De herhaalde pogingen van
Mathieu van der Poel om te schitteren op de mountainbike worden soms met de handen voor de ogen gevolgd, alsof hij hebzuchtig jaagt op een regenboogtrui in elke denkbare discipline. Tot nu toe leek die droom ook behoorlijk ver weg. Maar de World Cup in Les Gets verandert alles.
Uitzonderlijke comeback
Een week voor de WK 2026 kun je je geen beter testplatform wensen voor kandidaten op de regenboogtrui. Onder hen staat een man met al 10 exemplaren in de kast, maar nog niet eentje uit het mountainbiken. Althans, nog niet.
Van der Poel reed zich vrijdag in de shorttrack vanuit de achterhoede naar plek tien en legde zo de basis voor zondag. Met een veel betere startpositie mengde hij zich meteen in de strijd om de zege in de cross-country, maar moest in de finale buigen voor Adrien Boichis.
“Wat een ongelooflijke prestatie. Ronde na ronde reed hij van voren en in de finale zette hij eindelijk door. Adrien Boichis nam het daarna over en was net iets vaardiger in de laatste afdaling. Kijk je naar de WK volgende week… Wereldkampioen worden is ineens een reële optie,” schat
Thijs Zonneveld in zijn podcast
In de Waaier.
In de brede favorietengroep
Zonder tijd te verliezen kroont Zonneveld Van der Poel na zijn tweede plaats in Les Gets direct tot topfavoriet, al zal hij opnieuw naar voren moeten knokken.
“Hij is nog niet één van de grote favorieten, maar wel een favoriet van de tweede lijn. Hij heeft dit een paar jaar niet gedaan. Een paar jaar terug was hij heel goed, maar het niveau is enorm gestegen en de parcoursen zijn nog zwaarder geworden. Dat is het voordeel van Pidcock, die de stap van de weg naar de mountainbike makkelijker maakt.”
Snel stappen zetten
Zonneveld wijst erop dat Van der Poel in de shorttrack nog technische rafelrandjes liet zien, waar hij in de cross-country zichtbaar van had geleerd. Een opvallende sprong voorwaarts, aldus de journalist.
“Hoewel Boichis het verschil maakte in de afdaling, was het minimaal. Als dit de leercurve in twee dagen is, dan kan het volgende week misschien zomaar. Maar volgende week is anders, want dan staat hij niet op rij twee en doet Pidcock ook mee.”
Dat Van der Poel een hechte band met de discipline heeft, staat buiten kijf, ook al is het geen domein waarin hij domineert. Juist daarom kan succes dit jaar zijn verdere loopbaan kleuren, denkt Zonneveld:
“Ik vind het indrukwekkend dat hij blijft proberen, omdat hij steeds terugkeert naar een discipline waarin winnen hem maar zelden lukt. Die jongen heeft een hard hoofd, hoor.”
“Dat hij zichzelf zo blijft uitdagen tegen renners die dit week in, week uit doen. In 2028, denk ik, rijdt hij een vol mountainbikeseizoen. Dat is hét moment om zich volledig op de mountainbike te richten en de weg alleen nog functioneel te rijden met het oog op de Olympische Spelen.”