Na zich knap te hebben gemengd in de beslissende kopgroep van Milano–Sanremo Women, bleef
Puck Pieterse met een bittere nasmaak achter door net naast het podium te grijpen. De Fenix-Premier Tech-renster was zichtbaar gefrustreerd na haar vierde plaats. In de sprint werd ze geklopt door winnares
Lotte Kopecky, Noemi Rüegg en Eleonora Camilla Gasparrini.
Sprintfrustratie en enkele ferme woorden
De finale selectie halen in een Monument is een enorme prestatie, maar voor een rascompetitieve renster als Pieterse was het missen van het podium een harde klap. Haar onmiddellijke reactie na de finish ging gepaard met de nodige krachttermen.
“Ik ga niet herhalen wat ik riep, maar ik had hier echt graag een betere sprint gereden,” gaf Pieterse toe aan
de pers nadat ze even was afgekoeld.
Ondanks de teleurstelling bleef de jonge Nederlandse realistisch over haar kansen in een vlakke eindspurt tegen gevestigde sprinters en klassiekerspecialisten als Lotte Kopecky en Noemi Rüegg. “Ja, ik wist dat het lastig zou worden. Ik hoopte dat Rüegg kapot zou zitten, maar ze had gewoon nog een sterke sprint. Dat is jammer.”
Het eindpodium van Milano–Sanremo Women 2026
Tactische spijt in de finale
Terugkijkend op de hectische meters op de Via Roma wist Pieterse niet exact waar het misliep, maar ze benoemde snel enkele splitsecond-beslissingen die haar een beter resultaat kunnen hebben gekost.
“Ik wilde in het wiel van Kopecky komen, maar ik durfde net niet,” legde ze uit. “Ik wist dat het wiel van Rüegg ook goed was. Achteraf had ik de sprint misschien vanuit tweede positie moeten aangaan, maar ik moet eerst de beelden terugzien om te kijken wat ik goed en fout deed.”
Net als Kim Le Court-Pienaar zat Pieterse op de eerste rij toen
de massale valpartij ontstond in de blinde bocht van de Cipressa-afdaling. De Fenix-Premier Tech-renster uitte grote zorgen om Kasia Niewiadoma en vertelde hoe nipt ze zelf overeind bleef.
“Ik hoop dat Kasia oké is. Het zag er echt niet goed uit,” blikte Pieterse terug op de chaos. “Zelf ging ik vlak daarvoor bijna onderuit, maar daarna was ik extra gefocust.”