De Giro d'Italia 2026 wordt verreden van 8 tot en met 31 mei en vormt traditiegetrouw de eerste Grote Ronde van het seizoen. De Italiaanse rittenkoers staat garant voor spektakel, met zware bergritten, nerveuze massasprints en tactische duels tussen 's werelds beste renners. Dit jaar is
Jonas Vingegaard een van de grote blikvangers.
Voor wie de koers nog intenser wil beleven, biedt de
gratis manager van WielrennenUpToDate extra spanning. De Fantasy Giro d'Italia maakt van elke etappe een strategisch spel, waarin niet alleen koersinzicht maar ook timing en lef het verschil maken. Wij helpen je daarbij met gerichte analyses en tips voor de beste keuzes.
Hoe werkt het spel?
Alle renners in het peloton krijgen vooraf een marktwaarde toegekend. Binnen een budget van 365 miljoen stel je vóór de start van de Giro een selectie samen van 25 renners. Vervolgens kies je per etappe acht namen die punten kunnen verzamelen voor jouw ploeg.
De sleutel tot succes ligt in de juiste balans: sprinters voor de vlakke ritten, klimmers voor het hooggebergte, tijdrijders voor de chrono's en aanvallers voor de onvoorspelbare dagen.
Dagelijks verdienen de beste 25 finishers punten. Daarnaast worden ook punten toegekend op basis van het algemeen klassement, waarbij al je geselecteerde renners automatisch meetellen — een aparte dagselectie is daarvoor niet nodig.
Met een ruime selectie van 25 renners en een budgetplafond van €365 miljoen vraagt het samenstellen van een winnend team om scherp rekenwerk. Het parcours biedt kansen voor uiteenlopende types: van vluchters die hun moment grijpen tot klassementsrenners die het verschil maken in de bergen en sprinters die domineren in de massasprints.
Daarom richten wij ons niet alleen op de grote namen, maar ook op renners die — gezien hun vorm, rol binnen de ploeg en prijskaartje — bovengemiddelde waarde kunnen leveren. Zo haal je het maximale uit je team in deze onvoorspelbare editie van de Corsa Rosa.
1. Jonas Vingegaard (€50 miljoen)
De duurste renner in het spel luistert naar de naam Jonas Vingegaard — en dat is geen verrassing. De Deen geldt als dé topfavoriet om op 31 mei in Rome het roze te dragen en de Giro d'Italia 2026 op zijn naam te schrijven.
Zijn prijskaartje kreeg een extra impuls na het wegvallen van onder meer João Almeida, Richard Carapaz en Mikel Landa. Drie renners die maanden geleden nog tot de voornaamste klimmers en podiumkandidaten werden gerekend, maar inmiddels niet meer op de startlijst prijken.
Het gevolg: minder concurrentie in het algemeen klassement én in de bergritten. Minder tegenstand betekent minder onzekerheden — en dus een grotere kans op zowel eindwinst als dagsucces. In de huidige verhoudingen lijkt Giulio Pellizzari de belangrijkste uitdager, maar de Italiaan mist nog de erelijst om zich over drie weken met de absolute top te meten.
Vingegaard is daarmee een dure, maar logische investering en uitgegroeid tot een van de meest gekozen namen in het spel. Sterker nog: het grootste risico schuilt wellicht niet in zijn prijs, maar in het níet selecteren van de Deen — al blijft een onverwachte opgave in een Grote Ronde altijd een factor die het klassement volledig op zijn kop kan zetten.
2. Tobias Lund Andresen (€27,1 miljoen)
Het sprintersveld van deze Giro d'Italia 2026 is van uitzonderlijk niveau. Door het wegvallen van meerdere klimmers — onder wie João Almeida en Richard Carapaz — verschuift de balans op de startlijst, met extra gewicht voor de snelle mannen. Namen als Jonathan Milan, Paul Magnier,
Dylan Groenewegen en Arnaud De Lie zorgen voor stevige concurrentie.
Toch springt
Tobias Lund Andresen eruit als een bijzonder interessante keuze. Niet per se de meest voor de hand liggende — Milan is bijvoorbeeld slechts marginaal duurder — maar wel een renner met een profiel dat hem op meerdere fronten waardevol maakt.
De Deen reed zich dit seizoen nadrukkelijk in de kijker. Hij won een etappe én het puntenklassement in de Tour Down Under, schreef de Cadel Evans Great Ocean Road Race op zijn naam en pakte een ritzege in Tirreno–Adriatico, voor onder anderen De Lie, Jasper Philipsen en Milan. Ook in het Vlaamse voorjaar bewees hij zijn veelzijdigheid, met toptienplaatsen in de Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne–Brussel–Kuurne en zelfs de zware E3 Saxo Classic. Zijn tweede plaats in Dwars door Vlaanderen onderstreepte zijn constante niveau.
Zijn vormpeil blijft bovendien hoog. In Eschborn-Frankfurt sprintte hij recent nog naar plaats twaalf — op papier bescheiden, maar indrukwekkend gezien het selectieve parcours met meer dan 3.000 hoogtemeters.
De grootste troef van Andresen ligt in zijn klimvermogen. Sinds zijn overstap naar Decathlon AG2R La Mondiale Team heeft hij een duidelijke stap gezet, zowel fysiek als tactisch. Hij overleeft heuvelachtige finales waar pure sprinters afhaken en beschikt bovendien over een solide sprinttrein. Juist in dat soort etappes kan hij het verschil maken, terwijl hij ook in klassieke massasprints competitief blijft.
De strijd om de paarse trui is daarmee een realistisch en ambitieus doel. In een Giro met veel variatie kan Andresen uitgroeien tot een van de meest rendabele keuzes in het spel.
3. Dylan Groenewegen (€16 miljoen)
De derde keuze is opnieuw een sprinter, maar wel een van een ander profiel: Dylan Groenewegen. Hem even veelzijdig noemen als Tobias Lund Andresen zou overdreven zijn, maar daar staat tegenover dat zijn prijskaartje een stuk lager ligt. Voor €16 miljoen haal je een pure sprinter in huis die dit voorjaar overtuigt en zijn beste niveau in jaren benadert.
Na een teleurstellend 2025 koos Groenewegen bewust voor een stap terug uit de WorldTour. Zijn overstap naar Unibet Tietema Rockets, het project van Bas Tietema, werd aanvankelijk met scepsis bekeken. Toch bleek al snel dat deze keuze allesbehalve symbolisch was. Het ging om prestaties — en die kwamen er ook.
De Nederlander opende zijn seizoen direct met winst in de Clàssica Comunitat Valenciana en zette in het voorjaar een indrukwekkende reeks neer met drie zeges in zes dagen: de Bredene Koksijde Classic, de Grote Prijs Jean-Pierre Monseré en de Tour of Bruges. Die laatste betekende niet alleen een persoonlijke triomf, maar ook de eerste WorldTour-overwinning in de geschiedenis van zijn ploeg — een mijlpaal die de ambities van het team in een stroomversnelling bracht.
Wat vooral opvalt, is de manier waarop Groenewegen zijn zeges behaalt. In Brugge klopte hij onder meer Jasper Philipsen in een rechtstreeks sprintduel, midden in het klassieke voorjaar. Bovendien oogt hij completer dan voorheen: zijn positionering in waaiers en zijn koersinzicht in hectische finales wijzen op een renner die fysiek én mentaal in topvorm verkeert.
Met het oog op de Giro d'Italia 2026 en een ploeg die grotendeels in zijn dienst rijdt, trekt Groenewegen met vertrouwen naar Italië. In de vlakke etappes behoort hij tot de voornaamste kanshebbers op dagsucces.
Daarbij speelt niet alleen zijn drang naar overwinningen een rol. Groenewegen kan ook geschiedenis schrijven voor een team dat zich razendsnel ontwikkelt binnen het profpeloton — een extra motivatie die hem in deze Giro net dat beetje meer kan geven.
Dylan Groenewegen start de Giro d'Italia met zijn beste vorm in jaren
4. Christian Scaroni (€11,5 miljoen)
Voor een iets beperkter budget is Christian Scaroni een bijzonder aantrekkelijke middenklassekeuze. Met een prijskaartje van €11,5 miljoen haal je een renner binnen die de afgelopen seizoenen zijn waarde heeft bewezen in zowel heuvelachtig terrein als het hooggebergte. Met Lorenzo Fortunato die deze Giro d'Italia 2026 overslaat, ligt de weg open voor Astana Qazaqstan Team om opnieuw vol in te zetten op het bergklassement — ditmaal met Scaroni als speerpunt.
De Italiaan zal in de Corsa Rosa naar verwachting nadrukkelijk mikken op ontsnappingen en krijgt daarbij volop kansen op dagsucces. Als sterke allrounder met een klassiek profiel is hij bij uitstek geschikt voor de onvoorspelbare, heuvelachtige ritten waarin vluchters vaak hun slag slaan. Scaroni kan lange beklimmingen verteren, blinkt uit op korte, steile hellingen en beschikt bovendien over een degelijke sprint. Binnen zijn ploeg geniet hij het vertrouwen om uitgespeeld te worden, ook met steun van ploegmaats in cruciale fases.
Zijn palmares onderstreept dat profiel. Eerder dit seizoen won hij de Clàssica Camp de Morvedre en het eindklassement van de Tour of Oman, waar hij ook de zware aankomst op Green Mountain naar zijn hand zette. Vorig jaar liet hij zich al opmerken met een indrukwekkende ritzege naar San Valentino in de Giro, een Alpenetappe met bijna 5000 hoogtemeters. Voor een puncheur klimt Scaroni uitzonderlijk sterk, wat hem tot een serieuze kanshebber maakt in vrijwel elke niet-vlakke etappe.
En zijn kansen beperken zich niet tot de vlucht. In selectieve finales kan Scaroni ook vanuit het peloton meestrijden om de zege. Neem bijvoorbeeld de aankomst in Fermo, waar een venijnige klim van drie kilometer met pieken tot 22% het verschil moet maken. Dat soort explosieve aankomsten ligt hem perfect — en maakt hem tot een van de gevaarlijkste opportunisten in deze Giro.
5. Damiano Caruso (€9,1 miljoen)
De laatste naam op deze lijst is die van routinier
Damiano Caruso. Leeftijd lijkt voor de Italiaan nauwelijks een rol te spelen, want de inmiddels 38-jarige oogde zelden zo sterk als in de Giro d'Italia 2025 — en ook zijn recente prestaties wijzen erop dat hij opnieuw kan pieken richting de Giro d'Italia 2026.
Caruso werd al eens tweede in de Giro d'Italia 2021 en gaf zelf aan dat hij met het niveau dat hij in 2025 haalde destijds mogelijk zelfs had kunnen winnen. Vorig jaar begon hij nog in een dienende rol voor Antonio Tiberi, maar na de val van zijn ploeggenoot in de veertiende etappe schoof hij moeiteloos door naar het kopmanschap. Uiteindelijk sloot hij de ronde af met een knappe vijfde plaats.
Wat Caruso typeert, is zijn feilloze positiespel en koersinzicht. In een Grote Ronde, waar druk en vermoeidheid hun tol eisen, blijft hij opvallend stabiel — zowel fysiek als mentaal. Dat maakt hem tot een betrouwbare factor in het klassement.
Zoals veel renners van zijn generatie kiest hij zijn piekmomenten zorgvuldig. Zijn voorjaar leverde geen grote uitschieters op, wat zijn prijs drukt tot €9,1 miljoen en hem extra interessant maakt. Voor dat bedrag zijn er maar weinig renners met reële klassementsambities beschikbaar.
In de Tour de Romandie reed hij nog in dienst van Lenny Martínez, maar zijn prestatie in de slotbergrit sprak boekdelen. Daar voerde hij het elitegroepje aan met onder anderen Tadej Pogacar — een duidelijk signaal dat zijn vorm opnieuw stijgend is, met de Giro voor de deur.
Binnen Bahrain Victorious start Santiago Buitrago als uitgesproken kopman, maar de Colombiaan biedt niet per se meer zekerheid dan Caruso zelf. Met een sterke ploeg voor het hooggebergte en zonder absolute knechtenrol kan de Italiaan opnieuw zijn eigen kans gaan.
Voor deze prijs is Caruso een slimme gok: een ervaren klassementsrenner die nog altijd op het hoogste niveau presteert — en in stilte veel punten kan binnenhalen.
Kan Damiano Caruso opnieuw dé wildcard voor het klassement zijn in de Giro d’Italia?