Toen
Remco Evenepoel aan zijn laatste trainingsdagen voor de Tour de France 2026 begon, kon hij zijn cijfers naast die van
Jonas Vingegaard leggen – omdat zijn nieuwe coach Tim Heemskerk in vorige seizoenen nauw met de Deen had samengewerkt.
De Red Bull - BORA Hansgrohe-renner reed een sterke Tour, werd tweede en leek vooral alsmaar beter te worden in de nietsontziende slotweek. Achter alleen Pogacar op het podium kreeg de Belg mogelijk extra zekerheid over zijn niveau, omdat Heemskerk precies wist welke benchmark nodig was om Vingegaard te evenaren.
De Nederlandse coach stapte eerder dit seizoen bij Red Bull in en ging direct aan de slag met de olympisch kampioen. Hij zette het bestaande programma op de schop dat onder Dan Lorang liep – die naar Lidl-Trek vertrok.
Hij erkent dat het lastig is Vingegaards cijfers niet als maatstaf te nemen, maar benadrukt dat ze vooral als grove leidraad dienden, terwijl het duo op andere factoren focuste om Evenepoel te laten profiteren. “Dat is een voordeel, ja. Tijdens de laatste zware trainingen voor de Tour kon ik het vermogen van Evenepoel vergelijken met dat van Vingegaard,” vertelde Heemskerk aan
Het Nieuwsblad.
Remco Evenepoel bij Clasica San Sebastian 2026
Vermogensvergelijking tussen Evenepoel en Vingegaard
“Op basis daarvan wist ik: nog één kleine stap en we zijn er. Het is soms lastig om niet voortdurend de cijfers van Evenepoel en Vingegaard te vergelijken, maar anderzijds probeer ik altijd te focussen op onze eigen sterktes.”
Heemskerk legde eerder uit hoe hun op hoogtestage gebaseerde Tour-voorbereiding stroef begon. Evenepoel haalde in eerste instantie de doelstellingen van de sessies niet, waarna ze bijstuurden. De doelen die aan het begin waren gezet, werden pas gehaald in de laatste week van de hoogtestage.
Evenepoels ogenschijnlijke opleving in week drie van de Tour en zijn recordzege in de Clasica San Sebastian lijken de theorie te ondersteunen dat de 26-jarige aan de start verscheen met nog wat marge om in te lopen.
Heemskerk ziet nog rek bij Evenepoel
“We zijn begonnen met makkelijkere trainingen, meer gericht op uithouding, waarbij hij lactaat produceerde maar het ook afvoerde. Per sessie deed ik er telkens een beetje bij, tot we pas in de laatste week van het hoogtekamp de beoogde trainingen uitvoerden.”
Daarom ziet Heemskerk een toekomst waarin Evenepoel nog hogere toppen kan scheren met een ononderbroken wintervoorbereiding. “Als hij vanaf de allereerste week van een hoogtekamp voluit kan trainen, denk ik dat er nog meer mogelijk is. Dat begint in de winter. Mijn motto is altijd: doe wat nodig is, niet zoveel als mogelijk.”