Thijs Zonneveld heeft
Tour de France-organisator ASO beschuldigd van beknibbelen op rennersveiligheid en zo de voorwaarden te hebben gecreëerd voor de zware valpartij in etappe 12 in Chalon-sur-Saône.
Fernando Gaviria en
Jenno Berckmoes liepen allebei een gebroken sleutelbeen op en moesten de koers verlaten. Zonneveld zei dat de verdere gevolgen ook een hersenschudding, gebroken ribben en talloze schaafwonden omvatten.
Vlad Van Mechelen werd gedeclasseerd en beboet vanwege zijn rol in de crash, maar de Nederlandse journalist en ex-prof stelde dat die straf de organisatoren de mogelijkheid bood om kritiek op de door hen ontworpen finish te ontwijken.
“Vlad Van Mechelen kreeg de schuld: hij werd gedeclasseerd en kreeg een boete,”
schreef Zonneveld in zijn Substack In de Waaier. “Maar hij was niet de hoofdschuldige. De hoofdschuldige zijn jullie.”
‘Prehistorische dranghekken’ en een gevaarlijke racelijn
Zonnevelds kritiek richtte zich op de rechterbocht op ongeveer 400 meter van de streep en een zichtbare knik in de dranghekken in de finale in Chalon-sur-Saône.
Rijders die de bocht binnendoor uitkwamen, werden naar de buitenkant van de weg geduwd, terwijl renners die wijd instuurden de snelste lijn terug naar binnen volgden. Van Mechelen koos die lijn en raakte vervolgens Gaviria.
“Als je tegelijk renners de snelste lijn van buiten naar binnen ziet rijden, zoals Van Mechelen deed, worden renners onvermijdelijk in de tang genomen,” schreef Zonneveld. “Precies dat overkwam Gaviria, met alle gevolgen van dien.”
Fernando Gaviria verzorgt een gebroken sleutelbeen in de Tour de France 2026
De plaatsing van de hekken versmalde en verlegde ook de ogenschijnlijke route naar de finish. Zonneveld betoogde dat een sprinter die langs de rechterkant van de boarding reed, in wat leek op een rechte lijn kon doorgaan en zo tegen de hekken aan de overkant zou belanden.
Etappe 12 werd niet als een geïsoleerde misser gezien. Zonneveld hekelde ook de keuze om de finishes van etappes 7 en 11 in bochten te leggen en stelde dat alle drie de finales niet voldeden aan de UCI-normen. “Het duidelijkste teken dat het jullie geen reet kan schelen hoe het met de renners gaat, is de manier waarop de hekken in de laatste kilometers zijn neergekwakt,” schreef hij.
Zonneveld omschreef de hekken als scheef, slecht gemonteerd en met voeten die in het wegdek uitstaken, en vergeleek het werk met dat van “een stel cowboys dat één drankje te veel op heeft”.
Hij zette die opstelling af tegen veiliger afzetsystemen die al beschikbaar zijn voor organisatoren. Toen Tour-koersdirecteur Thierry Gouvenou eerder was bevraagd over het uitblijven van die systemen, zei Zonneveld, werd extra transport en de bijbehorende uitstoot als obstakel genoemd.
Die uitleg leidde tot een nieuwe felle reactie, waarbij Zonneveld wees op de publiciteitskaravaan van de Tour en de promospullen die langs het parcours worden uitgedeeld. “En zo gaat de Tour door met prehistorische hekken en finishes die de UCI-regels schenden,” schreef hij.
Zonneveld beschuldigt ASO van het laten vallen van de hele sport
De ex-prof plaatste het veiligheidsdebat ook tegenover de enorme commerciële macht van de Tour. Hij schatte dat ASO per editie tussen de 150 en 200 miljoen verdient, terwijl slechts een klein deel daarvan naar prijzengeld, accommodatie en veiligere finishes gaat.
Zonneveld herinnerde zich dat hij officials vroeg naar gevaarlijke wegmeubilair, en dat hem werd verteld dat het weghalen geld kost. Volgens zijn relaas erkende één organisator dat crashes ook financiële kosten met zich meebrengen, maar voegde toe: “Dat hoeven wij niet te betalen.”
Zijn column werd nog scherper toen hij zei niet uit te sluiten dat organisatoren het spektakel van valpartijen accepteren vanwege de aandacht die ze genereren. Daarvoor werd geen bewijs aangevoerd; het was het scherpste punt in een al felle aanklacht.
Jenno Berckmoes verzorgt een gebroken sleutelbeen in de Tour de France 2026
“Ik weet dat het jullie geen fluit kan schelen als renners vallen,” schreef Zonneveld. “Ik zou zelfs niet uitsluiten dat jullie het op de koop toe nemen, omdat valpartijen drama en meer kliks opleveren.”
Zijn bredere waarschuwing was dat de standaarden die de Tour zet onvermijdelijk doorwerken in de rest van het profpeloton. Kleinere koersen kunnen moeilijker investeren in veiligere infrastructuur als het rijkste en invloedrijkste evenement in de sport dat blijft weigeren.
“Als jullie, met al jullie geld, veiligheid niet serieus nemen, geeft dat iedere andere organisator een vrijbrief om hetzelfde te doen,” schreef hij. “En als jullie, met al jullie macht, de UCI in je zak hebt zodat die niet ingrijpt, dan grijpt ze elders ook niet in.”
Zonneveld verwees ook naar de reactie van Tim Merlier na zijn zege in etappe 12. De Belgische sprinter zei dat hij zijn zoon liever voetballer ziet worden dan wielrenner, na zo’n finish te hebben meegemaakt.
“Jullie kunnen het onderwerp blijven negeren. Jullie kunnen de renners blijven aanwijzen als schuldigen. Jullie kunnen blijven lak hebben aan hen,” schreef Zonneveld. “Maar zelfs jullie moeten toch begrijpen dat jullie de sport kapotmaken waar jullie zelf tientallen miljoenen aan verdienen?”
De column bracht de felle aanval op de financiën, invloed en prioriteiten van de Tour uiteindelijk terug tot één basiseis: een rechte aanloop, correct uitgelijnde hekken en voldoende zorg om de renners daartussen te beschermen.