iets in de Monumenten, de koersen die nalatenschappen bepalen. Eén Milano-Sanremo stond tegenover de groeiende erelijst van zijn rivaal Mathieu van der Poel, die bleef oogsten op de grootste eendagswedstrijden.
Jarenlang was Van Aert de renner die alles kon. Etappes winnen, waaiers domineren, kopmannen bijstaan, koersen openbreken. Maar in de grootste eendagskoersen glipte het beslissende moment vaak weg. In Paris-Roubaix 2026 veranderde dat. En dat gebeurde niet toevallig.
1. De vorm was er, ook zonder zeges
Op papier arriveerde Van Aert zonder overwinning aan de grootste voorjaarskoersen. In werkelijkheid vertelden zijn prestaties een ander verhaal. Van Strade Bianche tot en met de Ronde van Vlaanderen was hij steevast aanwezig waar het ertoe deed. Een derde plaats in Milano-Sanremo, tegen renners als Tadej Pogacar en Van der Poel, onderstreepte dat hij op het hoogste niveau reed.
Vroeg in het seizoen waren er al signalen dat zijn conditie groeide. Zijn Tirreno-Adriatico toonde dat hij nog ritme zocht, maar bij de start van de echte klassiekers was de lijn duidelijk stijgend.
In Dwars door Vlaanderen liet hij opnieuw benen zien om te winnen, maar werd hij laat gegrepen. In de Ronde van Vlaanderen kon hij de allerbeste niet volgen op de steilste hellingen, met Pogacar, Van der Poel en Remco Evenepoel als sterksten op de kasseienhellingen, maar hij werd wel vierde.
Geen zeges, wel constantie, aanwezigheid en kracht. Tegen de tijd dat Roubaix eraan kwam, was de vraag niet meer of hij de benen had, maar of alles eindelijk zou samenvallen.
2. De move die de koers brak
Na afloop ging veel aandacht naar de sprint in Roubaix, maar het beslissende moment viel eerder, in een fase die minder belicht werd. Op een sleutelpassage, toen Van der Poel snel naderde met een gevaarlijke achtervolgende groep, dreigde de koers te herzetten. De voorsprong slonk, de dynamiek kantelde. In plaats van te wachten, maakte Van Aert de koers.
Op sector 18, met het gevaar achter hem toenemend, lanceerde hij de aanval die alles uiteenreed. Hij ging weg met Pogacar en Mads Pedersen en committeerde zich direct aan een nieuwe koerssituatie.
Die versnelling deed meer dan een gat slaan. Ze nam onzekerheid weg. Ze dwong de sterksten naar voren en, cruciaal, sloot de deur voor de achtervolgers.
Vanaf daar werd de koers beheersbaarder, maar niet minder intens. Van Aert reed gedisciplineerd, koos zijn momenten zorgvuldig en weigerde energie te verspillen tegen een renner waarvan hij wist dat die hem op de kasseien zou proberen te breken. Elke aanval van Pogacar werd gecounterd. Elke versnelling beantwoord. Tegen de tijd dat ze de velodroom bereikten, was de koers al gevormd.
3. Als Roubaix kantelt, verandert alles
Paris-Roubaix wordt nooit louter op kracht beslist. Timing, positie en geluk spelen een doorslaggevende rol. Dit keer was Van der Poel de grootste pechvogel. Een dubbele lekslag in het Bos van Wallers kostte hem meer dan twee minuten en haalde hem op het slechtst denkbare moment uit de strijd.
Gezien zijn recente dominantie is het lastig een scenario te schetsen waarin hij geen factor in de finale was geweest. Zijn afwezigheid herschikte de koers. Ook Pogacar kende problemen. Een lekslag vóór Arenberg dwong hem tot een lange solo achtervolging naar voren, een inspanning die later in de koers dure energie kostte.
Zelfs Van Aert ontkwam niet. Ook hij reed lek en moest terugknokken, al bleef zijn situatie beheersbaar en verloor hij nooit echt de controle over zijn positie. Dat is Roubaix. Niemand komt ongeschonden weg. Het verschil zit in hoe je die momenten opvangt.
Een zege die het verhaal kantelt
Toen het moment in de velodroom van Roubaix eindelijk kwam, voerde Van Aert het perfect uit. Gepositioneerd achter Pogacar wachtte hij, keek hij de kat uit de boom en lanceerde zijn sprint precies op tijd. Het was geen wanhoopsdaad, maar een berekende zet, gestoeld op vertrouwen en helderheid.
Het was de afwerking van een renner die precies wist wat nodig was, gevormd door jaren ervaring en een voorjaarscampagne die stilletjes naar dit moment had toegewerkt. Meer dan wat ook was het een zege die het gesprek over hem veranderde.
Jarenlang werd Van Aert gedefinieerd door veelzijdigheid, constantheid en net-niet op het allerhoogste niveau. Nu heeft hij de uitslag die past bij de renner die hij altijd al was. Paris-Roubaix deelt geen zeges uit. Die pak je.