Joshua Tarling rijdt zijn eerste
Tour de France, maar het is niet de ervaring die hij zich had voorgesteld. Na een wonderbaarlijk herstel na zijn Tour Auvergne-Rhône-Alpes telde de 22-jarige Brit dagen en uren af om (enigszins) klaar te zijn voor de Grand Départ.
En hoewel zijn gebroken sleutelbeen net op tijd herstelde, rijdt de Netcompany INEOS-renner allerminst in comfort. Vooral door een gebarsten rib, een zijblessure die hij opliep in dezelfde val drie weken voor de Grande Boucle.
“Ik had een moeizame start, maar het komt,” vertelde Tarling aan
Cycling Weekly over zijn vorm richting de eerste rustdag. “Je hebt als het ware een toerentalbegrenzer, snap je? Ik kom op een punt waarop ik buiten adem raak, en dan krijg ik het niet meer terug.”
De blessure remt Tarling duidelijk af: “Het doet pijn als ik adem,” zei Tarling. En dan is er nog de extreme hitte, die de Brit geen moment helpt. “Door de hitte adem je natuurlijk zwaarder en dan loopt de pijn je in. Het voelt gewoon luchtloos.”
Zo stap je niet uit de Tour
Maar ondanks de tegenslag probeert Tarling maximaal te genieten van zijn Tour-debuut. Hij vervulde al zijn rol in de openingsploegentijdrit, waar hij Filippo Ganna mee naar de tweede plaats loodste.
De sfeer is volgens de 22-jarige fenomenaal: “Ik heb nog nooit een koers gereden met constant publiek,” zei Tarling. “Hier is het de hele dag publiek. Het is gekkenwerk.”
Nu ligt de focus vooral op overleven in de grupetto tot aan de individuele tijdrit op etappe 16. Het is allerminst op Tarlings maat, met in de eerste helft een klim van 9,6 kilometer aan 4,2%, maar op een goede dag kan hij nog altijd mikken op een sterke uitslag. In het vlakke tweede deel van de tijdrit is er bovendien volop ruimte om tijd goed te maken.