Het dopingt thema is terug in het peloton nadat antidopingautoriteiten een nachtelijk bezoek brachten aan Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard in aanloop naar de cruciale etappe 15 van de
Tour de France 2026. Pogacar reed de etappe gecontroleerd uit, maar voor zijn rivaal waren de gevolgen van verstoorde nachtrust rampzalig: een late valpartij dwong hem tot opgave terwijl hij tweede stond in het klassement.
De resultaten van dit “onderzoek” laten nog op zich wachten. Intussen blijft het gissen naar de reden voor zo’n drastische ingreep. Hoofd van het dopinglaboratorium in Gent, Peter Van Eenoo, schuift één mogelijkheid naar voren:
“Je introduceert of verandert ergens genetisch materiaal. Vroeger dachten we dat we ons DNA moesten wijzigen, maar zo ingrijpend hoeft het niet te zijn,” legt Van Eenoo uit in De Avondetappe.
“Het coronavaccin is bijvoorbeeld een vorm van gentherapie. Je dient mRNA toe (een molecuul dat genetische instructies overdraagt van DNA, red.), en dat zet de aanmaak van een eiwit in gang dat ons immuunsysteem versterkt.”
Er zou een manier kunnen zijn om…
Hoewel genetische modificatie tot medische doorbraken heeft geleid, wijst Van Eenoo erop dat dezelfde techniek net zo goed misbruikt kan worden voor sportief voordeel in het wielrennen.
“Je zou net zo goed een eiwit kunnen laten synthetiseren dat vervolgens de productie van EPO of groeihormonen triggert. Mijn vrees is dat dezelfde methodologie, die tijdens de coronapandemie fantastisch werkte, als nieuw dopingmiddel wordt ingezet,” zegt Van Eenoo. “We hebben drie methoden om
doping op te sporen, maar we weten niet of we klaar zijn voor deze vorm van doping.”
Jonas Vingegaard en Tadej Pogacar
Maar wat is het verschil met ‘klassieke’ doping? “Daarbij dien je producten toe die in principe autonoom werken. Hier introduceer je iets dat je lichaam zélf gaat aanmaken. Dat verdwijnt binnen drie dagen uit het lichaam. Maar de effecten, het proces dat in gang is gezet, houden maanden aan. Je krijgt een systeem waarbij je de productie kunt op- of afschalen.”
Is gendoping dan helemaal niet te detecteren? “Het is niet zo dat het volledig ondetecteerbaar is. Je houdt veranderingen over, en het biologisch paspoort kijkt naar endogene waarden die schommelen. Gebruik je gendoping, dan zie je fluctuaties. We hebben dus indirecte methoden om het op te sporen, maar indirecte methoden zijn altijd minder krachtig dan directe methoden, waarbij je effectief kunt zeggen: dit is synthetische EPO of testosteron.”
Het zou nu al kunnen gebeuren
Blijft de vraag: vermoedt de expert dat gentherapie klaar is voor gebruik in het profpeloton? “Ik zou daar geen ‘nee’ durven op zeggen,” onthult Van Eenoo na een lange stilte. “Dat zou heel naïef zijn. Ik vermoed van niet, maar ik weet het niet zeker. Voor een individu lijkt het me erg moeilijk toe te passen, maar ik denk wel dat het binnen de mogelijkheden van bepaalde landen ligt.”